Het revolutionaire vuur van de islam brandt nog altijd

Van de Iraanse revolutie wordt vaak gedacht dat hij al lang is uitgewoed. Irankenner Arjomand gelooft juist dat met Ahmadinejad een nieuwe revolutionaire fase begint....

’Er kleeft bloed aan uw handen’, riep een vrouw tijdens de campagne voor de Iraanse presidentsverkiezingen afgelopen juni tegen Mohammed Atrianfar, rechterhand van de hervormingsgezinde kandidaat Mir-Hossein Mousavi. Toen Mousavi in de jaren tachtig als premier aan de macht was, liet hij vijfduizend mensen ter dood brengen, memoreerde de vrouw. Atrianfar glimlachte en antwoordde: ‘Mijn vriendin, in het begin van de islamitische revolutie waren we allemaal zoals Ahmadinejad, maar we zijn van koers en manieren veranderd.’

De vraag hoe de Iraanse revolutie zich verhoudt tot het huidige regime staat centraal in het boek After Khomeini van Saïd Amir Arjomand, hoogleraar sociologie en Iranist aan de universiteit van New York en een van ’s werelds beste Irankenners.

Dat de Russische revolutie niet ophield met de dood van Lenin, is algemeen aanvaard. Maar voor de Iraanse revolutie van 1979 is de communis opinio dat die tot stilstand is gekomen met de dood van ayatollah Khomeini in 1989. Arjomand betwijfelt dat. Volgens hem is de revolutie nog niet afgelopen.

Hij schreef eerder een standaardwerk (The Turban for the Crown) over het begin van de islamitische revolutie waarin de sjah (de kroon) ten val werd gebracht door Khomeini (de tulband). Daarin stelt hij dat de communisten en nazi’s een nieuw substituut voor religie schiepen, terwijl in Iran de revolutionairen juist de religie versterkten als motor achter hun ideologie.

In dit nieuwe boek, waarin hij de draad na de dood van Khomeini oppakt, beschrijft Arjomand glashelder hoe de recente Iraanse geschiedenis zich ontvouwt en constateert hij dat het niet onmogelijk is dat het religieuze revolutionaire vuur weer is opgelaaid. Met president Ahmadinejad als symbool. De auteur meent dat het land nu in een fase zit waarin er zich een machtsstrijd afspeelt tussen het leger enerzijds en religieuze revolutionairen van de tweede generatie anderzijds die – gesteund door radicale ayatollah’s die voor hun macht vrezen – terugwillen naar de radicale fase van de revolutie.

Arjomand noemt het terecht ironisch dat het revolutionaire leger, dat door Khomeini werd opgericht na de ontbinding van het leger van de sjah, er nu alles aan gelegen is om de status quo te behouden. Het leger heeft inmiddels vrijwel de hele economie onder controle, inclusief de lucratieve oliehandel en smokkel die de VN-sancties omzeilt. Het martelaarschap, een van de religieuze kroonjuwelen waar de revolutionairen op hameren is mooi, vinden de generaals. Maar het is meer iets voor anderen. Het goede leven blijkt de revolutionaire animo geen goed te doen, constateert Arjomand vilein, en hij wijst op het hoofd van de nationale zedenpolitie, generaal Reza Zare’i, die in Teheran in een bordeel werd aangetroffen met zes naakte prostituees die zich in gebed tot hem moesten richten.

Maar bij Ahmadinejad is het vuur nog lang niet gedoofd. Hij probeert met miljarden aan financiële steun de basiji’s – volksmilities die door Khomeini werden opgericht – aan zich te binden. Deze milities, zo toont Arjomand overtuigend aan, wisten in 2005 bij de presidentsverkiezingen zoveel stemmers te mobiliseren dat outsider Ahmadinejad won. Verder heeft de president de steun van Mojtaba Khamenei, zoon van de geestelijk leider Ali Khamenei. Mojtaba geldt als de aanvoerder van wat in het Perzisch bekend staat als aqazadehgan (zonen van de meesters), de klerikale elite die zeggenschap heeft over de alomtegenwoordige bonyads, religieuze stichtingen. Na de val van de sjah werden de bonyads opgericht om diens bezit onder de bevolking te verdelen. Inmiddels zijn ze tot economische conglomeraten uitgegroeid waarin miljarden omgaan. De concurrentie tussen deze elite en de militairen is moordend, terwijl de geestelijk leider tracht beide partijen aan zich te binden. Mocht de leider wegvallen dan neemt het leger de macht geheel over, voorspelt Arjomand. Ook dan is voor hervormers als Mousavi geen toekomst weggelegd.

Tot dat inzicht blijkt Mousavi’s rechterhand Atrianfar ook te zijn gekomen. Onlangs ontpopte Atrianfar zich op schijnprocessen tegen hervormingsgezinde leiders als een herboren hardliner. Hij klaagde hen aan, want het Westen had een complot gesmeed tegen Iran en gebruikte de hervormers als stroman. Het was tijd voor een nieuwe revolutionaire koers. Dood aan de hervormers, leve de islam!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden