Het sterrenteam van Tina Brown

Tina Brown, de bewierookte hogepriesteres van de Amerikaanse tijdschriftenbranche, is vorig jaar door het concern Miramax aangetrokken om een nieuw maandblad te lanceren dat zich moet positioneren tussen Vanity Fair en The New Yorker....

Talk lijkt mij nou net een verkeerde naam voor een tijdschrift dat zich wil onderscheiden door analyse en bespiegeling in plaats van roddel en hype. De naam Talk schurkt in nietszeggende algemeenheid aan tegen het massablad People, terwijl wij in Nederland nog eens extra op het verkeerde been worden gezet doordat hier sinds enkele jaren Talkies in de schappen ligt, een tweemaandelijks kappersblad voor Laren en omstreken met het formaat van een slagschip en een inhoud die warme gevoelens uitstraalt voor de wondere wereld van Harry Mens en Jan des Bouvrie. Was Tina Brown een Nederlandse en Talk een project van VNU, dan zou haar ideale nulnummer zich op mijlen afstand houden van de omhooggevallen koekenbakkerij van Talkies. Een Nederlandse Tina Brown zou een brug willen slaan tussen de lievige, neutrale chic van Elle en de prettig onbesuisde bijterigheid van de Groene, dat zich uit het keurslijf van de gestaalde Adorno-kaders heeft geworsteld.

Tina Brown heeft voor Talk de beschikking over een budget van vijftig miljoen dollar. Dat is nogal wat in handen van iemand die niet altíjd als een journalistieke wonderverpleegster tijdschriften uit het slop heeft gehaald. Tegenover haar succcesverhaal van Vanity Fair staat de paniekerige en volgens sommigen overspannen populistische koers in haar jaren als hoofdredacteur van de eerbiedwaardige The New Yorker.

Sinds de overname in 1985 door uitgeversconcern Condé Nast heeft The New Yorker het duizelingwekkende verlies van 175 miljoen dollar geleden. In het laatste jaar van het tijdvak Brown (1992-1998) verloor het blad nog altijd elf miljoen dollar. Als daar een kwalitatieve paleisrevolutie binnen The New Yorker tegenover zou hebben gestaan, had Condé Nast dit verlies misschien met opgeheven hoofd gedragen. Maar de frisse wind die Brown geacht werd te laten waaien door de kolommen van The New Yorker bleek in de praktijk een reeks populariserende ingrepen van de olifant in de porseleinkast.

Tina Brown had bij haar aantreden in 1992 als hoofdredacteur van The New Yorker dezelfde opdracht gekregen als indertijd bij Vanity Fair : revitaliseer!

The New Yorker, Amerika's bastion van kwaliteitsjournalistiek en Europees georiënteerd intellectualisme, kon zelfs volgens de meest behoudende medewerkers inderdaad niet onder een vernieuwings- en verjongingsoperatie uit. Brown legde het accent in The New Yorker voortaan op het soort journalistiek van de methode high brow on low culture: met hetzelfde gouden pennetje schrijven over Macbeth én Reservoir Dogs, over Zurbaran én Haring, Strawinsky én Elvis Costello. Die methode leidde in de praktijk tot een verwaarlozing van de beproefde literaire traditie van The New Yorker ten koste van artikelen over O.J. Simpson, Steven Spielberg en Hillary Clinton. Lezenswaardige stukken, daar niet van, maar niet uitzonderlijk genoeg om The New Yorker uit te laten torenen boven, zeg, The New York Times. De huidige hoofdredacteur, David Remmick, is meer van de oude stempel en weet: men leest The New Yorker allereerst om de essayistiek van vaste medewerkers als Simon Schama, John Updike en Cynthia Ozick, en niet om glitzy profielen van Spike Lee en Quentin Tarantino - simpelweg omdat andere Amerikaanse tijdschriften, van Vanity Fair tot Village Voice, dat laatste gewoon beter kunnen.

Intussen wil Tina Brown haar Talk in de markt zetten zoals AC Milan eind jaren tachtig de Europese voetbaltop bereikte: buitenlands talent bij bosjes aankopen. Brown is gaan werven in Engeland. Ze heeft onder meer toneelschrijver Tom Stoppard, Martin Amis, filmrecensent Tom Shone en, uit de gelederen van The Observer, tv-criticus Ian Parker gecontracteerd. Getuige een paginagroot artikel over Talk is The Observer daar best trots op. De zondagskrant citeerde een rechterhand van Brown: 'Tina feels that British journalists are better at being irreverent.' Het is de vraag of Amerikaanse lezers zo'n overwegend Britse line up kunnen waarderen. Om bij voetbaltransfers te blijven: Louis van Gaal heeft zich in Spanje ook niet bepaald geliefd gemaakt door Barcelona om te vormen tot een soort satelliet-elftal van Ajax.

Typisch is ook de constructie waarmee het Miramax Talk aantrekkelijk heeft willen maken voor free-lance medewerkers. Deze worden geacht de rechten van hun teksten voor Talk automatisch af te staan voor latere boekpublicatie én eventuele omwerking tot filmscript, allemaal onder het imprint van Miramax. Zo denkt het imperium Walt Disney op een makkelijke manier aan filmscripts te komen. Tot op heden is het zeldzaam dat een journalistiek stuk is omgewerkt tot filmscenario.

Brown roemt dit getrapt worgcontract als een voor journalisten en schrijvers zeer lucratieve constructie die alle 'tussenfasen' door literaire agenten overbodig maakt. - Als Amis en zijn Britse collega's maar niet in een Hollywood-avontuur zijn gestapt waar al zovelen, van Fitzgerald tot Capote, zich aan hebben vertild. Maar met een budget van vijftig miljoen dollar kun je journalisten en schrijvers kennelijk in zo'n fluwelen tangconstructie nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.