Het oeuvre van Nick Cave in zeven sleutelnummers

De enige van de rock-reuzen die nooit is ingekakt

Vrijdagavond speelt Nick Cave (60) in de Ziggo Dome. Uitverkocht, zeventienduizend man. Geen wonder: Cave is de enige van de rock-reuzen die nooit is ingekakt.

Nick Cave in Paradiso, Amsterdam 19 juni 1986 Foto Getty / Frans Schellekens

De man die met zijn band vanavond in een uitverkochte Ziggo Dome zal optreden, had eigenlijk al zo'n jaar of dertig dood moeten zijn. Geen cent gaven we in 1986 nog voor Nick Cave, de Australische junk. We hadden genoten van zijn woeste rock-'n-roll in The Birthday Party, en lieten ons graag meevoeren op de blues-cadans die hij presenteerde op de platen From Her to Eternity (1984), The Firstborn Is Dead (1985) en Your Funeral, My Trial (1986), gemaakt met zijn band The Bad Seeds.

Maar we waren niet blind: Nick Cave was toen nog geen 30 jaar, en leek opgebrand.

We bleken ons te hebben vergist. Niet alleen publiceerde Cave in 1989 zijn eerste roman, And The Ass Saw The Angel, hij bracht ook het ene na het andere prachtige rockalbum uit. Cave ontwikkelde zich in razend tempo, zowel muzikaal als tekstueel. Die creatieve groei werd beloond door een publiek dat almaar groter werd. De woeste wildeman van weleer had zich opgewerkt tot een oeuvrebouwer die zich kon meten met de groten: Johnny Cash, Bob Dylan, Leonard Cohen, Neil Young en Lou Reed.

Wat Nick Cave uniek maakt is dat zijn werk nooit is verslapt. Cash, Dylan, Cohen, Young en Reed kenden perioden waarin ze of niks produceerden of artistiek volledig van het padje waren. Maar Cave's muziek lijkt nog altijd rijker te worden aan emoties en stemmingen en met de jaren is hij beter gaan zingen.

Een keer of vijftien heb ik Nick Cave (60) inmiddels zien optreden. De eerste keer was in Paradiso, januari 1983. Cave was toen zanger van The Birthday Party. 'Hands up who wants to die.' Nick Cave zong die woorden niet, hij brulde ze de zaal in zoals alleen hij dat kon. Hysterisch, en vooral intimiderend.

Ik kende de van oorsprong Australische, in Londen woonachtige band al een paar jaar. De VPRO had beelden uitgezonden van een eerder concert in 1981, in de Amsterdamse Posthoornkerk. Die hadden me angst ingeboezemd; een schreeuwerige zanger met wild haar, woeste blik en ontbloot bovenlijf oogde en klonk volkomen tegenovergesteld aan de muziek waar ik toen, 18 jaar oud, van hield. Ik wist me geen raad met The Birthday Party. Te fysiek, te direct.

Dat veranderde in 1982 toen (weer) de VPRO voor tv de band in de studio vastlegde. 'I am the king', begon Cave het nummer Junkyard, schreeuwerig als altijd. Maar ineens zag ik er de humor van in. Ik was, na al die afstandelijke droevenis op de podia, ook wel toe aan wat avontuur. En wat een heerlijk zootje ongeregeld krioelde er hier op de beeldbuis. Bassist Tracy Pew, die met zijn leren broek en cowboy-hoed aan het droogneuken leek: Wat een idioot.

Van de ene op de andere dag was ik fan. Ik zag ze in januari 1983 in Paradiso tijdens wat een van hun laatste concerten bleek. Een paar maanden later verscheen de ep: The Bad Seed, die begon met de kreet die ik al kende: 'Hands up who wants to die.'

The Bad Seed en de daaropvolgende ep Mutiny behoorden tot het beste dat er dat jaar werd uitgebracht, maar The Birthday Party was opgebrand. Voorman Nick Cave had genoeg van de furieuze rock-'n-roll en vooral van het publiek, dat steeds meer uit gefrustreerde punks, skinheads en andere relschoppers bestond.

Hij was in Amsterdam Blixa Bargeld, voorman van de Duitse metaalslagers Einstürzende Neubauten tegen het lijf gelopen. Samen begonnen ze een nieuw soort blues te ontwikkelen.

Grinderman

De platen van Nick Cave zijn met de jaren rustiger gaan klinken. Maar in 2006 kreeg hij de behoefte weer ouderwets tekeer te gaan. Hij trok met onder anderen zijn Bad Seed-violist en gitarist Warren Ellis de studio in, met het album Grinderman (2007) als resultaat. Er volgde Grinderman-tournees en in 2010 verscheen het album Grinderman 2, vervaardigd tussen Cave's werk met The Bad Seeds en het componeren van soundtracks door. In 2011 verklaarde hij dat Grinderman was opgeheven.

Bargeld kon niet 'gewoon' gitaar spelen. Het onorthodoxe geknars en de dissonanten die hij door Cave's nieuwe muziek strooide, vielen in goede aarde.

De eerste kennismaking met Nick Cave's nieuwe band The Bad Seeds vond plaats in de Amsterdamse Meervaart, april 1984. Cave zou met zijn Bad Seeds nog vele malen terugkeren. Eerst in betrekkelijk kleine zalen als Paradiso en Vredenburg, later in de veel grotere Heineken Music Hall en op Lowlands.

En vanavond dus voor het eerst in de Amsterdamse Ziggo Dome, voor zeventienduizend man. Het is de beloning voor een zeer consistent oeuvre, dat vorig jaar een voorlopig hoogtepunt bereikte met The Skeleton Tree, een intens en door wanhoop gedreven album dat Cave voltooide tijdens het rouwproces na de dodelijke val van zijn zoon Arthur (15).

Nick Cave & The Bad Seeds zijn nog altijd in ontwikkeling; in een poging Cave's genie te verklaren koos ik zeven sleutelnummers.

In The Ghetto (1984)

De grootste artiesten voeren hun luisteraars naar gebieden waar ze uit zichzelf niet zouden komen.

In 1984 waren Elvis Presley en Leonard Cohen volledig uit de mode. En wat deed Nick Cave? Voor zijn eerste single met The Bad Seeds nam hij een cover op van Elvis Presley. Het openingsnummer van het eerste album van The Bad Seeds was Avalanche, een liedje van Leonard Cohen. Cave zou op de platen die volgden ook een lans breken voor de eveneens volledig uit de mode geraakte Johnny Cash. Met allemaal kwam het sindsdien met de herwaardering overigens wel goed.

From Her to Eternity (1984)

Het titelnummer van het eerste album van Nick Cave & The Bad Seeds prijkt nog altijd op de setlist. Het is een typisch jarentachtig-Nick Cave-nummer. Een stevige spanningsboog, opgebouwd uit klassieke bluespatronen. Getergd gezongen, op het paranoïde af. Hier wordt al duidelijk dat Cave met zijn muziek verhalen wil vertellen. Hij schept karakters, die hij vervolgens in teksten vol bijbelse referenties graag weer om zeep helpt.

The Mercy Seat (1988)

Algemeen beschouwd als een van de opzwependste rocksongs die de jaren tachtig hebben voortgebracht. Het liedje waarin Cave zich verplaatst in een ter dood veroordeelde die plaatsneemt op de elektrische stoel, is al dertig jaar vaste prik tijdens zijn concerten.

Het mooie aan de tekst waarvan het refrein 'And anyway I told the truth, and I'm not afraid to die' na ieder couplet met meer vaart en kracht ook in de Ziggo Dome zal worden meegezongen, is het ambigue karakter ervan: bij Cave is de man op de stoel 'nearly wholly innocent'. In de prachtige versie die Johnny Cash later opnam volledig onschuldig.

Where The Wild Roses Grow (1996)

Na de topzware, door een echtscheiding ingegeven liedjes op Let Love In (1994), wilde Cave zich aan iets luchtigs wijden. Met satanisch genoegen zette hij zich aan het schrijven van zogeheten Murder Ballads. Hoe moordzuchtiger hoe beter, vond hij. Het was het soort fictie waarbij hij zich kon ontspannen. Voor het mooiste liedje zocht hij toenadering tot de Australische popvedette Kylie Minogue. Hun Where The Wild Roses Grow leverde Cave zijn eerste en enige Top-10-hit op.

God Is In The House (2001)

Wanneer Nick Cave eind vorige eeuw volledig is afgekickt, verdwijnt met de heroïne ook de religie uit zijn leven. Zijn teksten blijven steeds meer van bijbelse referenties verschoond. Zijn teksten worden directer en geestiger. 'God bestaat alleen nog in mijn liedjes', zei hij in een interview. In God Is In The House zorgt de almachtige ervoor dat alles goed komt, ondanks 'well meaning little therapists/Goose-stepping twelve-stepping Teetotalitarianists'.

Higgs Boson Blues (2013)

Gitarist Blixa Bargeld verliet de Bad Seeds in 2003. Met het vertrek van jeugdvriend Mick Harvey is het nu violist en gitarist Warren Ellis die de meeste muzikale inbreng krijgt. De muziek op het album Push The Sky Away is zachtmoediger, de liedjes worden soms bedekt door een laagje elektronica.

Een van de mooiste nummers heet Higgs Boson Blues, waarop Cave zijn protagonist waarheidsvinding laat doen op reis naar de deeltjesversneller in Genève. In de door Cave geschetste visioenen, zoals Miley Cyrus die drijft in een zwembad, haalt Cave het niveau van Bob Dylan in de jaren zestig.

I Need You (2016)

Hoogtepunt op het even beklemmende als troostende album The Skeleton Tree. Nick Cave zei in een interview altijd gedacht te hebben dat de dood van zijn vader (Cave was toen 20) het grote trauma in zijn leven was dat hij kon gebruiken als creatieve bron.

Sinds de dood van Arthur weet hij beter. Dít is zijn echte trauma. Verhalend schrijven lukt hem niet meer. Zijn liedjes bestaan uit losse zinnen, die hij voorheen misschien had weggegooid. Langzaam werkt hij aan een nieuw idioom en nieuwe stijlvormen. Wie weet tot wat voor moois het nog zal leiden. Anders klinkt I Need You zeker. Ook vanavond, als het de finale van zijn concert zal inleiden.

Lees hier de recensie van verstripte biografie van Nick Cave

Stripbiografie laat een Nick Cave 'multiversum' zien
Nick Caves muziek vormt een 'multiversum' waarvan alle gezichten langskomen in deze verstripte biografie. Wel zo handig: achter in het boek staat een afspeellijst met Cave's nummers die in de strip worden aangehaald.