Het ongeleefde leven - Over de zin van alles wat niet kan

De levens die we hadden kunnen leven, houden ons vaak uit onze slaap

Halen we wel genoeg uit het leven? Laten we geen kansen voorbijgaan? De keuzemogelijkheden lijken zo onbegrensd dat iedereen dit soort gedachten van tijd tot tijd koestert. Voor sommigen is het niet geleefde leven een mijmering die soms schuurt, voor anderen is het de bron van een levenslange klaagzang.

De levens die we niet leven maar die ons niettemin zo fraai voor ogen staan, maken een belangrijk deel uit van onze geleefde levens, stelt de Britse psychoanalyticus en essayist Adam Phillips in Ongeleefde levens. Hij wil met zijn boek geen zelfhulpgids aanreiken, maar laat in vijf essays zien welke psychische processen onze verlangens sturen en dwarsbomen. Frustratie, als bron van al onze verlangens, is daarbij een kernthema, maar Phillips ruimt ook plek in voor behoeften als het emotioneel onafhankelijk zijn van geliefden, het begrijpen van anderen en het ermee wegkomen als regels overschreden worden.

Phillips studeerde letteren in Oxford, en kwam langs die weg in de ban van de psychoanalyse. Hoewel hij een privépraktijk in Londen heeft en voordien jarenlang als therapeut in een kliniek voor onhandelbare kinderen werkte, was de psychoanalyse voor hem van meet af aan meer verbonden met poëzie en verhalen dan met medische wetenschap. In zijn essays zijn het dan ook niet de patiënten uit zijn eigen praktijk die met hun gedagdroomde levens worstelen, maar de fictieve helden van (onder anderen) Shakespeare.

Zo lezen we in het hoofdstuk over bevrediging over de allesverterende jaloezie van Othello. Hij verlangt van zijn geliefde Desdemona het onomstotelijke bewijs van haar trouw, maar vertrouwt de geringste valse fluistering eerder dan haar oprechtheid. Met moord en doodslag als gevolg. Maar wilde hij werkelijk een bewijs van haar trouw? Of zocht hij in feite een bewijs van haar ontrouw zodat hij kon afrekenen met haar en met zijn immense verlangen? Werd hij gedreven door het visioen van een grote, bevredigende liefde of door zijn angst emotioneel afhankelijk te zijn van iemand van wie je de daden niet in de hand hebt? Tegen deze angst helpt geen enkele kennis, schrijft Phillips. 'Er valt niets te weten van onszelf of anderen waarmee we het probleem kunnen oplossen dat er echt andere mensen bestaan, en dat we volkomen afhankelijk zijn van die anderen, mensen met een eigen bestaan die we toch nodig hebben.'

Zijn onze fantasieën over een beter, bevredigender leven een afleidingsmanoeuvre die ons in het gareel houdt? Rond die gedachte cirkelen de essays van Phillips.

Het ongeleefde leven is Phillips' zeventiende boek - een eerdere titel is het twee jaar geleden verschenen In onbalans. Zijn naam is synoniem geworden met compact, abstract en meanderend taalgebruik. Bovendien gaat hij ervan uit dat de lezer veel achtergrondkennis heeft. Het maakt zijn boeken niet altijd even gemakkelijk te lezen. Soms irriteert hij met gratuite oneliners ('Maar wat nog het meest frustreert is het ontbreken van frustratie zelf') en soms frustreert hij door een zijpad in te slaan zonder het af te lopen ('Wat psychoanalytici vooral van seks weten is hoe weinig hun kennis uitricht'). Maar vaak zet hij je op een onverwachte manier aan het denken. En dat maakt dat je zijn boeken toch altijd weer wilt lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.