Het raadsel van alles wat leeft

Meesterlijke verdediging van de evolutietheorie voor jongeren. Met goud op snee en schitterend geïllustreerd

Een op de vijf Nederlanders gelooft in het scheppingsverhaal, blijkt uit opinie-onderzoek van Synovate. En aangezien drie op de vijf vertrouwen op de evolutieleer, twijfelt dus bijna de helft van ons land aan een van de meest succesvolle ontdekkingen van de moderne wetenschap.

Reden voor Jan Paul Schutten (Gouden Griffel 2008) om de evolutietheorie vurig te verdedigen in Het raadsel van alles wat leeft. Hij gaat daarmee een stuk verder dan de principes uitleggen, want dat hebben anderen al genoeg gedaan. Voor vijanden en fans van de evolutie zijn er prangender vragen. Hoe weten we dit eigenlijk allemaal? En hoeveel bewijs is er nodig om een theorie waar te maken?

Het goede van Schutten is dat hij in zijn dikke meesterproef als schrijver van informatieve boeken de overweldigend rijke werkelijkheid ook overweldigend rijk laat zijn. Je stap voor stap voorstellen hoe dode materie 'zomaar' tot leven kon komen en hoe er in honderden miljoenen jaren uit bacteriën makrelen, merels en mensen zijn ontstaan, is namelijk zo makkelijk niet.

In Het raadsel van alles wat leeft trekken eeuwigheden in duizelingwekkende vaart aan de lezer voorbij. Ook als er op strategische plekken wordt vertraagd, blijft het tempo hoog: zelfs aankomende gymnasiasten zullen er even voor moeten gaan zitten als Schutten begint te jongleren met getallen en praktijkvoorbeelden en zich via eindeloos veel fossielen en onderzoeken een weg baant door de Darwinvinken, DNA en RNA, seksuele selectie en zelfzuchtige genen.

Maar daarna bekijk je de wereld wel met andere ogen. Wij bestaan potdorie pás 200 duizend jaar! We stammen helemaal niet af van de apen. En de werkelijke winnaars van de evolutie zijn niet wij, maar eencelligen, die zich onvoorstelbaar veel generaties suf hebben moeten delen om zoiets briljants uit te vinden als de flagellum, het buitenboordaandrijfzweepje waarmee het wilde leven pas echt begon.

In al dat enthousiasme schuilt wel een kleine zwakte. Om veel mensen te bereiken, moet de auteur toeteren, grapjes verzinnen en objectieve dingen zo persoonlijk mogelijk vertellen. Vaak pakt dat goed uit, soms schiet Schutten door. Vaststellen dat het knap is dat bepaalde bacteriën kunnen overleven in giftige, dodelijk hete of juist ijskoude poelen is wel erg vanuit de mens gedacht: voor die bacteriën is die poel helemaal niet giftig, heet of koud en daar draait het in de evolutie nu net om.

Apert onjuist is zijn emotionele uitroep bij het afronden van zijn betoog: 'een theorie kan ook een vaststaand feit zijn'. Daar ziet hij een eeuw wetenschapsfilosofie en in elk geval Karl Popper over het hoofd. Een theorie is nooit een feit. Het debat over de evolutieleer is niet voor niets zo lastig.

Misschien moet Schutten maar gauw aan een wetenschapsfilosofisch vervolg beginnen. De tijd is er rijp voor: goed geschreven non-fictie is in trek. Het genre krijgt steeds meer aandacht en prijzen, de roep om jongeren gewoon weer kennis bij te brengen, klinkt al harder en in de media koketteren bekende Nederlanders met bekende wetenschappers.

Het raadsel van alles wat leeft bewijst dat succes alleen al in zijn prachtige vorm, gul gefinancierd door een bevlogen uitgever en indrukwekkend geïllustreerd door nieuwkomer Floor Rieder. Verscheen het debuut van Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (Houtekiet, 2001) nog in een goedkoop vormgegeven paperback, iets meer dan tien jaar later is een kloek informatief boek over hetzelfde onderwerp met linnen band en goud op snee al op de dag van verschijnen op tv. Terecht, want het is een van de mooiste kinderboeken in jaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.