Het scherp van de snede

Eene nationale ramp

Bijna 850 pagina's telt de polemiekenanthologie van Pierre Vinken en Hans van den Bergh. Hoe dichter we het heden naderen, hoe subjectiever de keuzes. Door Anet Bleich

Wat zou uitgeverij Prometheus hebben bezield om in haar serie Nederlandse bloemlezingen te komen met een deel over polemieken van liefst 846 pagina's? Mogelijk zijn mijn agressie en gevoel voor leedvermaak onderontwikkeld, maar zelfs al waren de polemische bijdragen aan deze allerjongste canon allemaal briljant geweest - quod non - dan nog had zoveel gebundeld getier me vermoedelijk vermoeid.

Een nog prangender vraag: wie heeft de samenstellers van dit polemisch handboek uitgekozen? Eerdere bloemlezers als Gerrit Komrij ('1000 en enige gedichten'), Joost Zwagerman (verhalen en essays) en Abdelkader Benali (kinderverhalen) zijn, hoe men ook over hen mag denken, gezaghebbend. Maar Pierre Vinken & Hans van den Bergh? De voormalige CEO van Reed Elsevier, ook bekend om zijn ijveren voor een republiek, samen met een 78-jarige emeritus hoogleraar? Staat dit duo voor de Petrus die de beste Nederlandse polemieken aller tijden voor de eeuwigheid bewaren moet?

Het is ongetwijfeld te danken aan de literaire kennis van Van den Bergh dat er zo nu en dan wel wat te genieten valt. De afrekening van 19de-eeuwer Conrad Busken Huet met de ooit vereerde dichter Jacob Cats is amusant: 'Met zijne door en door laaghartige moraal, zijne leuterlievende vroomheid en keutelachtige poëzie, heeft hij onnoemelijk veel kwaad gesticht', oordeelt Busken Huet. 'Zijne populariteit is eene nationale ramp geweest.'

Belangwekkend zijn de polemieken die de Tachtigers voerden, eerst met hun tegenstanders en vervolgens ook onderling. Willem Kloos en Albert Verwey hadden de literaire critici van het fin du siècle flink te pakken met hun onder pseudoniem geschreven fake-roman Julia, een verhaal van Sicilië die overal juichend besproken werd. Willem Kloos en Frederik van Eeden voerden een interessant debat over 'het schone', versus 'het goede', waarbij de elitaire houding van Kloos en de democratische instelling van Van Eeden goed uit de verf komen.

De stelling die Jeroen van Kan in een essay over de huidige literaire kritiek poneert, dat namelijk het Nieuwe Polemiseren nergens over gaat, terwijl het vroegere wel inhoud had, wordt in de bloemlezing onderuit gehaald. Door niemand minder dan Lodewijk van Deyssel die een zekere Smit Kleine virtuoos scheldend alle hoeken van de kamer laat zien, zonder dat er één argument aan te pas komt.

Ook uit een minder grijs verleden bevat deze bundel bijdragen die méér dan de moeite waard zijn. Dodelijk doeltreffend is bijvoorbeeld de polemiek van W.F. Hermans met Renate Rubinstein en Aad Nuis over de - afwezige - verzetsactiviteiten van Friedrich Weinreb. Harry Mulisch' aanval op Gerard Reve ('Hij is als het ware door de dubbele bodem van de ironie gezakt') is geestig.

Karel van het Reve komt ruimschoots aan het woord met zijn vermaarde combinatie van redelijkheid en venijn. De confrontatie tussen Rubinstein en Joke Smit over de merites van het feminisme blijft lezenswaardig en die tussen Arnon Grunberg en A. F. Th. van der Heijden is nog wel even goed voor aan de borreltafel. En zo valt er nog meer genietbaars bij elkaar te sprokkelen.

Maar er zijn ook vraagtekens te plaatsen bij de selectie van de beide redacteuren. Het begint al in het interbellum: twee korte stukjes van Menno ter Braak (een tegen Theun de Vries en een over Prinsjesdag) lijkt mij wel erg mager. Zijn 'Het nationaal-socialisme als rancuneleer', of 'De nieuwe elite' het bewaren niet waard?

Toegegeven: het salvo dat Eddy du Perron afvuurt op de heer Zentgraaff van de Javabode, maakt veel goed.

Hoe dichter we het heden naderen, hoe subjectiever de keuzes worden, wat op zichzelf logisch is. Maar Vinken en Van den Bergh gaan ver in het volgen van hun eigen voorkeur, te ver. Wel heel v

eel Komrij, Zwagerman, Pam en Holman, slechts een klein beetje Blokker (alleen tegen de sociale academie en tegen Ina Brouwer - niet echt representatief voor zijn polemisch oeuvre). Henk Hofland, Kees Fens, Michaël Zeeman, Elsbeth Etty, Arjan Peters en Stephan Sanders komen helemaal niet aan bod. Pardon, de laatste drie wel, als object van polemiek.


Sanders wordt zelfs twee keer door de mangel gehaald, één keer, behoorlijk flauw door Zwagerman en één keer in een eenmalige bijdrage van een verder onbekende, helaas vroeg gestorven jongeman, Rob de Ruiter, aan Propria Cures. Mogelijk was de auteur tijdens het schrijven al ziek, dat zou zijn slechte humeur verklaren, want zonder dat de aanleiding duidelijk wordt vaart hij uit tegen het 'prulwerk', het 'knoeiwerk', het 'geklieder' van Sanders die 'niet helemaal tof' zou zijn.

En is het ironische gegeven dat Arjan Peters ooit boeken heeft aangeprezen in folders van het Nederlands Literair Produktiefonds die hij als recensent in de Volkskrant minder gunstig besprak wereldschokkend genoeg voor een plaats in de Canon van de Nederlandse Polemiek? Joost Zwagerman, zelf door Peters gekraakt, heeft diens pekelzonde twaalf jaar geleden gehekeld, maar of het nageslacht daar een boodschap aan heeft?

Zoals gezegd, de willekeur van de samenstellers van de bundel gaat nogal ver. Zo stuiten we op een opmerkelijk aantal erg onopmerkelijke stukjes uit Propria Cures van midden jaren vijftig, toevallig de tijd dat Pierre Vinken een enkele keer in dat blad schreef. Ook is een prominente plaats ingeruimd voor een artikel waarin financieel journalist Paul Frentrop zich mateloos opwindt over 'de karaktermoord' op Pim Fortuyn. 'Alle mensen die gezegd hebben dat Pim Fortuyn gevaarlijk was, die moeten zich schamen', aldus de polemist.

Het is 'een grote schande' dat Fortuyn is omschreven als 'iemand die groepen tegen elkaar opzet'. De financieel expert komt tot opzienbarende stellingnames, dat is zeker. 'Als je echt dingen wilt veranderen, word je vermoord', vertrouwt hij zijn lezers toe. 'Dat dit niet eerder in Nederland is gebeurd, is (. . .) omdat sinds de 80-jarige oorlog niemand hier ooit de machtsverhoudingen probeerde te veranderen.' Dààg Thorbecke, Van Houten, Cort van der Linden, Troelstra, Drees, Den Uyl. Nooit geprobeerd iets te veranderen.

Fascinerend, die Frentrop. Heeft ie nog meer geschreven? O ja, dat is waar ook, een lovende biografie van Pierre Vinken. De enige persoon voor wie Frentrop hier een goed woord over heeft (afgezien van Fortuyn natuurlijk), is wijlen AD-columniste Pamela Hemelrijk. Van haar zijn dan ook twee stukken opgenomen. En ach, Pierre Vinken en Hans van den Bergh hebben zichzelf ten slotte niet weten te bedwingen. Beide schitteren zij met één polemiek. Vereeuwigde ijdelheid.


* *

Pierre Vinken en Hans van den Bergh (red.): Het scherp van de snede - De Nederlandse literatuur in 100 en enige polemieken. Prometheus; 846 pagina's; € 29,95. ISBN 978 90 446 1489 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden