Het rad draait, maar de hamster is afwezig

Poëzie Er wordt veel en prachtig gedroomd, in de nieuwe dichtbundel van K. Michel...

In de poëzie van K. Michel (pseudoniem van Michael Maria Kuijpers, 1958) en zeker ook in zijn vijfde bundel in twintig jaar, Bij eb is je eiland groter, wemelt het van de zinnetjes en strofen die zich in hun kraakheldere ongrijpbaarheid onherroepelijk in je geheugen griffen.

Zoals in het gedicht met de titel die je niet direct uit het hoofd kent, maar die wel memorabel is, namelijk: ‘Na een avondlang televisiegesprek met de bioloog Tijs Goldschmidt droom ik dat ik zittend op een houten veranda met zijn regenstem “Darwins Blues” neurie’:

Van de rijke lading spoelt

later een accordeon aan

een plastic rode die op de waterlijn

heen en weer getrokken zeurt

Een schitterend, uit de hemel gevallen beeld, dat steeds meer lijkt te willen gaan betekenen. Zo is het verleidelijk met enige bombarie vast te stellen dat we hier nu een prachtige metafoor zien voor hoe deze dichter tegen zijn eigen gedichten aankijkt. Maar als er iets is dat Michels lichtvoetige, niet graag boven zijn theewater rakende poëzie snel duidelijk maakt, dan is het wel dat er over gewichtige thema’s en ernstige kwesties als de dichterlijke poëtica vooral niet te pontificaal gedaan moet worden.

Over droombeelden (en deze zeurende accordeon is een droombeeld) – valt op allerlei manieren na te denken en in ‘bolle volzinnen’ te oreren, maar uiteindelijk blijven het betekenisloze, toevallige voortbrengsels van een ‘traagmalend hoofd vol ruis’.

Intussen zit die accordeon natuurlijk wel in het hoofd van de lezer, en klinken er uit dat vrolijk rode plastic gezeur van deze bundel voordurend onderwerpen op als de evolutie, de klimaatverandering, het immigratievraagstuk, een dementerende moeder of het verschijnsel tijd. Al is het dan in pretentieloze deuntjes als een toespraak tegen een poes, een stoelendansje of een galmend ‘Douchelied’: nee na/ levenslange studie heb ik/ deze ochtend/ ingezien/ tijdens het zingen/ onder de douche/ de tijd/ verstrijkt ja/ maar bestaat niet // oho/ aha/ oh/ ah.

Veel wakker gelegen, geslapen en prachtig gedroomd wordt er in Bij eb is je eiland groter, vooral in de eerste helft. Er staat zelfs een aandoenlijk en veelbetekenend ‘Slaapliedje’ in:

als de mensen slapen chrisje

zijn ze van bomenhout

klop zachtjes tik

tok op de zijkant

en als het toeval wil

doet iemand het donker open

kun je door het bos

van de dromen lopen

Als een langzaam, niet goed lukkend wakker worden leest de bundel als geheel, waarbij de dichter zich niet minder de ogen uitwrijft om zijn bevindingen in waaktoestand dan om die in zijn halfslaap. Lijkt het aanvankelijk vooral te gaan om het onbevattelijke en ongerijmde van al het zich toevallig aan hem voordoende – naarmate de bundel vordert sluipt er een kregelige verbazing in over het verbeeldingsloze en plompverlorene dat de wereld bevolkt en bestiert.

Met smaak worden clichépraatjes opgedist waarmee de politiek, de kranten en de televisie dagelijks onze hoofden vol regenen:

Cultuur verrijkt eenieders leven

sport versterkt wederzijds de banden

Maar naast rechten gelden plichten.

Het ‘Hoofd van de regering’ wordt als volgt gekarakteriseerd:

Kijk je diep in zijn ogen

Dan zie je: het rad draait

Maar de hamster is afwezig.

Tegenover de algehele versuffing en het eendimensionale aplomb waartoe hedendaags wakker Nederland maar al te makkelijk verleidt, werkt Michels dromerige en verwonderd-montere ‘lala oho, aha oh ah’ als een verkwikkend stortbad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden