Het schilderij als wegwerpbeeld

In deze tijden van grensverleggende museumpresentaties is er weinig reden meer geschokt te zijn. In de museumzaal kan al jaren alles: multimedia, geluid, felle kleuren, uitgebreide teksten en de meest theatrale opstellingen....

De Kunsthal, nu nog geleid door toekomstig Rijksmuseum-directeur Wim Pijbes, toont met Thuis in de Gouden Eeuw de collectie van de Duitse verzamelaars Egon en Thomas Rusche. Vader Egon wilde zich in het naoorlogs Duitsland stijl aanmeten door het verzamelen van kleine Hollandse meesters.

Zoon Thomas breidde de verzameling uit. Hij pakte dit categoriaal aan, waardoor de collectie groeide tot een divers geheel van veelal onbekende namen. Alexander Keirincx, Dirk van der Lisse, Gerhart van Steenwyck, Rombout van Troyen of Jacob Toorenvliet, wie kent ze nog?

De Kunsthal heeft, wellicht daarom, besloten het over een andere boeg te gooien. De kracht van de collectie is diversiteit, dus daar gaat het over. Aangevuld met een nadruk op het kopen en verzamelen van kunst.

Dat is actueel: onderzoek naar de kunstmarkt in de Gouden Eeuw heeft de laatste jaren een vlucht genomen. Dat de Hollandse Gouden Eeuw een rijke kunstmarkt had, die per stad in gilden geregeld en beschermd werd, en waaraan de schilderijen werden aangepast, is boeiend. In een tentoonstelling als Rembrandt en Uylenburgh, in 2006 in het Rembrandthuis, werd bijvoorbeeld duidelijk gemaakt hoe de relatie tussen kunstenaar en kunsthandelaar in die tijd verliep.

Ook de Kunsthal heeft het verhaal over 17de-eeuwse verzamelgewoonten willen tonen. En heeft daarvoor alles, tegelijk, uit de kast getrokken: gegevens uit boedelinventarissen, de waarde van kunstwerken, de dicht-opeen-manier van schilderijen hangen zoals toen gewoonlijk, een gevoel van huiselijkheid, een gevoel van schildersatelier, én een overzicht van genres. Zelden zal een bezoeker een tentoonstelling met zo veel kunst verlaten, en toch de conclusie moeten trekken: ‘Wat heb ik nou in godsnaam gezien?’

Geen van de schilderijen blijft hangen. Want bij geen schilderij krijgt de bezoeker gelegenheid om de rust op te brengen die een werk verdient bij het bekijken. Schilderij en fotobehang gaan in de tentoonstelling Thuis in de Gouden Eeuw vloeiend in elkaar over.

Al bij de ingang krijgt de bezoeker zo’n proeve van desoriëntatie. Op de muur hangt een fotobehang van een schilderij waarop veel kunstwerken te zien zijn, uitvergroot tot ondraaglijke proportie. Uit deze fotowand stulpen grijze bakken, vergelijkbaar met lichtbakken. Daarop hangen de eerste zestien schilderijen uit de SØR Rusche collectie. Erboven hangen geluidsboxen waaruit opmerkingen van 17de-eeuwse kunstliefhebbers klinken. De ruis van een tiental ongerichte geluidboxen elders in de tentoonstelling maakt de desoriëntatie tot een bijna professionele martelgang.

In de tentoonstelling zijn sommige muren leeg, terwijl andere volhangen. Onduidelijk geselecteerde thema’s als ‘De aap in de schilderkunst’ (over de Vlaamse kunstenaar David Teniers, die veel apen schilderde, maar in de tentoonstelling valt er geen aap te ontwaren) wisselen af met arbitraire gegevens, bijvoorbeeld over schilderijenbezit in één enkel decennium in de Gouden Eeuw. Geschilderd in gouden letters met dikke gouden lijnen en percentages, op een knalroze achterwand. Probeer daar als schilderij maar mee te wedijveren.

Verderop is een wand vol portretten. Boven ieder portret hangt een box waaruit heen en weer citaten klinken die van de geportretteerden dienen te zijn, in de trant van ‘Zie ik er zo goed uit?’ en ‘Voor dit schilderij moest ik lang poseren’.

De tentoonstelling is inconsistent, lawaaiig en spuuglelijk. Maar dat laatste is natuurlijk een kwestie van smaak. Wat belangrijker is: de schilderijen zijn volledig ondergeschikt gemaakt aan een verhaal. Ze dienen als inferieure illustratie, als wegwerpbeeld, ondergesneeuwd. De bezoeker krijgt geen reden te denken dat hij naar iets bijzonders kijkt. En dat is doorgaans toch waarvoor mensen een museum bezoeken. Voor bijzondere objecten die een verhaal oproepen.

Wim Pijbes stelt in het voorwoord van de catalogus dat deze tentoonstelling ‘nieuw licht werpt’ op de kunst van de Gouden Eeuw. Het is te hopen dat Pijbes zijn licht bijstelt, voor hij in juli aantreedt bij het belangrijkste museum van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden