Het publiek was onder de indruk, maar de zakdoekjes bleven uit in deze versie van Dialogues des Carmélites

Jammer dat de tranentrekkende slotscène uit dit nonnendrama is gehaald, maar in deze productie is de troef de perfecte cast. Naast de kleurrijke ster Patricia Petibon is Véronique Gens in de rol van Madame Lidoine een sopraan van formaat.

Dialogues des Carmélites Beeld
Dialogues des CarmélitesBeeld

De slotscène van Francis Poulencs Dialogues des Carmélites wordt door veel liefhebbers beschouwd als een van de beste uit de operageschiedenis. Een hele orde karmelietessen beklimt het schavot, terwijl de zusters een Salve regina zingen. Een voor een worden ze met de guillotine onthoofd. En elke keer dat de valbijl een einde maakt aan een leven, valt er een stem weg in het koor. Als de laatste zuster is gedecapiteerd, rest slechts een snottersalvo vanuit de zaal.

Zo ging het vrijdagavond in de Muntschouwburg niet echt bij de Brusselse première van de Dialogues in de regie van Olivier Py. Er kwam geen guillotine aan te pas, en hoewel het publiek getuige het applaus overwegend onder de indruk leek, bleven de zakdoekjes uit.

Dialogues des Carmélites speelt zich af in Compiègne tijdens de Franse Revolutie. Geestelijken worden als een bedreiging gezien en worden geregeld vervolgd. De uit een aristocratische familie afkomstige Blanche de la Force vindt het leven maar zwaar en treedt tegen de zin van haar vader in bij de karmelietessen. Als de orde onder druk komt te staan door het revolutionaire schrikbewind, vraagt de moeder-overste de zusters een eed af te leggen om het martelaarschap te aanvaarden.

Opera

Van Francis Poulenc, in de productie van Olivier Py.
Met o.a. Patricia Petibon, Véronique Gens en Alain Altinoglu (dirigent).
8/12, De Munt, Brussel.
T/m 23/12.

Blanche verlaat het klooster, maar bij thuiskomst is haar vader onthoofd en moet zij haar voormalige bedienden bedienen. Als ze hoort welk lot ook haar oude zusters te wachten staat, besluit ze zich bij hen te voegen en wordt ze als laatste overgebleven zuster onthoofd.

De productie van Olivier Py was in 2013 al te zien in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs en verscheen zelfs al op dvd. De enscenering heeft een ascetisch karakter: Py en decorman Pierre-André Weitz hebben tableaus gemaakt die sober (we hebben het immers over een bedelorde), maar toch ook fraai zijn.

Er wordt gespeeld met horizontaal en verticaal verschuifbare wanden, die een kruis openlaten. Op de wanden worden de revolutionaire toverwoorden liberté (vrijheid) en egalité (gelijkheid) gekalkt, waarmee wordt benadrukt dat die Revolutie ook zijn schaduwkanten had. We zien winterse landschappen, veel grijs. Het enige wat voor een beetje kleur zorgt, is het rode haar van ster Patricia Petibon, die de rol van Blanche vertolkt.

De troef van deze productie is toch echt de cast. Petibon, met haar wendbare stem (had Poulenc er toch maar een lekkere coloratuur-aria voor haar in gestopt) en unieke, naar het jongensachtige neigende timbre, is in haar rol een buitenbeetje en is dat vocaal ook - perfecte keuze. Met Véronique Gens in de rol van Madame Lidoine heeft De Munt een sopraan van formaat. Gens' stem is helder en veel krachtiger dan verwacht.

En dan zingen ook nog Sandrine Piau (Soeur Constance) en Sophie Koch (Mère Marie) mee, over wie werd gezegd dat ze ondanks ziekte toch zou zingen. Van enig ongemak viel niets te merken. Uit de orkestbak steeg af en toe een walm oubollig jarenvijftigparfum op. Aan de noten kon dirigent Alain Altinoglu nu eenmaal niet tornen. Zijn manschappen speelden opvallend verzorgd.

Maar ja, die slotscène. Wat zien we? Een soort kijkdoos met op de achtergrond een sterrenhemel. Ineens zitten we in de Star Trek-sfeer. In plaats van dat de zusters onder het mes gaan, stapt er na iedere slag in het orkest die de valbijl imiteert, een non naar achter en loopt de sterrenhemel tegemoet. Natuurlijk is de Carmélites een opera met een boodschap, een stuk over mensen, met angst voor de dood én voor het leven, over opportunisme en onderdrukking. Maar uiteindelijk is de Carmélites óók een tearjerker. Py heeft het tearjerkelement eruit gehaald en daarmee de opera eigenlijk, ja, onthoofd.

Martelaren van Compiègne hebben echt bestaan

Poulencs tweede opera was gebaseerd op een filmscenario, dat leunde op een novelle en die weer op een waargebeurd verhaal.

Dialogues des Carmélites was de tweede opera van Francis Poulenc (1899-1963). Hij voltooide het stuk in 1956, waarna het eerst (in het Italiaans) in première ging in de Scala in Milaan. Het verhaal is gebaseerd op een filmscenario van Georges Bernanos, die zich op zijn beurt liet inspireren door een novelle van Gertrude von le Fort. En die novelle was weer op een waargebeurd verhaal gebaseerd: de Martelaren van Compiègne hebben echt bestaan.

In de opera gebeurt op die slotscène na eigenlijk betrekkelijk weinig. Poulenc geeft het kloosterleven weer, een gesloten gemeenschap die toch niet gesloten kan blijven. Desondanks is het stuk bijzonder geliefd. Daar heeft ook De Nationale Opera in Amsterdam aan bijgedragen. De productie van Robert Carsen was in 1997 voor het eerst te zien en werd door dertien landen ingekocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden