Reportage Het Scheepvaartmuseum

Het Scheepvaartmuseum legt in zijn nieuwe opstellingen de focus op tastbare objecten en rust

Een van de vernieuwde zalen in Het Scheepvaartmuseum. Beeld Igor Roelofsen

De tentoonstelling Republiek aan zee is nadrukkelijk geen Nederlands maritiem heldenverhaal.

Iedereen houdt van het strand, ook al in de 17de eeuw. De vissers, sjouwers, bedelaars en notabelen te paard die Adam Willaerts weergeeft op zijn schilderij van een rederij uit 1627 zijn hierop geen uitzondering. De antropologen onder ons zien in dat tafereel wellicht een bewijs van het egalitaire karakter van de toen nog niet officieel erkende republiek. Het schilderij vormt de binnenkomer van Republiek aan zee, de nieuwe semi-permanente collectieopstelling van het Scheepvaartmuseum in ­Amsterdam.

Het is niet de enige transformatie die Het Scheepvaartmuseum recentelijk onderging. Onder het motto ­‘water verbindt werelden’ liet het ­museum een nieuwe huisstijl ontwikkelen (door de grafisch ontwerpers van Thonik), voerde het een herinrichting van het binnenplein door en creëerde het een tweede semi-permanente opstelling, Cartografie & curiosa, over 17de-eeuwse navigatiesystemen en het (stereotiepe) beeld van de ander. Deze innovaties dienen de aandacht opnieuw te vestigen op het gebouw en de collectie, de op een na grootste verzameling maritieme objecten ter wereld. Ze moeten het ­museum op de kaart zetten als een ­serieus kenniscentrum, in zoverre het daar nog niet stond. Republiek aan zee is het visitekaartje.

De presentatie telt zo’n vijftig objecten, een fractie van de 400 duizend stukken die men bezit. Zeestukken, scheepsmodellen, globen en een compleet trekjacht: hier toont men de vaderlandse maritieme cultuur in haar volle breedte. De nieuwe presentatie is een handreiking naar de nog niet ingevoerde bezoeker, zegt Vera Carasso, directeur museale zaken. ‘Voorheen bestond er onder het ­publiek vaak verwarring waar in het museum te beginnen. Dat is nu voorbij. Kom je naar Het Scheepvaart­museum en heb je een uur, dan ga je naar Republiek aan zee. Deze opstelling moet voor ons worden wat de eregalerij is voor het Rijksmuseum.’

Blauwe bril

De presentatie vertelt de geschiedenis van ons land volgens conservator Jeroen van der Vliet door ‘een blauwe bril’. Het begint met de strijd op zee tegen de Spanjaarden en voert via de Engelse zeeoorlogen en de recreatieve maritieme cultuur (pleziertochtjes, spiegelgevechten), naar de tijd dat Nederland het als zeevarende grootmacht aflegde tegen de Fransen en Britten, om te eindigen met de zeesloep van koning Willem I (het origineel is elders in het museum te zien), een vaartuig met symbolische waarde: de tijd van nostalgisch terugblikken was begonnen.

Water speelde een cruciale rol in de wordingsgeschiedenis van de Republiek, weet Van der Vliet. Het was over water dat de eerste steden in de Lage Landen werden ingenomen (de watergeuzen) en dat de grote handelsmissies werden gevoerd die ons land destijds haar welvaart bezorgden. Het was het water dat de taal doorspekte met termen uit de scheepvaart (kantje boord, schoon schip maken). Overstromingen en dijkdoorbraken speelden in die geschiedenis ook een rol, maar die laat men hier voorlopig voor wat ze waren. Republiek aan zee richt zich voornamelijk op het zeewaardige deel van onze betrekkingen met het water.

Het is nadrukkelijk geen heldenverhaal. Het museum wil ook een stem geven aan de volkeren in Brazilië, Zuid-Afrika en Indonesië die door de kolonialisten soms bruut werden uitgebuit – of erger.

Slaafgemaakten

Zo lees je op het bordje bij een idyllisch Braziliaans landschap van Frans Post over de 25 duizend uit Afrika gehaalde slaven die níét op het schilderij zijn afgebeeld. Zo’n toelichting lijkt overvloedig (er zijn op een schilderij immers altijd dingen niet te zien), maar is volgens Carasso nodig om een waarachtig beeld te geven. ‘De levens van de in suikermolens zwoegende slaafgemaakten zijn amper gedocumenteerd, en zijn daardoor moeilijk te tonen. Daarom wijzen we er soms op in onze begeleidende teksten.’

De inrichting werd ontworpen door architect Tom Postma en is helder en relatief rustig. Hier geen verschuifbare displays en wandvullende projecties maar grijze muren en tekstbordjes. In een tijd waarin schermen alomtegenwoordig zijn, zegt Vera Carasso, wil Het Scheepvaart­museum de aandacht juist weer meer vestigen op tastbare objecten. Andere opstellingen, zoals bijvoorbeeld die over havens, zullen de komende jaren ook worden heringericht en een ­rustiger karakter krijgen.

Cartografie & curiosa, de tweede semi-permanente presentatie heeft dat al. Zij gaat over de ontwikkeling van de cartografie en (de verslag­geving van) de ontdekking van vreemde kusten, en ook over de (vaak racistisch stereotiepe) afbeeldingen van de onbekende ander.

Een zilveren VOC-lakstempel in de vorm van een buste van een zwarte man toont zo’n stereotype: ontblote tanden, opengesperde ogen, tulband, oorbellen. Omgekeerd werden de ­Nederlanders zelf ook een stereotype. Op een Japanse schildering van ­Deshima zijn ze bijvoorbeeld allemaal roodharig.

Republiek aan zee & Cartografie en curiosa zijn nu te zien in het Scheepvaartmuseum, Amsterdam

VOC

Een van de misverstanden van onze maritieme geschiedenis, weet Jeroen van der Vliet, betreft het ontstaan van de VOC en de WIC: ‘Vaak wordt gedacht dat die ondernemingen groot werden omdat de Nederlanders al actief waren als vervoerders over water, maar in werkelijkheid triomfeerden ze vooral door de oorlog tegen Spanje en Portugal. Ze dienden de strijd te exporteren naar de wingewesten van de vijand. Dat men er ook goed handel kon drijven was een fijne bijvangst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.