Het schrijvershart als kattenvoer

‘Een net kun je op twee verschillende manieren definiëren’, schreef Julian Barnes in Flaubert’s Parrot. ‘Gewoonlijk zou je zeggen dat het een uit mazen bestaand werktuig is, bedoeld om vis mee te vangen....

Dat is dan tegelijkertijd, zinnebeeldig gelezen, weliswaar niet de monterste, maar wel een van de duidelijkste definities van dat wonderlijk fascinerende en de lezer zo dikwijls ontgoocheld achterlatende genre van de biografie. Lacunes in een levensverhaal, bijeengehouden door de draad die de biograaf niet alleen zelf en naar eigen inzicht en overtuiging heeft geknoopt, maar ook nog eens met onweerspreekbare eigenwijsheid zelf heeft gesponnen. Het materiaal op zijn of haar spinrok bestond uit een onevenwichtige en disparate hoeveelheid brieven, dagboeken, getuigenissen, legenden en, dat vooral, lasterpraatjes en opschepperij waarvan de oorsprong veelal voorgoed onachterhaalbaar is.

‘Het sleepnet vult zich’, schrijft Barnes, ‘de biograaf haalt het binnen, sorteert, gooit terug, slaat op, fileert en verkoopt.’ Zelfs als de gebiografeerde degelijk, eerlijk en stelselmatig een dagboek heeft gehouden, zelfs als er van hem uitgebreide en ongekuiste briefwisselingen overgeleverd zijn, zelfs als verscheidene figuren die een belangrijke rol in haar leven hebben gespeeld hun herinneringen waarheidsgetrouw, secuur en gedetailleerd hebben opgeschreven, dan nog weten we alleen wat er in het net zat, niet wat eraan ontkwam.

En dan laten we de biograaf nog buiten beschouwing, de biograaf die viste en zocht, maar die ook koos en verwierp, die duidde en ordende – en ten slotte een verhaal vertelde. Discutabel métier, dat van de biograaf, al schijnt het in Nederland tegenwoordig als de lakmoesproef voor wetenschappelijke objectiviteit en toetsbaarheid te gelden: wie er niet op promoveert, telt in de geesteswetenschappen niet meer mee.

Hermione Lee is onomstreden een van de voornaamste beoefenaren van de discipline van de biografie. Niet meteen een promovenda, met alle bijbehorende academische parmantigheid, maar een gedisciplineerd boekbespreker en literair journaliste, voor de krant en de televisie, en de geprezen en gelauwerde biografe van, onder meer, Willa Cather en Virginia Woolf. Haar biografie van Woolf, een van de talrijke, staat, negen jaar na verschijnen, nog altijd te boek als een monument van intelligentie en inzicht, een overtuigend voorbeeld van het belang en de verhelderende kracht van het genre.

In Virginia Woolf’s Nose staan vier essays over de lastige problemen waarvoor het genre auteur en lezers stelt; drie ervan gaan terug op lezingen die Lee aan Princeton University gaf, alle vier dragen ze de sporen van de talrijke congressen en seminars over de biografie waaraan zij blijkbaar heeft deelgenomen.

Het zijn opstellen in de authentieke betekenis, zoekende overwegingen naar aanleiding van concrete biografische vraagstukken. Lee stelt vragen naar alles wat we niet weten, naar de ongememoreerde lichamelijkheid van de gebiografeerden, naar de drang van de nabestaanden om de erfenis van een beroemdheid – schrijvers, bij Lee – te redigeren, naar de verwerking van alle wél overgeleverde, maar onsamenhangende en verspreide gegevens tot een aanvaardbaar beeld en naar de manier waarop sterfbedscènes mettertijd veranderingen hebben ondergaan in de biografische aanpak, zeg maar: de modegevoeligheid van de biograaf.

Slimme opstellen, zo rijk gedocumenteerd en meerduidig als je van een belezen en sensibele biografe mag verwachten, maar ook opstellen waarin het materiaal, de verscheidenheid aan mogelijkheden, het steevast wint van de neiging tot kritische receptuur, tot canonisering van de discipline van de biograaf. Wie Lee goed leest, kan zich laten overtuigen door haar onuitgesproken opvatting dat de biografie, de literaire biografie bij uitstek, dichter bij de literatuur staat dan bij de wetenschap – en dat dat maar goed is ook.

Mooie verhalen om dat duidelijk te maken. De twist om het hart van de dichter Percy Bysshe Shelley bijvoorbeeld, verdronken tijdens een zeiltochtje voor de Ligurische kust en dagen later, al in staat van ontbinding en lelijk aangevreten, aangespoeld. Zijn dichtervrienden kregen geen toestemming het lijk te transporteren en dus besloten ze het op het strand te verbranden. Lord Byron werd er onpasselijk van, de literaire uitvreter Edward Trelawny werd de held van de plechtigheid – zij het ook vooral omdat hij zelf de auteur werd van zijn eigen kloeke optreden, in woord en geschrift, voor de rest van zijn leven en steeds bonter.

Byron had Shelley’s schedel willen meenemen, als relikwie, maar die knapte stuk. Toen de vlammen hoog oplaaiden, aldus Trelawny, knapte ook de borstkas en kon hij het hart, miraculeus genoeg ongeschonden na toch dagen in het zeewater te hebben vertoefd, snaaien. Dat hart ging naar de weduwe, Mary Shelley, in wier nalatenschap het een mensenleven later werd teruggevonden, als bladwijzer in een boek – en toen leek het er veel op dat het hier om een uitgedroogde lever ging.

Of het verhaal van Thomas Hardy’s hart, dat in zijn geliefde streek rond Dorchester begraven moest worden, ofschoon de rest van zijn stoffelijk overschot in Poets Corner moest, de erebegraafplaats van de Britse literatuur in Westminster Abbey. Hart thuisbezorgd, in afwachting van de plechtige teraardebestelling in een koekblik gestopt – koekblik volgende ochtend schoon leeg, de kat likkebaardend naast de keukentafel.

Mooie verhalen, welsprekende verhalen, al bieden ze bij elkaar opgeteld de tobbende biograaf geen soelaas. De waarheid is niet dat je moet uitkijken voor legendevorming en hongerige keukenkatten, de waarheid is dat je je net wijd moet uitwerpen en je verstand moet gebruiken bij het selecteren, terugwerpen en fileren.

Je schrijversverstand, dat wel – dat wil zeggen: je verbeeldingskracht.

Hermione Lee: Virginia Woolf’s Nose – Essays on Biography. Princeton University Press, Import Roodveldt. 142 pagina’s; ¿ 24,75; ISBN 0 691 12032 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden