'Het Russische theater werd steeds minder zichtbaar'

Toen de Letse regisseur Alvis Hermanis werd gevraagd voor een gastregie in Moskou wilde hij werken met oer-Russisch materiaal. Hij kwam uit bij schrijver Vasili Shukshin....

Op de achtergrond is voortdurend kindergejoel te horen. Het is vakantie, legt Alvis Hermanis uit. En op deze ochtend rijdt hij zijn twee kinderen van woonplaats Riga naar het naburige Estland, waar ze die vakantie gaan vieren. Zonder hun vader overigens. ‘Ik heb altijd al vakantie’, zegt die bedaard over de mobiele telefoon. ‘Ik werk in het theater’.

Regisseur Alvis Hermanis (1965) is artistiek directeur van het New Riga Theatre. Daar is hij vaak, maar bijna net zo vaak werkt hij in het buitenland; een van de volgende bestemmingen is Amsterdam, waar hij zondag Shukshin’s Stories zal bijwonen, zijn regie bij het Moskouse State Theatre of Nations, die in het kader van het Holland Festival in Bellevue staat.

Een debuut is het niet: twee jaar terug deed Hermanis Nederland aan met zijn bejubelde The Sound of Silence, een stuk over de tijdsgeest in het jaar 1968 – met alle idealen, verwachtingen en, inderdaad, muziek van Simon en Garfunkel van dien. Hoe populair de regisseur en zijn voorstellingen inmiddels mogen zijn, hij was toch een beetje verbaasd dat juist Shukshin’s Stories ook succes oogstte buiten Rusland, en werd uitverkoren door een festival als het HF.

Want wie kent hier Vasili Shukshin (nog)? En hoe open staat men dan voor theater uit Rusland dat zich in internationaal opzicht eigenlijk volkomen in de marge beweegt? ‘We gaan het zien.’ Daarop, met een lach in zijn stem: ‘Overal wonen Russen en ook die in Nederland zullen vast en zeker belangstelling tonen’.

Toen Hermanis naar Moskou werd genood voor een gastregie, stond het al snel vast: hij wilde met oer-Russisch materiaal werken. En zo kwam hij vrijwel meteen uit bij Vasili Shukshin, schrijver (en cineast en acteur) uit de jaren zestig, zeventig, chroniqueur van het Sovjet-plattelandsbestaan, met licht-ironische glimlach en dito pen. Geliefdere schrijver kon je je in die tijd niet indenken, en Russischer ook niet. In de jaren daarop verdween hij een beetje naar de achtergrond (hij stierf in 1974), maar inmiddels is hij helemaal terug. Een cultfiguur, zegt Hermanis. ‘Als je zijn naam noemt, beginnen mensen te glimmen van genoegen. Hij is voor iedereen als een geliefd familielid.’

Tien verhalen bewerkte Hermanis, acht ervan worden in Bellevue opgevoerd. Het zijn grappige kleine schetsen, allemaal in een setting die je haast folkloristisch zou kunnen noemen – maar net niet té. De in totaal negen acteurs spelen tegen een achtergrond van grote foto’s die vormgeefster Monika Pormale maakte in het dorp waar Shukshin vandaan kwam. Want dat was een van de eerste dingen die ze als gezelschap deden: die specifieke omgeving opzoeken, het dorp Srostki in de Altai, dat in de verhalen zo’n belangrijke rol speelt. ‘Het was geweldig’, zegt de regisseur. ‘De mensen daar. Warm, hartelijk. Met een hart maat XXXL, stuk voor stuk.’ Wat je op de foto’s overigens ook ziet: het is in Srostki niet ongebruikelijk een foto van Shukshin in je huiskamer te hebben hangen.

Shukshins helden zijn eenvoudige, arme mensen, die kampen met dagelijkse problemen (geld tekort terwijl ze toch ook graag eens een paar laarzen voor hun vrouw zouden willen kopen, of een microscoop voor zichzelf), dorpsgeroddel en achterklap, en de rare regels van een raar regime. Zijn verhalen zijn sfeertekeningen die aan duiding winnen naarmate de voorstelling vordert; stukjes die samen het beeld vormen dat steeds interessanter wordt naar gelang je meer te zien krijgt.

Russen vereenzelvigen zich met deze personages; ook de moderne Moskoviet. ‘Waar denk je dat de meesten daar oorspronkelijk vandaan komen? Van het platteland. Voor mij zijn Dostojevski, Tolstoj, Tsjechov nooit echte Russische schrijvers geweest; noch Gogol of Toergenjev – van Poesjkin af aan hebben al die schrijvers een Europese levensstijl gehad. Maar Shushkin, ja dat is een Rus. Het is herkenbaar, geliefd, het maakt nostalgische gevoelens los.’

Dus in dat gehaaide, ambitieuze, agressieve Moskou, dat New York van het oosten, die plek van succesverslaafden, zegt Hermanis – daar werd het een superhit. De emoties liepen vaak hoog op, Hermanis kreeg een telefoontje van Gorbatsjov, met de complimenten. Het overrompelde hem.

Ja – er wórdt virtuoos in gespeeld, gedanst, gemusiceerd door het jonge ensemble, dat sinds een seizoen of twee, drie wordt geleid door Evgenij Mironov; een acteur die in zijn vaderland een status geniet die misschien het beste te vergelijken is met die van Johnny Depp of Michael Jackson in het Westen. ‘Ik heb vrouwen zien flauwvallen’, zegt Hermanis droogjes. ‘Meer dan in welk Westers land kent Rusland een acteurscultus. Men komt niet voor de regisseur, men komt voor de acteurs, en die kunnen dan ook een megaster worden. Zo is dat ook met actrice Tsjoelpan Chamatova. Misschien net dertig. Al jaren weet zij met haar reputatie mensen op de been te krijgen voor ‘haar’ goede doel: kinderen met leukemie. Als zij iets organiseert, komt Medvedev, komt Poetin. Dat is feitelijk altijd al zo geweest. De machthebbers van toen hadden ook het telefoonnummer van Boelgakov. Grote kunst en macht – dat is iets in Rusland.’

‘Geografisch geredeneerd zat ik er altijd tussenin. Rusland was nooit ver, maar opgegroeid in Riga keken we meer naar het Duitse theater.’ Hij zucht even en onderbreekt zijn relaas. Het gaat momenteel slecht in zijn land, economisch en moreel. Mensen emigreren, de hoofdstad loopt leeg. Hermanis blijft, zegt hij, maar óók in het buitenland.

‘Ik ben een kameleon: ik vind het heerlijk om onder te duiken in locale context, die kleur aan te nemen, de specifieke theatertaal van een land zoveel mogelijk te respecteren en dan uiteindelijk een spiegel te zijn. Dat is waar mijn adrenaline naar toestroomt.’

Je hoort vaak dat de globalisering ook diep in het theater is doorgedrongen, maar ik wil dat wel nuanceren. Overal waar ik kom zie ik toch dat theater zo zijn eigen ‘taal’, zijn eigen tradities heeft behouden, waardoor het voor niet ingewijden hermetisch kan lijken. In de laatste decennia is het Russische theater steeds minder zichtbaar geworden. Er was een tijdje dat regisseurs als Dodin, Vasiliev naar buiten traden, maar daar is niet veel van gekomen. Het is een gebied met elf tijdzones, hun culturele bronnen zijn enorm, ze zijn zelfvoorzienend en op zichzelf gericht.’

‘Wij kijken daar soms een beetje vreemd tegenaan; het Westen is meer bezig met performance-art dan traditioneel spel; van Brussel tot Avignon en terug gaat het eerder over sociale en politieke issues dan puur over kunst. In Rusland niet. Daar ging theater nooit over het verbeteren van de wereld. Daar gaat theater over een spirituele, poëtische ervaring – over het genezen van de ziel. Bijna een pure tegenstelling is dat.’

Momenteel is hij doende met een Platonov-enscenering in het Weense Burgtheater. ‘Ik werk nu met acteurs die bij Peter Zadek speelden, Peter Stein. Niet de minsten wederom. Maar ik zie inmiddels echt hoe uniek Mironov is. Op toneel is er geen moment dat hij even ‘niets’ doet. Iedere seconde geeft hij iets af.’

Na Amsterdam richt Hermanis de blik allereerst op München: op verzoek van Johan Simons openen ze samen het eerste seizoen van de Münchner Kammerspiele, waar Simons begint als intendant. Daar hoeft hij even Letland niet voor te verlaten: hij nodigt de acteurs uit te komen denken en repeteren in zijn buitenhuis in de bossen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden