Het pensionadoboek van Richard Ford

Jessica Durlacher houdt erg van Richard Fords klootzakkige, knauwende, met geslaagde punchlines strooiende personage Frank Bascombe - en wordt in dit vierde boek over hem niet teleurgesteld.

Ook het vierde boek van Richard Ford over het fantastisch klootzakkige, lucide personage Frank Bascombe ademt weer Amerika. New Jersey vooral, compleet met de malls en de uniforme winkelkolossen als Home Depot, en Bed, Bath and Beyond (hier onnodig vertaald als: Bed, Bad en Binnenhuis), radioprogramma's als de Pat and Mike show, charitywerk, raciale problemen en orkaan Sandy, die in 2012 aan de oostkust enorme verwoestingen aanrichtte.

Let Me Be Frank With You, heet het, erg onletterlijk vertaald als: Het had erger gekund, maar van de wat lullige woordspeling (Frank betekent in het Nederlands zonder 'en vrij' niet zo heel veel) viel natuurlijk geen Nederlands te maken.

Beeld Bloomberg via Getty Images

Pensionado

Na drie boeken kun je Frank Bascombe, ex-schrijver, ex-sportjournalist, en inmiddels ex-makelaar, wel een begrip noemen. Dankzij Richard Ford zag Bascombe als dertiger het licht in The Sportswriter, was een veertiger in Independance Day, een vijftiger in The Lay of the Land en is in deze bundel verhalen, of eigenlijk in deze vier kleine novelles, eind zestig, en herstellende van een prostaatoperatie.

Het is zijn pensionadoboek, meer bezonken dan in de eerdere dikke pillen over zijn leven. Nu stuwt het niet meer zo, in de herfst van zijn leven, en dat behalve door het geringe aantal pagina's ook te worden uitgedrukt doordat Frank opgewekt aankondigt zo veel mogelijk woorden uit zijn vocabulaire te schrappen - uit een behoefte aan een leven dat gericht is op 'essentie'. Ook kondigt hij aan zijn vriendenkring te decimeren - en trakteert ons op een paar schitterende complexe verhalen waarin hij dat botte streven in feite ten diepste logenstraft; met dialogen en gedachten die zowel de ijdelheid als de levenslust van een aantal oude irritante makkers schetsen.

Troostende humor

Alle vier verhalen zijn doortrokken van eindigheid en teloorgang. Wat niet wegneemt dat er een troostende humor in verborgen zit, zo sterk zelfs dat ik geregeld werd overvallen door een hulpeloze slappe lach. Dat het niet meevalt uit te leggen waarom ik zo moest lachen, komt door de meticuleuze timing van Ford.

Bascombe denkt misantropischer dan hij zijn medemens toont, en Ford laat hem vrijuit door zijn gevoelens, inzichten en associaties meanderen, hoppend van observatie naar herinnering, en van emotie naar plompverloren, vaak politiek incorrecte opinie - waarbij een simpele constatering soms ineens niet minder komisch en waarachtig overkomt dan een geslaagde punchline.

Het eerste verhaal 'Ik ben er' begint met een telefoontje van Arnie, de man aan wie Frank zijn huis aan de kust acht jaar daarvoor heeft verkocht. Dat huis is weggeslagen door Sandy, de storm. Het kolossale voormalige architectuurpaleis ligt op zijn kant tegen het duin 'vastbesloten om in omvang zijn waardigheid te hervinden', zoals Frank vaststelt wanneer hij uit vaag en onzinnig schuldgevoel met Arnie op de plek des onheils afspreekt. De tocht erheen en die ontmoeting vormt de structuur van dit verhaal dat over veel meer lijkt te gaan dan over dat huis, die verwoesting, die man. Zonder spijt constateert Frank dat de natuur na de ramp het strand terugvordert, een prachtige metafoor voor het gracieus accepteren van de dood.

Omhelzing

Frank voelt zich broos maar weet dat hij er nu moet staan, terwijl Arnie datzelfde lijkt te denken. Het verhaal eindigt met een omhelzing, wanneer Arnie Frank lijkt te willen troosten voor zijn eigen verlies, en Frank die omhelzing beantwoordt, 'meer om te voorkomen dat ik val'. Dan volgt een weergaloze Bascombe-zin: 'Misschien verschilt het niet zoveel van waarom iedereen een ander omhelst.'

In de vertaling mis je iets van het onverschrokkene en sappige van het Amerikaans, hoe goed Frans van der Wiel zijn werk ook heeft gedaan. Het hele boek is een soort reis waarbij je onafgebroken de stem van Bascombe hoort knauwen, en die droge, wat slome, nasale stem is een groot plezier. I'll miss him, Frank.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.