Het schuurt en schiet en botst in nauwe pakjes

Een rug leunt tegen een borstkas, een been schiet als een katapult opzij. Een man draait een vrouw rond terwijl zij met gebogen knieën op spitzen staat....

Dit is het meest in het oog springende bindende element tussen The Four Temperaments (1946) van George Balanchine, Concertante (1994) van Hans van Manen en de wereldpremière Lontano van Martin Schläpfer. Drie verschillende generaties, die wel allemaal in een neoklassieke traditie werken en muziek als de onlosmakelijke partner en inspirator van dans beschouwen.

Balanchine’s energieke klassieker is een schoolvoorbeeld van helder belijnde en helder geconstrueerde bewegingsvariaties, die Hindemiths muziek niet alleen visualiseren maar ook anders doen klinken. In vier delen rond solisten (paren) komen de vier klassieke karaktertypen voorbij: melancholisch, sanguinisch, flegmatisch en cholerisch, het laatste in een opvallend treffende interpretatie door Anna Tsygankova.

Schläpfer, die ballettmainz leidt en van wie Het Nationale Ballet in 2006 voor het eerst een stuk danste, heeft juist gekozen voor een compositie zonder duidelijke ritmiek of structuur, de ‘klankvlakkencompositie’ Lontano van Ligeti. Het is fascinerend hoe hij de over elkaar schuivende muzikale lagen, met diepe brommen en hoge zoemen, vertaalt in dans waar ook van alles schuurt, botst en opeens toch in elkaar opgaat. De in huidnauwe pakjes gestoken dansers staan te midden van ijzeren draden waaraan gewichten hangen. In deze non-specifieke omgeving beginnen en eindigen ze met twee sculpturale trio’s. Daartussen is het net als in de muziek een onvoorspelbaar en daarmee spannend en dreigend aangaan van bewegingen en ontmoeting – of niet. De stille, eenzame poses met starende blikken ploppen regelmatig op, als aparte verhaallijnen binnen dat wat gaande is.

Vergeleken met Balanchine en Schläpfer is Van Manen de minst abstracte. Zijn Concertante, oorspronkelijk gemaakt voor het Nederlands Dans Theater, is niet alleen een opgewonden dialoog met de ritmische, soms watervlugge symfonie van Frank Martin, maar vooral ook een stuk over acht individuen die elkaar ontmoeten en passeren, raken en missen. Een prachtige kans voor de kersverse winnares van de Alexandra Radius Prijs 2008, Michele Jimenez, om te laten zien hoe uitgesproken, krachtig en aards zij kan dansen.

Het vierde stuk, ook een wereldpremière, was een fremdkörper. Geïnspireerd door het boek The Waves van Virginia Woolf en gezet op een nieuwe, eclectische compositie van Jacob ter Veldhuis met flarden van Woolfs stem, creëert Dominique Dumais in Woolf een sterk associatieve wereld. Het gaat niet letterlijk over auteur of boek, maar wel over typerende thema’s als het zoekende, het ongrijpbare, het cyclische. De hoog gehangen mobiles met daaraan stoelen en een tafel deinen voortdurend, evenals de geprojecteerde golven en de in banen gesneden achterwand. De mooie luchtige en lichte kleding past er perfect bij.

Wat de dans zelf betreft: het is een perpetuum van beweging, een vloeiend komen en gaan van mensen en combinaties. Gevarieerd en virtuoos, maar wel een beetje bedolven onder eenzelfde dynamiek. Je moet bereid zijn je te laten meevoeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.