Het raadsel blijft intact

Een man kiest zich een vrouw, of andersom, een biograaf kiest een onderwerp. Waarom deze ene? Verwantschap, bewondering, een 'zeker weten' als bij blikseminslag - het kan allemaal....

Rob Molin (1947), biograaf van Adriaan Morriën (1912-2002), doet datniet in het ultrakorte 'Vooraf' waarmee zijn boek Lieve rebel opent. Hetwas in 1965 liefde op het eerste gezicht voor de auteur met de 'borende entegelijk dromerige blik' wiens werk hem vanaf de eerste bladzijde 'greep'.Na 'jarenlange omgang' met de schrijver werd hij zijn biograaf, 'uitbewondering'. Die motivatie is te mager voor wie niet op voorhand zogegrepen is als de biograaf.

Adriaan Morriën speelde ruim zestig jaar een belangrijke rol in hetNederlandse literaire leven. Hij beoefende alle literaire genres, poëzie,toneel, verhaal, essay, behalve dat ene genre, de roman. De grote romanover zijn gereformeerde jeugd in het vissersplaatsje IJmuiden, waarin hijde immense, onvervulde liefde voor zijn moeder zou bezingen, de romanwaaraan hij tientallen keren begon en waarop zijn uitgevers decennialangwachtten - die is er nooit gekomen.

Broodschrijver, dat was Morriën ook. Bijna zijn leven lang was hijcriticus, onder meer voor Het Parool en Vrij Nederland. Hij was redacteurvan de tijdschriften Criterium, Libertinage en Tirade en redigeerdejarenlang Literair paspoort, waarin hij talloze buitenlandse schrijversintroduceerde. Hij had intensief contact met de Duitse schrijvers van deGruppe '47, zoals Martin Walser en Hans Werner Richter. Hij vertaaldestapels boeken uit het Frans en het Duits - onder meer de eerste delen vanhet verzameld werk van Sigmund Freud. Uit puur enthousiasme stimuleerde hijveelbelovend talent, zoals de dichter Hans Lodeizen, en ook ene WimHermans, die vergeefs leurde met zijn romans. Hij gaf les aan studentenvertaalkunde en pikte ook daar jong talent eruit. Daarnaast was hij drukin de weer als literair 'vakbondsman': hij ijverde voor een beteresubsidiëring van schrijvers en vertalers, inspanningen die in 1965 beloondwerden met de oprichting van het Fonds voor de Letteren.

Eminent - dat woord is niet overdreven. Molin tekent al die waardevolleactiviteiten nauwkeurig op. In kordaat wandeltempo trekken we door eenleven van bijna één eeuw, van maand tot maand. Behalve alsberoepsliterator zien we Morriën als family man én beroepsminnaar: eenlange stoet van vrouwen en meisjes trekt voorbij, de een nog aanminnigeren gekneusder dan de ander, naarmate hij ouder werd steeds jonger ennaïever, maar geen van allen zo lief als zijn moeder, zijn grote liefdeLotus en zijn teerbeminde dochters. Tussen het onvermoeibaar aaien enzoenen door heeft de dichter last van akelige ziektes, aanvallen vanmoedeloosheid en langdurige depressies.

Er lijkt weinig aan Molins oog ontsnapt. Die drang tot volledigheid isbewonderenswaardig, maar komt de leesbaarheid helaas niet ten goede. Allesdreunt maar op dezelfde geluidssterkte voorbij; een reisje naar de Ardennenlijkt van eenzelfde belang te zijn als een nieuwe dichtbundel of een versebedgenote.

Molins geduldig registrerende aanpak leidt tot een gebrek aanhiërarchie. Hoofdstuktitels als 'Wijkende kimmen' en 'Een onrustig hart',zeer geschikt voor Slauerhoff-gedichten, zijn nauwelijks ijkpunten. Traageet Molin zich een weg door een luilekkerland aan wetenswaardigheden, geputuit brieven, gesprekken en dagboeken. Nergens stapt hij uit de tredmolenom stil te staan bij een dilemma of ongerijmdheid.

Na zeshonderd pagina's is er geen twijfel mogelijk: zó was het levenvan Adriaan Morriën. Maar wat vindt debiograaf van deze man, van ditrommelige oeuvre, van dit versnipperde leven? Molin spreekt zich in ditboek zelden rechtstreeks over zijn onderwerp uit. We moeten het doen metde mededeling, in het voorwoord, dat Morriëns 'raadselachtigheid (...) totop zekere hoogte intact is gebleven'.

Er zijn wel een paar hamvragen. Was Morriën, zoals hij zelf dacht,miskend? Nooit haalde hij de hoge oplagecijfers van de schrijvers die hijin het zadel hielp, zoals Hermans en Wolkers. Ten onrechte? Als dichteroogstte hij lof om zijn directheid, en zijn zuivere gevoel voor taal enbeeldspraak. Maar de Vijftigers, die hem als criticus waardeerden, vondenhem bepaald geen rebel, eerder een dichter van het 'kleine geluk'.

Is het een jammerlijk gemis dat zijn langverwachte roman nooit isverschenen? Kwam Morriën door zijn broodschrijverij niet aan het echtewerk toe, of vluchtte hij in redactioneel kruimelwerk? Andere mogelijkheid:hij is bij uitstek de schrijver van het kleine en het onaffe, zoals deminiatuurtjes die hij aan het eind van zijn leven schreef, over dons in eenvrouwenhals, een lelieblank polsje of twee futen die een nestje bouwen.Molin oordeelt niet.

En dan zijn er nog wat persoonlijke twijfelachtigheden. Een akkefietjemet W.F. Hermans, eind jaren veertig, kon Morriën zijn leven lang eenschuimbekkende woede bezorgen. Hermans verweet Morriën dat deze hettijdschrift Criterium, waarvan zij beiden redacteur waren, had'verkwanseld' door in te stemmen met een fusie met Libertinage. Morriënging naar de nieuwe redactie, Hermans keerde hem de rug toe. Morriën zoulater beweren dat Hermans een overschat auteur was en een pathologischegelijkhebber. Hermans schreef over Morriën: 'Alle schandaaltjes en al hetblijmoedig getrippel en getrappel (...) dienen slechts om te verhullen dathij niet kan schrijven.' Waar staat Molin; kiest hij woordeloos de kant vanzijn held?

Al even weinig vindt hij van Morriëns erotomanie. Betekende hij veelvoor die meisjes wier 'innerlijk kompas' hij zei bij te stellen, of was ersprake van kleffe gulzigheid en tomeloos narcisme? Schrijnend is wat hijin zijn gezin liet gebeuren onder het mom van de 'vrije liefde'. Guusje,de echtgenote die hij vanaf het begin van hun huwelijk bedroog, belde hijop haar werk om mee te delen dat hij nooit 'geil' op haar was geweest. Isdat misschien 'rebels'? Lief is het in elk geval niet. Zijn liefde voorzijn dochters ging zo ver dat hij de een, Adrienne, die in een bordeelwerkte, als 'klant' bezocht, op aandringen van de ander, Alissa, die overde ontmoeting een mooie reportage voor Nieuwe Revu zou schrijven. Depublicatie ging niet door, het bezoekje wel. Wat is dat voor een vader?Molin brandt er zijn vingers niet aan.

De vage visie op de persoon Morriën heeft te maken met een wonderlijkgebruik van bronnen. Molin citeert weinig uit de gesprekken met Morriënen anderen, maar vat alles, ook het autobiografische werk, op als'informatie'. Om de haverklap lezen we in een noot: 'Mondelinge informatieAdriaan Morriën 1982-2002.' Daar kun je alle kanten mee uit.

Wat vertelde de schrijver zijn biograaf ? Neemt hij het verteldenaadloos over, interpreteert hij of geeft hij zijn visie? Dat is allemaalniet te achterhalen.

Het raadsel Morriën bleef intact. Misschien stemt dat de biograafgelukkig, de lezer blijft met veel vragen zitten.

Aleid Truijens

Rob Molin: Lieve rebel - Biografie van Adriaan MorriënDeArbeiderspers644 pagina's 35,- ISBN 90 295 6287 0De Arbeiderspers644pagina's 35,- ISBN 90 295 6287 0

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden