REPORTAGE

Het participatiemuseum is nog geen succes

Musea moeten wat met hun publiek, in ruil voor subsidie. Maar van harte gaat dat niet. 'Meedoen' is nog vaak voor spek en bonen.

Beeld Paul Faassen

Ook meegedaan aan Mix Match Museum? In het project van zes toonaangevende musea, waaronder het Groninger Museum en het Kröller-Müller, kan de bezoeker tot 1 januari 2015 op de stoel van de conservator gaan zitten en uit een selectie van driehonderd objecten een onlinetentoonstelling samen.

De beste inzendingen - met motivatie - worden beloond met een expositie, maar voor het zover is, moet er ook iets groeien: een onlineplatform, waarop deelnemers met de musea en met elkaar in gesprek raken over kunst.

'Daar is niet lang genoeg over nagedacht', zegt Marjelle van Hoorn, gastdocent aan de Reinwardt Academie, waar een nieuwe generatie museumprofessionals wordt opgeleid. 'Behalve dan dat de musea met dit initiatief voldoen aan de eis van de overheid om meer met elkaar samen te werken, kan ik er weinig goeds aan ontdekken. Ik moet veel moeite doen om inzicht te krijgen in het werk van conservatoren, deelname is te vrijblijvend en een groot deel van de inzendingen is niet gemotiveerd, terwijl dat juist een voorwaarde was om mee te doen.'

Van Hoorn geeft les in het vak publiek en participatie, het fenomeen dat in de museumwereld langzaam maar zeker opgeld doet, en waarbij het publiek in meerdere of mindere mate 'mede-eigenaar' wordt van wat er in een museum te zien is.

Zomaar een greep: Museum Van Bommel Van Dam in Venlo bedacht dit jaar bij wijze van experiment Huur een muur, waar je voor 100 euro per vierkante meter een stuk muur kon huren - er werd gretig van gebruikgemaakt door amateurs én professionele kunstenaars.

In het Van Abbemuseum in Eindhoven mag je, handschoentjes aan, zelf werken uit het depot ophangen. En onlangs opende in Bergen een tentoonstelling over Lucebert, waarvoor publiek was gevraagd ook verhalen van een persoonlijke ontmoeting met de dichter en kunstenaar te leveren.

Dat publieksparticipatie juist nu aan populariteit wint, is niet zo vreemd. Niet alleen wordt de samenleving steeds meer ingericht op burgers die 'meedoen', met een terugtrekkende overheid is er in de museumwereld ook een financiële noodzaak op zoek te gaan naar nieuwe inkomsten - en dus naar meer publiek, ander publiek, terugkerend publiek.

Neem Museum Jan Cunen in Oss. Twee jaar geleden nog met sluiting bedreigd, zijn ze daar, aangezet door het gemeentebestuur, hard bezig hun bekendheid in stad en regio te vergroten. Deze zomer werd het publiek onder de noemer Maaslands Mooiste opgeroepen te stemmen op objecten uit de collectie oude en hedendaagse kunst die het graag, of juist niet op een tentoonstelling wilde zien.

Do/don’t volgens de museumdocent

Als je een vraag stelt aan je publiek, moet je geïnteresseerd zijn in het antwoord. Post-its, waarop bezoekers hun mening over een tentoonstelling kunnen geven, of oproepjes kunnen plaatsen: schijnparticipatie. Ze leveren zelden nuttige informatie op voor het museum. Zodra de tentoonstelling is afgelopen, verdwijnen de Post-its in de prullenbak.

Publiek participeert als het het gevoel heeft dat zijn bijdrage ertoe doet. Een tentoonstelling van door publiek gekozen werken met daarnaast een toelichting 'Ik vind de kleur blauw mooi', is voor niemand interessant. Stel daarom niet de vraag: waarom hebt u dit gekozen? Wel: wat betekent dit werk voor u? Of: waar wordt u gelukkig van?

Ook een vorm van participatie: als museum transparant zijn over wat je doet. Zet op de site welke ideeën er zijn voor tentoonstellingen, en laat het publiek nog voor een tentoonstelling is gemaakt, meedenken.

Vluchtig

Achthonderd mensen deden mee. 'Maar die kwamen', zegt medewerker Aafke de Bruijn, 'lang niet allemaal kijken. We weten dus niet of we hiermee doorgaan.' Zelf waren ze ook niet helemaal tevreden met de top-25 die werd tentoongesteld. 'Het was geen evenwichtige selectie.'

Had dat anders gekund? Ja, zegt Marjelle van Hoorn. 'Op deze manier een stemming organiseren heeft iets vluchtigs. Je klikt één keer op een site een foto van een kunstwerk aan, en maanden later hangt dat werk misschien in het museum. Ik zou alle deelnemers gedurende die periode updates van de stemming hebben gestuurd. En gedurende de tentoonstelling de bezoekers laten aangeven: dit werk erin, of juist eruit, hoger op de lijst of lager. Tenslotte gaat het helemaal niet om die top-40, maar om een discussie over je collectie.'

Van Hoorn vindt dat er vaak zo weinig wordt gedaan om het museumpubliek over de brug te helpen. 'Dat is belangrijk, zeker voor mensen die niet gewend zijn naar een museum te gaan. Vergelijk het met een heftige designwinkel, van Louis Vuitton ofzo: ik zou daar nooit naar binnen durven, want ik ken de mores niet. Het museumpersoneel zal hard zijn best moeten doen om het minder ervaren publiek op zijn gemak te laten voelen.'

Maar zijn ze dat? Of wordt participatie alleen maar ingezet in de hoop dat er nieuw publiek komt - om dat publiek vervolgens aan zijn lot over te laten? Omdat het nou eenmaal makkelijker is een tentoonstelling te maken voor mensen die wél ervaren kijkers zijn?

Breiclub

Publieksparticipatie in de overtreffende trap: zorg dat je zo gastvrij bent dat iemand iets in jouw ruimte wil organiseren – al is het de plaatselijke breiclub. Dit en meer, staat in hét handboek over musea en publiek: The Participatory Museum van Nina Simon, participatorymuseum.org.

'We moeten van heiligdom broedplaats worden', zei Saskia van der Wiel, conservator van Museum Van Bommel Van Dam, tijdens het symposium Publiek aan de macht? Daarmee verwoordde ze wat veel museumprofessionals voelen: ze bevinden zich in een overgangsfase. Dat gaat met vallen en opstaan.

In het rapport Museum voor mensen van de Nederlandse Museumvereniging liet directeur van Rijksmuseum Twenthe Arnoud Odding weten: 'Denken vanuit de behoeften van je publiek en daarop je inhoud afstemmen, dat is wat ik de nieuwe diepgang noem en dat is wat het museum toekomst biedt.'

Musea, vindt Marjelle van Hoorn, kunnen daarin niet ver genoeg gaan - desnoods gedwongen. 'De Noord-Ierse regering heeft de rijksgesubsidieerde musea de opdracht gegeven bij te dragen aan wederzijds begrip en tolerantie tussen katholieken en protestanten. Zoiets is in Nederland ondenkbaar. Ik vind dat de overheid het als voorwaarde mag stellen voor subsidie: dat je als museum ruimte biedt voor prangende discussies die in de samenleving worden gevoerd.'

'Een blik op de wereld bieden, mensen leren creatief en zelfredzaam te zijn, en zorgen dat ze met elkaar verbonden blijven.' Dat is de missie van Schunck in Heerlen. In 2013 sloot het kunsthuis een 'overeenkomst voor het leven' met beeldend kunstenaar David Bade.

Het Kröller-Müller in Otterlo.Beeld anp

De eerste uitkomst daarvan is het project David Bade tekent Heerlen onder de tafel. Drie keer trok hij voor langere tijd de stad in, om op basis van gesprekken met inwoners werk te maken voor de stadscollectie. In oktober was hij in de jarentachtignieuwbouwwijk Rennemig en voormalige mijnwerkerskolonie Beersdal, twee wijken die aan elkaar grenzen, maar weinig met elkaar gemeen hebben.

Doel, volgens Floor van Dijk van Schunck: 'Al tekenend en schilderend in gesprek raken met de bewoners, praten over hun leven, over de historie van de wijk, het ijs breken, de onderlinge dialoog op gang brengen, en vervolgens samen een kunstwerk maken dat in de openbare ruimte komt te staan. Als iemand het kan, is het David. Hij heeft een oprechte interesse in de ander en dat voelt het publiek. '

Rest nog een vraag, bij al die voorbeelden van publieksparticipatie: hoeveel macht kun je het publiek geven? Neem Stadsmuseum Zoetermeer. Dat wilde in 2008 de inwoners van de stad mede-eigenaar maken van de collectie van het museum. Waarom? Directeur Jouetta van der Ploeg: ons museum gaat over de geschiedenis van deze nog jonge stad. De inwoners zijn eigenlijk de levende collectie.' Bij wijze van experiment zocht Van der Ploeg bewust de grenzen van participatie op door voor het project Give & Take zelf geen enkel selectiecriterium te hanteren.

Inwoners van Zoetermeer werden opgeroepen in ruil voor een fles bubbels of bronwater voorwerpen te komen brengen die het karakter van de stad representeerden. Het resultaat, aldus directeur Jouetta Van der Ploeg: 'Een collectie van b- en c-objecten. We hadden gehoopt op 'het grote verhaal' van Zoetermeer, maar het is blijven steken in een eclectische verzameling van siertegels, een knuffel, een tv uit de jaren zeventig, een collectebus en medailles. Je kunt je afvragen waarom het publiek geïnteresseerd zou zijn in een tentoonstelling van spullen die gisteren nog bij de buurman op zolder lagen. Wij weten zelf ook niet goed wat we met de collectie aanmoeten.'

Regie houden

Welke lessen je uit al die voorbeelden kunt trekken? Van der Ploeg: 'Dat je zelf de regie moet houden over je project. Je hebt een curator nodig om dat wat er wordt ingebracht in goede banen te leiden.' Van Hoorn: 'Dat je met een eenmalig project mensen weliswaar tijdelijk bij je museum betrekt, maar ze ook weer kwijtraakt als je niet in ze blijft investeren.'

Mag Marjelle van Hoorn eindigen met een voorbeeld waar ze wél enthousiast over is? 'Het Amsterdam Museum investeert langdurig in relaties met inwoners van de stad met projecten als Het geheugen van West en Oost en Buurtwinkels. Op de site vind je foto's en verhalen die de mensen hebben ingebracht, in de wijk worden cursussen verhalen vertellen gegeven.'

Eén verbeterpuntje dan, omdat ze het niet laten kan: 'Laat iets van al die projecten die nu online staan, ook in het museum zelf zien. Dan wordt het in plaats van een gebouw voor toeristen, een gebouw voor de hele stad.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden