Concertrecensie Wagemans, Britten en Adams

Het Rotterdams Philharmonisch pakt uit voor Become Desert, maar het stuk is gevaarloos en voorspelbaar ★★★☆☆

Benjamin Britten klinkt hierdoor ineens grensverleggend, ook dankzij dirigent Kevin John Edusei. 

Kevin John Edusei Beeld Marco Borggreve

Boven het orkest een bak met houtblazers. Links en rechts in de zaal een bataljon koperblazers. Helemaal achter het publiek een flink koor. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest pakte donderdag stevig uit voor Become Desert van de Amerikaanse componist John Luther Adams (niet te verwarren met de iets bekendere operacomponist John Coolidge Adams). In dit werk, dat hier zijn Europese première beleeft, verklankt Adams zijn impressie van de Sonorawoestijn in Mexico. Heel toepasselijk begint het veertig minuten durende stuk met niets, waarin een eenzaam ping! klinkt, en keert daar ook weer naar terug. Daartussenin ontvouwt zich één enkele pulsloze spanningsboog, eerst met toevoeging van ijle strijkers, langzaam uitdijend naar de basregisters, tot ook de in de zaal geplaatste troepen zich erbij voegen, waarna paukroffels een climax teweeg brengen en het hele proces zich vervolgens in omgekeerde richting afspeelt.

Peter-Jan Wagemans Beeld Floris Leeuwenberg

Wie het woestijnverhaal erbij heeft gelezen kan zich makkelijk omringd wanen door licht en leegte. De sonore, onmerkbaar verschuivende stapelklanken waarin allerlei boventonen om de voorrang strijden zijn voortdurend oorstrelend, al valt het treffen van de juiste hoge noten de sopranen van het koor en enkele koperblazers soms wat moeilijk.

Kevin John Edusei Beeld Marco Borggreve

Maar wat is het allemaal faciel, gevaarloos en voorspelbaar: oude wijn in allesbehalve nieuwe zakken. De rivier- en woudwemelingen van Wagners Ring-tussenspelen zijn al anderhalve eeuw oud. De klankvelden die György Ligeti vijftig jaar terug componeerde zijn overtuigender. De onbegrensdheid is door Louis Andriessen in De Tijd twintig keer spannender getoonzet. En het surround sound-trucje is ook al talloze malen vertoond.

Als componist verstaat Adams zijn vak, maar zijn muziek – inclusief het buitenmuzikale natuurminnaarsverhaal – is een typisch product van de Amerikaans grootste-gemene-delercultuur, die hier helaas ook op de loer ligt.

John Luther Adams Beeld Cynthia Adams

Dat alles werd nog geaccentueerd door de spannende uitvoering van Benjamin Brittens Four Sea Interludes en Passacaglia die eraan voorafging. Ook hier een natuurschildering, maar de interludes zijn nu eenmaal afkomstig uit de zee-opera Peter Grimes. Vergeleken met Adams komt Britten, altijd beschouwd als een van de braafste jongens van de 20ste-eeuwse muziek, naar voren als een scherpzinnige en grensverleggende componist.

Dat was ook te danken aan dirigent Kevin John Edusei, die in zijn RPhO-debuut blijk gaf van een goed contact met de musici en een vaste greep had op de muzikale materie. Daarvan getuigde ook zijn vertolking van Peter-Jan Wagemans’ korte ‘lied voor orkest’ Love, baby. Love, een nieuw werk, net als de stukken van Britten afkomstig uit een eerdere opera. De orkestbehandeling van Wagemans is als altijd bewonderenswaardig, en de geleidelijke expansie smaakt naar meer. Maar dat meer is er jammer genoeg niet.

Wagemans, Britten en Adams

Door het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Kevin John Edusei

★★★☆☆

25/4, De Doelen, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden