Het pretpark als kraamkamer

Vorm volgt functie – het adagium van het modernisme is voorgoed passé. Vermaak, roes en plezier dicteren de stedelijke architectuur zo wordt gesteld op de tentoonstelling Dreamlands in het Centre Pompidou in Parijs....

Dat moet een vrolijk moment zijn geweest in de directiekamer van het Centre Pompidou, toen iemand voorstelde een expositie te maken die een antwoord zou zijn op de wereldtentoonstelling in Shanghai. Terwijl in China drommen mensen zich vergapen aan de uitzinnige architectuur die nu eenmaal bij zo’n wereldexpo hoort, levert het oude Europa het bijbehorende theoretische kader en plaatst zo Shanghai in een perspectief. Aldus ook de betrekkelijkheid van een en ander onderstrepend. Ieder zijn rol. Een mooi idee, dat bovendien de verdienste heeft dat het de verhoudingen in de wereld perfect weerspiegelt.

Vanuit de wereldtentoonstellingen waaiert Dreamlands, zoals de expositie genoemd is, uiteindelijk breed uit. Zo breed dat het nog moeilijk is de getoonde werken onder een gemeenschappelijke noemer te vangen. ‘Van attractieparken naar de steden van de toekomst’ luidt de officiële ondertitel, daarmee een oceaan aan mogelijkheden openend. Want steden van de toekomst, daar zit geen limiet op. Dreamlands laat in elk geval zien hoe het modernisme, waarbij het de functie is die de vorm bepaalt, steeds meer terrein prijsgeeft aan de wereld van roes en plezier. ‘Vorm volgt vermaak’, om Rem Koolhaas te parafraseren.

Dat betoog wordt zeldzaam verleidelijk gepresenteerd. Het eerste beeld dat zich opdringt als je de tentoonstelling betreedt, is de Eiffeltoren in aanbouw. Je ziet hem sprongsgewijs groeien, dat symbool voor de wereldtentoonstelling van 1889, door ingenieur Eiffel goeddeels uit eigen zak bekostigd, omdat zijn landgenoten de toren een wanstaltig idee vonden en bovendien weinig vertrouwen hadden in de deugdelijkheid van de constructie. Toen de toren eenmaal stond, als een elegant geheven vinger naar alle ongelovigen, wilden Chicago en Londen er ook één, maar dan minstens tweemaal zo hoog. The London Eye, het reuzenrad aan de Theems, is nu een zoveelste armzalige imitatie.

Eiffels toren, hoe vernuftig ook, markeert een ommekeer in het denken. Tot dan waren wereldtentoonstellingen vooral bedoeld om de vorderingen van wetenschap en techniek te tonen. Je kon er vreemde volkeren observeren en kennismaken met uitvindingen. Parijs is in 1889 ook een etalage voor de vooruitgang; met name de grammofoon van Edison trekt veel aandacht. Maar de reuzenexpositie is toch vooral een bron van vermaak. De trappen beklimmen en dan van bovenaf neerkijken op het gekrioel daar beneden – dat is al ruim 120 jaar de voornaamste functie van de Eiffeltoren.

Met de bouw van Dreamland op Coney Island bij New York in 1904 krijgt dat vermaak een mondiale hoofdstad. Er is een cakewalk met voorhistorische skelters, een waterbaan en een kop van Jut. Een quasi-klauterpartij over Zwitserse bergen behoort net zo goed tot de mogelijkheden als een boottocht in een Venetiaanse gondel en een reis met de kikkersprongtrein. De Duitse stad Neurenberg is op schaal nagebouwd en wordt bevolkt door lilliputters. Het oorspronkelijke Dreamland zou in 1911 uitbranden.

In Delirious New York, het boek waarmee de Nederlander Rem Koolhaas in 1978 zijn visitekaartje als architectonisch denker afgeeft, schetst hij de verbanden tussen Coney Island en New York. Voor hem is het pretpark de kraamkamer voor de kinderlijke mythologie van Manhattan met zijn steeds dichter, steeds hoger en steeds sneller. Dreamland is als een laboratorium: dichtbebouwd, technisch zeer geavanceerd en pronkend met wel 1221 grote en kleinere torens, die als ’s avonds de lichten aangaan een skyline vormen die zijn weerga niet kent. Op de nok van de Beacon Tower, met honderd meter het hoogste punt, staat het sterkste zoeklicht van het westelijk halfrond.

Dat grote gebaar waarmee Koolhaas de pretarchitectuur van Coney Island uitroept tot voorloper van de moderne stad is in zekere zin de beweging die deze hele expositie bij elkaar houdt. Het is die ontwikkeling van het profane van de vermaakindustrie naar het verhevene van het nuttige bouwen die overal in doorklinkt. Een ontwikkeling die overigens net zo gemakkelijk de omgekeerde richting kan volgen. Dan zie je Hollandse molens of Italiaanse villa’s, keurig nagemaakt in de buitenwijken van Shanghai. Een prachtig voorbeeld, op Dreamlands getoond, levert het Amerikaanse stadje Leavenworth. Daar nemen de bewoners in de jaren zestig, toen het er economisch wat minder rooskleurig voorstond, het besluit om het Beierse levensgevoel te omarmen. Per slot hadden de omliggende bergen wel wat weg van het Beierse land. Een gemeentelijke verordening wordt uitgevaardigd om vakwerkhuizen te bouwen en chalets. De inwoners zetten een hoedje met veren op, trekken knickerbockers en dirndl-jurken aan en paraderen met alpenhoorns over de schouder door de straten. Het werkt: Leavenworth is er economisch weer bovenop, dankzij de vele bezoekers die zich aan de Amerikaanse alpenbewoners komen vergapen.

Form follows function, het adagium van Mies van der Rohe en de Bauhaus-bouwers, krijgt op de strip van Las Vegas een onverwachte variant. Lichtreclames, uithangborden en billboards zijn de allesoverheersende factor. Ze verdringen elkaar in een strijd om de aandacht die dag en nacht doorgaat. Bomen of architecturale versieringen zijn taboe – die zouden maar afleiden van de kernboodschap.

De architecten Robert Venturi en Denise Scott Brown gaan op veldonderzoek en noteren hun indrukken, zonder er een waardeoordeel aan te verbinden; ze schrijven er in 1972 een baanbrekende studie over – Learning from Las Vegas. Hun onbevangen blik is in wezen het geheim van alle kunstenaars en architecten op Dreamlands.

Commerciële architectuur en vrije tijd zijn de sleutel om de moderne stad te kunnen begrijpen. Dat is de conclusie van Venturi en Scott Brown, en Dreamlands laat zien hoe datzelfde inzicht op allerlei momenten van de geschiedenis opduikt. Koolhaas neemt het tien jaar later in Delirious New York als uitgangspunt voor zijn analyse en komt er een kwart eeuw later op terug, als hij winkelen uitroept tot de enige vorm van publieke activiteit die nog resteert en shopping malls de kathedralen van deze tijd noemt.

Een eeuw eerder was Walter Benjamin op zijn lange wandeltochten door Parijs tot een soortgelijke conclusie gekomen. Ook op hem had de commerciële architectuur een grote uitwerking. Hij vergaapte zich aan de overdekte winkelgalerijen en noemde de moderne stad ‘een fantasmagorie’; een zinsbegoocheling, bedoeld om de bezoeker te bedwelmen.

Die bedwelming is het grootst als kunstenaars hun gang kunnen gaan, niet gehinderd door de regels van mechanica en planologie of door budgettaire beperkingen. Salvador Dalí krijgt voor de wereldtentoonstelling van 1939 in New York de kans zijn visioen te verwerkelijken. Hij mag een paviljoen ontwerpen. La rêve de Venus (de droom van Venus) krijgt de trekken van een driedimensionaal Dalí-schilderij van pleisterwerk, compleet met erotisch cabaret. Het paviljoen zal overigens niet voldoende bezoekers trekken om uit de kosten te komen.

Veel vrijer nog dan Dalí, die immers een commerciële opdracht kreeg, is Bodys Isek Kingelez. Zijn Ville fantôme – een van de fascinerendste objecten op de tentoonstelling – is de maquette van een droomstad. Al dateert het werk uit 1996, de esthetiek is die van de gloriedagen van de stroomlijn. De kleuren zijn vrolijk en harmonieus, de vormen van de gebouwen zijn een lust voor het oog. Zouden er auto’s rondrijden in Ville fantôme, dan waren het Cadillacs en Studebakers met grote achtervinnen: zacht zoevend op weg naar het zeldzaam uitnodigende ziekenhuis of het fiere Seoul Building. ‘Alles om vrede, vrijheid en rechtvaardigheid te brengen’, verzekert de kunstenaar die woont en werkt in Kinshasa, een stad die hij graag met zijn visioen zou verrijken.

Onwillekeurig vraag je je af waarom de steden van nu zo weinig weg hebben van Ville fantôme. Ze lijken eerder op het werk van de Fransman Kader Attia, die opgroeide in een spaarzaam gemeubileerde flat in de buurt van Parijs, een jeugd die hem drie jaar geleden tot een even simpele als doeltreffende installatie inspireerde. Hij schilderde een twintigtal oude koelkasten glanzendzwart en beplakte die met kleine rechthoekjes spiegelglas, als waren het schaalmodellen van kantoorflats. Die koelkasten vormen nu samen Untitled (Skyline), profiel van een stad die weinig goeds belooft.

Even verderop zie je twee soortgelijke wolkenkrabbers, zei het in vriendelijker kleuren, schuldig samen in bed liggen. Ze worden beschenen door het licht van een derde wolkenkrabber, en van achter de ramen begluurd door reeksen soortgenoten. De arm met fakkel van het Vrijheidsbeeld staat bij wijze van schemerlamp op het nachtkastje. Flagrant délit heet deze tekening van de Nederlandse Madelon Vriesendorp. Haar beeldend werk, gebruikt voor de eerste edities van Delirious New York, wordt hier groots gepresenteerd.

Met Dubai komt de onvermijdelijke apotheose. Fotografen laten de excessen zien van dit wereldwonder in wording, met zijn archipels in de vorm van een palmboom of een wereldkaart. Terwijl het technisch vernuft almaar groeit, blijft de verbeeldingskracht achter. Ook in Dubai gaat het om de grootste, de duurste en de zeldzaamste, ook Dubai wil de hele wereld binnen handbereik hebben. De promotiefilms tonen kale zandheuvels, opgespoten in een diepblauwe zee.

Kandor is de hoofdstad van Krypton, de planeet waar de wieg van Superman stond. De Amerikaan Mike Kelley gebruikt die naam voor zijn project Kandor-con, dat als een postscriptum aan Dreamlands hangt. We bevinden ons in de schetskamer van een stad van de toekomst. Aan lange tafels maken studenten van de Parijse architectuuropleiding schetsen voor futuristische gebouwen. Van de ontwerpen worden maquettes gemaakt, die ter plekke worden geëxposeerd. De verwachte opleveringsdatum is januari 419500.

Ook zichzelf voorziet het Centre Pompidou van een historisch perspectief. Een zaal is gereserveerd voor de navolgers van de Brit Joan Littlewood en het collectief Archigram, dat in de jaren zestig de pretarchitectuur een democratische lading geeft. Het New Babylon van de Nederlandse kunstenaar Constant, wiens maquette helaas niet wordt geëxposeerd, is verwant aan deze sociale utopieën die resulteren in een Fun Palace, maar ook in het prototype van de woning Control and Choice (1967), gevat in een frame van buizen en met veel glas en zichtbare leidingen. Aan de buitenkant loopt rondom een treintje dat de woonlagen met elkaar verbindt. Het is alsof je naar een miniatuurversie van het Centre Pompidou kijkt, dat niet lang daarna zou verrijzen. Een van de twee architecten ervan, de Brit Richard Rodgers, werd geïnspireerd door de ideeën van Littlewood.

Eenmaal buiten gaat Dreamlands gewoon door. Vanaf de zesde verdieping van het Centre Pompidou heb je vrij zicht op de Eiffeltoren, zinnebeeld van een constructie die geen ander doel dient dan er te zijn. Rechts, op de heuvel van Montmartre, torent de al even buitenissige, helwitte Sacré Coeur, een kerk met een architectuur die je eerder in Istanbul zou verwachten. In de verte zijn de contouren van zakenwijk La Défense te zien – de grande arche is een pretvariant van de Arc de Triomphe.

Ook een meer verborgen variant van Dreamlands is hier onder handbereik. Vanuit het Centre Pompidou ben je in twee stappen in de Marais, de oude Parijse wijk waar het ‘façadisme’ glorieert. De gevels zijn oud, maar daarachter zijn gloednieuwe, luxe gebouwen verrezen; een stadswijk die wordt opgetrokken als een filmset. Een strikte scheiding tussen het beeld (voor de passant) en de functie (voor bewoners en gebruikers) is het resultaat.

Alice wist het al: als niets is wat het lijkt, kan een droom zomaar een nachtmerrie worden. Dreamlands is een expositie als een wereldtentoonstelling. Hij overweldigt zonder de scepsis helemaal te kunnen wegnemen: benieuwd wat hier over vijf jaar nog van over is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden