Interview Raymond van Barneveld

Het rampjaar van Raymond van Barneveld: ‘Je moet eerlijk zijn: ik kan niet meer goed presteren. Bijna elke week gaat het mis’

Beeld Noël Loozen

Hij móét winnen, hij wíl winnen, maar ­tegelijkertijd is oud-wereld­kampioen darten Raymond van Barneveld alle geloof in een roemvol afscheid verloren. 

‘Het meest rampzalige jaar uit mijn leven’, noemt Raymond van Barneveld (52) zijn laatste jaar als profdarter – na het WK dat eind december begint, neemt hij afscheid. En uitgerekend dit jaar is hij gevolgd voor een boek, Game over, waarin alle rampen staan opgetekend. Op professioneel vlak: verlies op verlies, met als dieptepunt de Premier League afgelopen maart, waarna hij aankondigde acuut met darts te stoppen. Een besluit waar hij de volgende dag op terugkwam: Barney ging toch door. Ook privé gebeurde er van alles: een gewapende overval in huize Van Barneveld, een scheiding, een nieuwe liefde (niet helemaal in die volgorde) plus alle bijbehorende aandacht in de roddelpers. En Van Barneveld ís al niet de grootste optimist op aarde. Zinnen als ‘Echt jongens, het is afgelopen met mij’ duiken in het boek om de bladzij op.

Heb je het boek gelezen? 

‘Nee, en dat gaat niet gebeuren ook. Ik heb toch geen invloed op wat anderen, zoals mijn ex-vrouw, over mij hebben gezegd. Nou ja, misschien dat ik het boek nog wel ga lezen. We zitten 18 november bij Pauw en ik wil niet overrompeld worden door uitspraken die ik of iemand anders heeft gedaan.’

Ben je bang dat het confronterend is? 

‘Daar zit ik het meest mee, ja. Ik zit zwaar in voorbereiding voor het WK en ik denk dat het enorm gaat afleiden als ik alles teruglees, ga nadenken: mijn god, wat is er gebeurd. Ik ben altijd maar doorgegaan, doorgegaan, ten koste van anderen, geen verjaardag was ik erbij. Dus ook ten koste van mijn ex-vrouw, die mij keihard nodig had na die overval. En dan moet je je realiseren dat je er niet ben geweest voor haar. Dat vergeef ik mezelf nooit.’

Er zijn wel meer dingen die Van Barneveld zichzelf nooit vergeeft. Verliezen, met name; in Game over, waarvoor auteur Jasper Boks een jaar met hem meeliep en hem en talloze mensen om hem heen interviewde, gebeurt het desalniettemin keer op keer. De zelfhaat die Van Barneveld dan tentoonspreidt (‘Ik wil dood, dacht ik gisteren, wat stel ik nou eigenlijk nog voor?’) wisselt hij af met zelfspot, wat het boek bij vlagen tragikomisch maakt. Typerend is een scène in een uitgestorven meubelhal, waar Van Barneveld voor 4.475 euro twee uurtjes komt darten met klanten en tegen een vrouw die lukraak 48 gooit – een lage score - zegt: ‘Je speelt beter dan ik.’

Beeld Noël Loozen

Belangrijke bijrollen in het boek zijn er voor maat en manager Jaco van Bodegom en voor Van Barnevelds vrouw Silvia – aan het eind van het boek zijn ex. Bijna 25 jaar zijn ze samen geweest. Ze hebben drie kinderen, van wie de oudste, een zoon uit Silvia’s eerste huwelijk, voor nogal wat spanningen zorgt thuis: drugs, gevangenisstraf, foute vrienden. ‘Hij eruit of ik eruit’, zegt Van Barneveld op een gegeven moment.

Om het boek te promoten geeft hij interviews in zijn bedrijfspand in Den Haag, waar behalve een trainingsruimte met bar, dartborden en bekers, ook een vergaderzaaltje is. ‘Er werd me gevraagd: waarom laat je je zo diep in je ziel kijken voor een boek?’, zegt Van Barneveld daar met manager Van Bodegom naast hem aan tafel. ‘A: het contract was getekend, niet wetend dat het zo’n ongelooflijk klotejaar zou worden. Je hoopt op een mooi afscheid, je hoopt dat je al je fans gedag kunt zeggen op een positieve manier. Dat is niet helemaal gelukt.’

Er zijn erge dingen gebeurd, maar ook mooie: er komt een derde kleinkind aan, je hebt een nieuwe vriendin, de Engelse Julia. Waarom was het voor jou toch zo’n klotejaar? 

‘Ik ben dartspeler, dus daar draait het om. Natuurlijk, ik ben superverliefd en dat er een kleinkind op komst is, is helemaal top, maar uiteindelijk wil je dit jaar toch positief afsluiten door een greep naar die wereldtitel te doen. Is dat realistisch als nummer 37 op de wereldranglijst? Nee, dat is totaal niet realistisch.’

Raymond van Barneveld is vijfvoudig wereldkampioen darts en won daarnaast nog tal van andere belangrijke toernooien. Zijn laatste grote individuele titel, de Premier League, won hij in 2014. Vorig jaar lag hij er bij het WK in de eerste ronde al uit tegen een darter die op nummer 108 van de wereldranglijst stond. In de Premier League in maart verloor hij twee keer met 7 – 1 van Michael van Gerwen (30), de nieuwe grote Nederlander in de dartsport, op de wereldranglijst nummer 1.

Van Barneveld, hoofdschuddend: ‘Niks lukt. Precies in dit laatste jaar degradeer ik in de Premier League, dat was nog nooit gebeurd. Waarom?’

Raymond van Barneveld tijdens de persconferentie van de Premier League Darts. Beeld ANP / Remko de Waal

Ja, waarom? 

‘Geen idee. Ja, het management zei: luister, je bent in love en dat was eigenlijk verboden op dat moment, want ik was nog steeds getrouwd. Dus er was veel gezeik.’

Het management, naast hem: ‘Het kwam ook uit, hè, van Julia, precies tijdens de Premier League.’

Van Barneveld: ‘Ja, toen kwam het uit. Dus kinderen overstuur, vrouw overstuur, dat was allemaal niet leuk. Maar je moet ook eerlijk zijn: ik kan niet goed meer presteren tegen de top-10 van de wereld. De top is enorm veel breder dan vroeger en die gasten zijn zo verschrikkelijk goed, zo constant geworden. Bij mij gaat het vrijwel elke week mis.’

En dan ga je kapot. 

‘Als ik verlies is het alsof er een dierbare van me is overleden. Die pijn, dat verdriet, dat voel ik intens, ja, dat is dus wekelijks. Je faalt. Je schaamt je kapot tegenover je familie en je vrienden. Ik vind van mezelf dat ik nog steeds zou moeten kunnen meedraaien met wereldtop, maar joh, dat is al vijf jaar niet meer zo. Het plezier in spelen raak je kwijt, de motivatie raak je kwijt, je staat weer in kleine vloertoernooitjes waar je eigenlijk niet wil zijn. Jaco zag natuurlijk ook dat het een lijdensweg werd, dus hij zei vorig jaar november: moet je na volgend jaar niet eens stoppen, want zo meteen doe je jezelf of een ander nog wat aan. Dat hele dartsgebeuren hangt als een...’

Van Bodegom: ‘...een zwaard van Damocles.’

Van Barneveld ‘Ja, nee, als een juk om me heen. Ik heb de laatste jaren het gevoel dat er acht man aan mijn arm hangen als ik sta te gooien, zo veel stress en druk ligt erop. En ik krijg het niet meer goed. Er is maar één medicijn en dat is winnen, maar wat ik ook probeer, dat gebeurt niet meer.’

‘Mensen zeggen: je bent zo hard voor jezelf. Dan zeg ik: zo ben ik gemáákt. De hele maatschappij is alleen maar bezig met winnaars en verliezers. Moet je je voorstellen: ik kom in 2007 bij mij de straat inrijden nadat ik het WK had gewonnen, er staat drie-, vierhonderd man. Er is een patatkraam, mijn koffertje wordt gedragen, het is één groot feest. Twee jaar later word ik tweede en er staat niemand, hoor. Tweede is the first loser’s place.

Een warm onthaal door buurtgenoten in de Haagse IJsselstraat, na de eerste WK-titel. Beeld ANP

‘Jack van Gelder zei tegen me: man, je bent vijf keer wereldkampioen, wees nou eens trots op jezelf. Maar dat is geweest, daar heb ik niks aan, het gaat erom dat je nú wint. Dit weekend’ – het interview vindt plaats op 24 oktober – ‘is het EK. Dat ik mezelf daarvoor niet gekwalificeerd heb, vergeef ik mezelf dus nooit. Dan zegt een ander: dan had je ook maar alle toernooitjes moeten spelen, meneer Van Barneveld. Ja, maar ieder mens heeft recht op vakantie. Dus ik ben drie weken weg geweest.’

In het boek zeggen een aantal mensen, onder wie Jaco: Raymond had wel wat harder kunnen werken. 

‘Dat klopt, ja, maar dan kan ik zeggen: dan hadden ze harder op moeten treden. Het werkt altijd twee kanten op. Je kan mij wel de schuld geven, maar je bent niet voor niks manager, dan moet je op een gegeven moment opstaan en zeggen: het is potverdomme klaar.’

Je hoort het, Jaco. 

Die glimlacht, zegt: ‘Ja, ja.’

Van Barneveld: ‘Als je in een astrologieboekje gaat kijken: ik ben Schaap in de Chinese horoscoop. En wat doet een schaap? Dat staat stil in de wei, dat moet vooruit geduwd worden door een herder. Dat heb ik nodig, iemand die me een tik op mijn reet geeft, een schop onder mijn hol.’

‘Darts is mijn kind, daar heeft mijn hele leven al mijn passie in gezeten. Dat zet je niet zomaar aan de kant.’ Beeld Noël Loozen

Kun je dat niet zelf, jezelf een schop onder de kont geven? 

‘Ik krijg het niet voor elkaar. Maar ik kan ook niet tegen vaste patronen, hè. Ik heb een tijdje gemediteerd en dat werkte wel, maar ga je tegen mij zeggen: je moet elke dag 20 minuten mediteren – dat gaat niet. Ook zoiets: ik heb een mooi drumstel gekocht, elke maandagavond zou ik les krijgen. Maar ’s middags dacht ik al: komt die gozer vanavond weer voor de drumles, ik heb helemaal geen zin. Want dat is weer moeten. En moeten gaat niet werken bij mij.’

Jij hebt het altijd al meer van je talent moeten hebben dan van je arbeidsethos, toch? 

‘Ja, en dat breekt me nu op.’

Want hoeveel traint een darter? 

‘Dat is verschillend. Er zijn er, die gooien zes uur per dag, en anderen een uurtje.’

En jij? Dat uurtje? 

‘Nee, dat haal ik niet meer. Ik weet niet of dat nou ook veel uit zou maken, maar het zou voor mijn zelfbeeld beter zijn. Dat je weet: de voorbereiding zit goed.’

1999: aankomst bij de WK darts na de eerste keer winst van Raymond van Barneveld. Beeld ANP

En nu? Sta je met zenuwen te gooien? 

‘Het komt voor dat ik relaxed sta in te gooien en moet ik het podium op, dan krijg ik opeens ijskoude handen. Komt door de diabetes die ik heb, trillingen, slecht zicht, maar natuurlijk is dat stress. Je moet bij darts zo min mogelijk nadenken. Vroeger gooide ik gewoon, nu is het alleen maar denken, denken, denken. Bang om af te gaan, bang om te falen, en als je daar bang voor bent, ja, dan gebeurt het allemaal. Dan zeggen mensen: je moet naar een sportpsycholoog. Nou, neem van mij aan: hoe goed die mensen ook denken te zijn, zij zorgen er ook niet voor dat de Michael van Gerwens van deze wereld geen twaalfdarters meer gooien tegen jou. Je kan hele praatsessies hebben voor 100, 150 euro, maar als je die avond weer met 6-5 verliest, dan is dat weggegooid geld.’

Toch heb je nogal wat hulp gezocht, begreep ik. Wat allemaal? 

‘O, alles. Haptonomie, hypnose, EMDR, wat hebben we nog meer gedaan?

Van Bodegom: ‘Emotherapie of zo? Die Martin?’

Van Barneveld: ‘Emotherapie, ik heb alles gedaan. Niks werkt.’

Je haalde ook een testosteroninjectie, las ik. 

Van Barneveld: ‘Ben ik ook alweer vanaf. Want ik wil mezelf niet injecteren, en dan ben je van iemand afhankelijk die net op vakantie gaat, dat schiet allemaal niet op. En of het nou gewerkt heeft? Ik weet het niet.’

Van Bodegom: ‘Het probleem met Ray is: als hij een keer verliest, ziet hij meteen het nut niet meer in van de sportpsycholoog of de testosteron, of waar we ook mee bezig zijn. Maar soms gaat het om de lange adem. Ik geef hem altijd het voorbeeld van zijn beugel: die heb je ook negen maanden laten zitten. Als hij die na drie weken eruit had gehaald, had hij er niks aan gehad. Nu heeft hij een prachtgebit, hij is er helemaal blij mee. Overal staat hij lachend op de foto.’

Je hebt een beugel genomen, een haartransplantatie gehad. In het boek zeg je dat die uiterlijke veranderingen voor je vrouw Silva niet hadden gehoeven: ‘Ze is natuurlijk bang om haar man te verliezen.’ Jullie zijn uit elkaar, dus haar angst was terecht?

 ‘Ja, ze had natuurlijk ergens een punt. Kijk, ik heb mijn hele leven nooit het gevoel gehad dat iemand mij zag staan. Ik was een heel apart kind vroeger, heel verlegen, had geen vriendjes en vriendinnetjes. Ik zat altijd in mijn eentje, bang om uitgelachen te worden in de klas. Het heeft ook met een stukje opvoeding te maken. Ik heb dingen meegemaakt als kind zijnde... Het heeft gewoon nooit meegezeten.’

Wat voor dingen? 

‘Nou, daar heb ik niet zo snel voorbeelden van. Gezakt voor zwemdiploma’s, onvoldoendes voor tuinieren op de lts.’

Je vader had een kwade dronk, heb ik gelezen. Dat was niet makkelijk. 

‘Klopt. Ik heb niet zoveel zin om dat allemaal op te rakelen, maar natuurlijk word je gevormd door je vader en je moeder, als kind weet je niet beter dan hoe het thuis is. Ik zat altijd boven. Pas toen ik begon te darten, kwam ik wat meer in de mensenwereld terecht. Maar ja, door die dartcarrière, heb ik ook weer van alles overgeslagen, dus ik denk wel dat ik de afgelopen jaren veel aan het inhalen ben geweest. Het is niet alleen maar dat haar en die tanden, ik ben ook 35 kilo afgevallen, hè. Ineens krijg je complimentjes. Mensen zeggen: hee, daar staat een heel andere vent. Ook op social media, en we weten allemaal wat dat met je doet.’

Je hebt Julia via Instagram leren kennen, toch? 

‘Ja, zij reageerde op een foto van mij. Maar zij zat toen nog in een relatie, dus het contact hield al snel op. Maanden later was zij van haar vriend af en toen kwam ik haar tegen tijdens een dartsdemonstratie in Southampton.’

Je had haar daarvoor uitgenodigd, las ik, nadat je een foto in bikini van haar zag. 

‘Ja, dat is zo, maar toen deed ik in feite al mijn eigen ding thuis. Ik hield al geen rekening meer met Silvia, want ik was er klaar mee. Ik ging naar huis omdat ik daar toevallig woonde, maar Sil zat hier op een stoel en ik zat daar op de bank en dan zaten we allebei op onze telefoon de hele avond. Dan ga je denken: is dit nou het leven? Ik had zoveel pijn en verdriet, ik had geen zin om nog dertig jaar zo door te gaan. Ik ben gegroeid de afgelopen jaren, ik ben bij wijze van spreken van level 5 naar level 25 gegaan. Silvia niet, met alle respect.’

‘Het verdient geen schoonheidsprijs, dat is natuurlijk zo. En iedereen zegt: Silvia is zo’n lieve vrouw. Maar niemand ziet wat er achter de schermen gebeurt. Een verslaafde zoon, geld dat verdwijnt, een vrouw aan de alcohol, twee keer naar een kliniek waar ook een hoop geld naartoe gaat zonder dat er iets verandert. Dat zijn toestanden, joh, je wordt helemaal gek. Wat je in het boek leest, is nog maar tien procent.’

Van Bodegom: ‘Wat Ray meemaakt, ik zit soms met de tranen in mijn ogen. Ik zeg weleens: dat jij überhaupt nog kunt darten. Het gaat nergens meer over wat hij allemaal voor zijn familie heeft gedaan.’

Van Barneveld: ‘Silvia krijgt gewoon netjes de helft van alle centjes de komende twaalf jaar. Het gaat nu trouwens enorm goed onderling. Ik hoop dat dat zo blijft. Ik heb ze wel gewaarschuwd thuis: jongens, door dat boek komen er interviews, ga nou niet op je achterste benen staan, want je roept zelf ook van alles.’

2005: Raymond van Barneveld samen met echtgenote Silvia, na zijn vierde wereldtitel. Beeld ANP / Robert Vos

Silvia zegt: ik ben aan de drank geraakt door alle verhalen over vreemdgaan. En nadat ze met een pistool op haar hoofd was bedreigd door overvallers in een nacht dat je niet thuis was: Raymond heeft me niet gesteund. 

‘Twee dagen na de overval gingen we naar Amerika, een roadtrip met z’n drieën, Jaco was er ook bij. Af en toe had ze een terugval en dan probeer je er te zijn. Maar omdat ik ook in mijn hoofd constant bezig ben met carrière, carrière, carrière, was dat niet genoeg, nee. Dan ben je er niet voor je vrouw. En dat spijt me enorm, maar aan de andere kant: ik kan haar niet helpen in dat verwerkingsproces.’

Van Bodegom: ‘Ray zei steeds als ze wilde praten: ik kan je niet helpen, je moet hulp zoeken. Maar dat wilde ze zelf niet. Dus ik vind niet in dat hij daar steken heeft laten vallen.’

Inmiddels is Silvia van de drank af en tot het geloof gekomen. Hoe kijk je daartegenaan? 

Van Barneveld: ‘Ze moet doen waar ze zich prettig bij voelt. Kijk, negen van de tien mensen zullen zeggen: ze is niet goed bij haar hoofd, maar als zij er happy mee is, heeft ze mijn zegen.’

Ze is aan het eind van het boek ook milder, zegt: je hoort mij niet zeggen dat Julia een golddigger is. Maar ondertussen is het woord toch gevallen.

 ‘Daar praat ik natuurlijk ook met Julia over: mensen zullen altijd zeggen dat je een golddigger bent. Maar zij heeft in de elf maanden dat we bij elkaar zijn nog nergens om gevraagd, dat durf ik te zweren op mijn kleinkinderen. Als ik nieuwe schoenen of een jurk voor haar wil kopen, moet ik dat echt pushen, zij loopt net zo makkelijk in een jurkje van de Primark van 12 pond. Sterker: ze neemt mij mee voor een dagje Parijs en dan wil ze alles betalen, terwijl het eigenlijk niet kan. Ze werkt keihard als supervisor in de Londense metro. Soms draait ze een dubbele dienst en staat ze zestien uur op haar benen om maar een dag eerder bij mij te kunnen zijn. Ben je dan een golddigger?’

‘Ze is 34, maar ze heeft meer ervaring met relaties dan ik. Voor mij is ze pas de derde. Ik ben heel trots op haar, ze is gewoon een knappe vrouw met alles erop en eraan wat ik altijd wilde.’ Somt op: ‘Ze heeft een mooie lach. Ze heeft humor. Ze houdt van voetbal, ze houdt van reizen, ze houdt van lekker eten. Het is ook geen moeilijke eter, ze probeert van alles.’

Van Bodegom: ‘Ze is intelligent.’

Van Barneveld: ‘Ze is intelligent, ja, maar daar moet je mee oppassen, want dan ben ik weer bang dat mensen zeggen: is Sil dat dan niet? Silvia is ook intelligent, maar Julia is het op een andere manier, die denkt mee met dingetjes. Ze rookt niet. Ze heeft geen kinderen. Ze wíl geen kinderen. Nou, dat maakt haar voor mij tot het perfecte plaatje. Het liefst wil ik dat ze uiteindelijk naar Nederland komt. En er liggen plannen om over vijf of tien jaar, als de kleinkinderen wat groter zijn, lekker een villaatje in Spanje te kopen om in de zon te zitten.’

Kan dat nu nog niet? Je hebt alleen al 4 miljoen aan prijzengeld bij elkaar gespeeld. 

‘Ja, maar dat moet je zo zien: dat is een bak spinazie. Als je die in een pan doet op het vuur, blijft er niks van over. Ten eerste gaat er 52 procent belasting vanaf, wees maar niet bang, die komen ook bij meneer van Barneveld aan de deur. Ten tweede heb ik natuurlijk mijn leven lang onkosten gehad. Vliegreizen, hotels, ook voor het management, inschrijfgelden voor toernooien, dat betaal je allemaal zelf.’

Iets later: ‘Als je ziet wat die jonge gasten nu aan prijzengeld verdienen... Met mijn eerste wereldtitel won ik 32.000 pond, dat is nu een half miljoen. Dan kan iedereen wel zeggen: je hebt een prachtige carrière gehad, je hebt het darten op de kaart gezet in Nederland, maar wat koop ik daarvoor? Als ik in de supermarkt bij de kassa sta, krijg ik gewoon te horen: dat is 100 euro meneer. Dan kan ik nog zo hard zeggen dat ik vijf keer wereldkampioen ben, ik moet toch echt afrekenen, hoor.’

Raymond van Barneveld na zijn partij tegen Michael van Gerwen tijdens de Premier League Darts in Ahoy, dit jaar. Beeld ANP / Bas Czerwinski

Is dat een grote frustratie van je, dat darters nu zoveel meer verdienen dan toen jij al die prijzen won? 

‘Vind je het gek, als je 35 jaar je ziel en zaligheid in het darten gelegd hebt en je ziet aan het einde van je carrière wat voor een bedragen er nu in omgaan? Ik heb het helemaal niet slecht, met sponsorgelden en clinics pak je ook leuke bedragen mee, maar natuurlijk is dat een frustratie.

‘Als ik een demonstratie doe met Michael van Gerwen waar mensen tegen betaling met je op de foto gaan, dan doe ik dertig foto’s, maar Michael doet er tachtig. Dan kun je denken: huh, ik ben toch vijfvoudig wereldkampioen? Maar dat is elf jaar geleden, mensen lopen je voorbij. Michael is de man.’

Dartskenner Jacques Nieuwlaat zegt in het boek: Van Barneveld is de gunfactor een beetje kwijt. En Jaco zegt: je moet wat meer likeable worden. 

‘Dat klopt, ja, omdat ik gewoon heel erg negatief ben, natuurlijk, en depressief, dat ook. Mensen snappen dat niet, die zeggen: wat heb jij nou te klagen, kijk eens wat je allemaal hebt gepresteerd. Maar ik leef niet in het verleden. Ik wil nú winnen, ik wil nu dat prijzengeld. Maar ik geloof er niet meer in. Wat ik ook probeer, andere pijlen, met bril, zonder bril, het maakt geen reet meer uit.’

En een drankje voor de wedstrijd om wat kalmer te worden? 

‘Daar mogen we van de bond niet over praten. Als ik hier iets ga roepen over alcohol heb ik een groot probleem.’

Anti-depressiva? Heb je die wel eens gebruikt? 

‘Nee. Wij hebben ook gewoon een dopinglijst, volgens mij word je dan geschorst. Maar nu ik stop, zou ik daar eens met een dokter over kunnen praten. Misschien is het een optie, want ik heb zo’n ongelooflijke hekel aan mezelf, dat komt niet zomaar goed.’

Geldt die hekel vooral voor de darter of ook voor de man die je bent?

 ‘Nee, dat heeft wel alles te maken met darts. Maar daarnaast maak ik privé ook dingen mee waarvan je denkt: hoe is het mogelijk, dit kan alleen mij gebeuren. Ik land een paar maanden geleden met vier collega’s in Manchester en wat denk je? Hun koffers komen aan en mijn koffer zit er niet bij. Het is echt bizar. Ik sta drie kwartier in de rij voor een attractie in Eurodisney en als ik aan de beurt ben, stopt die attractie ermee. Dat soort kleine dingen, dat overkomt mij alleen.’

Dat overkomt iedereen voortdurend. 

‘Nee, nee, daar geloof ik niets van. Dat soort dingen gebeuren mij dagelijks, het is niet normaal.’

Is het niet ook een beetje een pose, dat zelfbeklag?

‘Nee, want het is de realiteit. Mijn huis, ook zoiets, net verbouwd en het staat alweer te verzakken. Een ander zal zeggen: waar maak je je druk om, maar mijn jacuzzi staat recht op zijn kant.’

‘Ik kan van sommige dingen de humor wel inzien, maar het leidt allemaal zo verschrikkelijk af. En Jaco kan wel zeggen: hou het positief, maar wat is er dan positief? Het is niet schoon in mijn hoofd, de scheiding is nog niet rond, er is zoveel gezeik. Het is enorm moeilijk om met die last zometeen een WK te spelen.’

Je dekt je van te voren in.

 ‘Helemaal niet. Een wereldtitel is niet realistisch, maar het kan wél als ik vanaf nu verder alles laat wijken. Ik heb al aangegeven bij het management: niets meer inplannen, geen radio-interviewtje, niks.’

En als het niet lukt is er altijd nog het boek. Waarom verschijnt dat eigenlijk voor het WK en niet erna? Dan had de ontknoping erin gekund. 

‘Nee, je wil natuurlijk dat het boek goed gaat lopen, en zo pak je verschrikkelijk veel extra aandacht mee. Naar het WK kijken een miljoen mensen en je hoopt dat elke avond twee, drie keer dat boek omhoog gaat in de studio: koop dat boek van Barney, win dat boek van Barney. Meteen weer: ‘Maar ik weet niet of het wel gaat lopen. Wie niet wint, doet er niet meer toe.’

Had je niet al eerder moeten stoppen? Dit laatste jaar niet meer moeten doen?

‘Misschien, ja, maar darts is mijn kind, daar heeft mijn hele leven al mijn passie in gezeten. Dat zet je niet zomaar aan de kant.’

Van Bodegom: ‘Door vorig jaar november bekend te maken dat het Rays laatste jaar werd, hebben we zelf de regie in handen genomen. Er zijn wildcards voor toernooien gekomen, er is een boek, jij zit hier nu ook omdat we hebben aangekondigd: na het WK stopt Raymond van Barneveld definitief. Je wil niet dat zijn carrière als een nachtkaars uitgaat.’

Maar gebeurt dat nu niet toch? 

Van Barneveld: ‘Ja, dat klopt. Dat klopt. Ik kon ook niet weten dat het zo’n dramatisch slecht jaar zou worden. Ik kan het niet goed verwerken voor mezelf.’

Zou je weer darter worden als het over mocht doen? 

‘Ja, want het heeft me veel gebracht. Ik ben nog niet financieel onafhankelijk, maar ik kan er goed van leven, ik kan lekker uit eten, ik kan op vakantie als er zometeen meer tijd is.’ Verrassend opeens: ‘Ik heb een fantastisch leven. En dat heb ik met mijn eigen handjes opgebouwd.’

Het boek Game over door sportjournalist Jasper Boks ­verschijnt 19 november bij ­uitgeverij Inside.

Beeld ANP

CV Raymond van Barneveld

1967 Geboren in Den Haag

1984 Eerste winst: de Rotterdam Open.

1995 Eerste finale The Embassy, het wereldkampioenschap voor de British Darts Organisation (BDO)

1998, 1999, 2003 en 2005 Wereldkampioen voor de BDO, de dartbond waarbij Van Barneveld is aangesloten

2006 Verliest laatste BDO-finale, stapt over naar een andere bond, de Professional Darts Corporation (PDC)

2007 Wereldkampioen PDC door rivaal Phil Taylor te verslaan.

2014 Eindwinnaar Premier League dankzij onder meer zeges op Taylor en Michael van Gerwen.

Raymond van Barneveld wint bovendien tal van andere toernooien, waaronder drie maal het landentoernooi World Cup of Darts samen met Michael van Gerwen. Voordat hij prof werd was hij postbode in Den Haag. Van Barneveld was bijna 25 jaar getrouwd en heeft sinds 11 maanden een nieuwe relatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden