Het Quatuor Ebène speelt, en dan kun je maar beter opletten

Concertrecensie - Quatuor Ebène

Quatuor Ebène Foto RV - Julien Mignot

Ineens zie je mensen om zich heen kijken in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Komt dit geluid nou van een van de vier strijkers? Nee dus. De geluidsbron wordt gelokaliseerd op een klapstoeltje aan de zijkant. Een bezoeker is ingedommeld tijdens Henri Dutilleux’ strijkkwartet Ainsi la nuit – en snurkt er precies op de verkeerde momenten doorheen. Zou ze straks wakker schrikken en een kreet slaken bij het begin van het vijfde deel, Constellations? Net op tijd ontwaakt ze, om na afloop te applaudisseren alsof er niks is gebeurd.

Ergens is het wel mooi dat juist dit strijkkwartet zo tot slapen blijkt aan te zetten. Dutilleux' in 1976 voltooide meesterwerk, waarin een rijke boventonenmelange samengaat met ijzingwekkend snarengepluk, zit met zijn twee nocturnes vol dromerige nachtmuziek. Maar het Quatuor Ebène speelt, en dan kun je maar beter opletten. De Fransen, gemiddeld halverwege de 30, staan zo’n beetje boven aan de strijkkwartettenladder. De kenmerken van het Ebène: warmte van klank, een uitmuntende technische beheersing en transparantie.

In Ainsi la nuit, een stuk vol extremen, maken ze die verwachtingen meer dan waar. Bijzonder hoe de Ebènes in de relatief droge zaal een akoestische rijkdom weten te suggereren. De hechtheid is verbluffend, wat zeker knap is gezien het feit dat ze pas een half jaar met hun huidige altviolist, Marie Chilemme, spelen.

Het Strijkkwartet in e-klein (1924) van Gabriel Fauré, het laatste werk van de componist, geschreven toen hij al doof was, krijgt een wat minder overtuigende uitvoering. Er wordt met vaart ingezet, maar het is net te vaak ongelijk. Jammer, want het was juist het Ebène dat met zijn cd uit 2008 het stuk weer goed op de kaart zette.

Misschien is er wat meer repetitietijd gegaan naar de andere werken, want Ludwig van Beethovens Tiende strijkkwartet (bijgenaamd ‘Harp’) is steengoed. Genoeg passages in het Presto die overvol kunnen klinken, maar bij het Ebène is iedere stem uitstekend te volgen. Uit niets blijkt meer dat stuk toch best moeilijk is om te spelen. Met deze flair en precisie lijkt het Ebène het ideale Beethoven-kwartet, en kun je alleen maar hopen dat het viertal zich nog eens aan een integrale waagt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.