Het publiek mag museumpje spelen

Beeldende kunst Expose I..

Wieteke van Zeil

Otterlo Een kind in een snoepwinkel. Zo kunnen bezoekers van de website kmmexpose.nl zich afgelopen tijd hebben gevoeld toen ze struinden langs tekeningen die het Kröller-Müller Museum daar presenteerde. Met als belofte: wie zijn top drie beargumenteerd invult, kan die binnenkort in het museum zien hangen. De vijftig meest gekozen werken zouden ‘voor even het daglicht zien’, zoals een bezoeker het sentimenteel stelde.

Een prachtige belofte, dat zelf museumpje spelen, dat inspeelt op het kinderlijk trotse gevoel mee te mogen doen. Een slimme zet ook om bezoekers te enthousiasmeren voor de collectie. Zeker aangezien het om tekeningen gaat; die mogen immers toch al niet te veel worden getoond vanwege de kwetsbaarheid.

En zo wordt er weer een nieuwe paragraaf toegevoegd aan de democratisering van de kunst. Het museum benadrukt dit democratische element door ruim vierhonderd namen van de in totaal 1.212 deelnemers op de wanden te laten zien. Bij elk werk staan bovendien argumentaties die deelnemers gaven. ‘Zo eenvoudig, zo simpel en zo lief iemand weergeven. Dank je Vincent!’, schrijft Bea Leurink bij Meisje met omslagdoek van Vincent van Gogh. Bij Meisjeskopje van Jan Toorop mijmert webbezoeker Albert de Nooij: ‘Je vraagt je af wat er in dat hoofd omgaat.’

De keuze was, dat moet gezegd, niet ruim. Omdat het een proef is en het museum de bezoeker niet met een hele lading minuscule afbeeldingen wilde opladen, koos het er vooraf slechts honderd, waaruit bezoekers er dus vijftig konden kiezen. Uit zo’n selectie valt niet heel veel af te lezen. Dat er veel vrouwenportretten gekozen zijn, ja. Niet heel verrassend. Er waren al 28 vrouwentekeningen voorgeselecteerd, daarvan haalden 16 de tentoonstelling. Zowel mannen als vrouwen willen weten wat er in die koppies omgaat: de vrouw blijft boeien, als kwetsbaar en mysterieus wezen.

Ook valt te vermoeden dat de keuze eerder op kleur dan op zwart-wit en monochroom valt; van de 50 zijn er 34 uitgesproken kleurrijk, terwijl dat er van de groslijst van 100 slechts 39 waren. Hoe dat komt, is niet uitgezocht. Maar de representatie op internet kan er iets mee te maken hebben – alle formaten lijken immers hetzelfde. En op postzegelformaat springen dan al gauw de kleurrijkste eruit. Een derde losse waarneming: er was een paardenlobby. Goede tekenaar hoor, Marino Marini, maar lag het nou echt voor de hand dat een blauw paard het zou winnen van Toorop, Van Gogh en Picasso? Alle vijf de paardentekeningen op de lijst haalden de selectie.

De tentoonstelling is volgens directeur Evert van Straaten bedoeld als een soort ‘anti-canon’. Canons zijn verplichte kost en houden ontwikkelingen tegen, vindt de museumdirecteur. Een selectie die steeds weer kan verschillen, afhankelijk van de deelnemers en het moment van keuze, dat is pas creatief. Een aangenaam spel.

Een aangenaam spel valt het zeker te noemen, daarover hoeft niemand zeurderig te doen. Het initiatief heeft onmiskenbaar iets speels; het enthousiasme spat ervan af bij de deelnemers. Maar wie de eigenlijke tentoonstelling bezoekt, zal moeten opmerken dat er veel meer uit dit publieksexperiment te halen viel.

De selectie is ‘op gevoel’ opgehangen door de organisatoren: een educatief medewerker en een marketingmedewerker. Er kwam geen conservator aan te pas. Heel democratisch, zou je kunnen zeggen. Maar het gevolg is toch een volledig conceptloos samenraapsel van mooie kunstwerken. En dat is, ook voor goede kunstwerken, fataal. Deels werd er bij het ophangen gekeken naar de combinaties die deelnemers maakten in hun topdrie, deels werd er gecategoriseerd naar genre en deels hangt het ‘op gevoel’, licht het museum toe. Dat is tezamen helaas niks.

Natuurlijk kun je glimlachen om de 17de-eeuwse Pieter Saenredam naast de hedendaagse Bruce Nauman, om Jan Toorop naast Keith Haring. Maar het vliegt weg als de beeldenstorm die je dagelijks op televisie en internet aan je oog voorbij ziet gaan. Het is de MTV van de museale praktijk. Een tentoonstelling zonder concept verdampt als nagellakremover.

Het museum wil dit jaarlijks gaan doen. Heel prijzenswaardig als methode om bezoekers te betrekken. Maar haal er een neuropsycholoog bij die je iets kan vertellen over hoe waarneming werkt. Een filosoof of sociaal psycholoog die iets zegt over hoe schoonheid wordt beoordeeld. Een conservator die de selectie als eenheid kan presenteren. Verhef de publiekskeuze tot meer dan vluchtig klikken op een scherm. Daar ben je als kunstinstituut voor. Ander is het evenzeer grappig als lui en commercieel.

Wieteke van Zeil

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden