Het North Sea Jazz van Yuri Honing: deel 1

Jazzsaxofonist en componist Yuri Honing, die vrijdagavond op North Sea Jazz optreedt, doet verslag van zijn persoonlijke ervaringen in Rotterdam...

De voorbereiding

Het ‘North Sea Gevoel’ start meestal op de donderdagochtend. De Volkskrant heeft traditiegetrouw een aantal pagina’s ingeruimd voor het grootste jazzfestival ter wereld, ditmaal voor het eerst in Rotterdam.

Met verbazing lees ik het interview met collega Branford Marsalis. Het heeft er alle schijn van dat overmoed, arrogantie en moralisme een kenmerkend bestanddeel is van het Marsalis-gen. Zijn jongere broer Wynton begon zo’n 20 jaar geleden de jazztraditie als conserverende kunstvorm te presenteren en maakte en passant de generaties voor hem (Hancock, Miles, Zawinul) uit voor overlopers.

Nu lijkt het Branfords beurt om met het vingertje te wijzen. Natuurlijk; zijn interpretatie van Coltrane’s ‘A Love Supreme’ was uitstekend, maar dat is nog geen reden om de gehele New Yorkse jazzscene samen te vatten als een stelletje talentloze nietsnutten. Bovendien: verzin zelf eens wat! Branfords ontwikkeling als componist is tot nu toe teleurstellend. Desondanks een geweldige saxofonist, dus misschien kan hij, net als zijn broer Wynton, beter zijn mond houden en gewoon spelen.

Vandaag eerst naar het ziekenhuis geweest voor de laatste controle aan mijn schouder. Het heeft vijf lange maanden geduurd maar nu ben ik eindelijk weer de oude. Alleen nog wat krachttraining de komende twee maanden en ik ben weer klaar voor een nieuw seizoen.

Daarna een afspraak met Michael, m’n kapper. Een leuke jongen van een jaar of 20 die z’n enorme haardos in het gareel houdt door middel van staartjes aan beide zijden van het hoofd. Hij ontvangt me in een Japans karatepak.

Op zijn advies laat ik mijn haar groeien. Na wat geknip kijkt hij tevreden naar mijn hoofd en roept: ‘yo, man, you look like a niggah!’

Inmiddels thuis begin ik me enorm zorgen te maken over Rima, de in Beiroet woonachtige zangeres van mijn groep Orient Express.

De Israëli zijn knettergek geworden: omdat twee soldaten zijn ontvoerd gooien ze Libanon plat, waaronder het vliegveld van Beirut, en is er momenteel geen enkel telefonisch verkeer mogelijk. De Libanezen verdienen een beter lot.

In dit verband moet ik denken aan de joodse filosoof George Steiner die in een interview voor de VPRO-televisie stelde: ‘Als je wilt weten wie de Tweede Wereldoorlog heeft gewonnen hoef je slechts te kijken naar het gedrag van de Israëli’.

Ik studeer wat door eerst op tenor en daarna op sopraan de fluitsonate in A mineur van J.S. Bach te spelen, een werk dat al jaren meegaat als warmspeeloefening.

Ik bel nog even naar Berlijn om gitarist Frank Moebus de laatste wijzingen in het repetoire door te geven. Mijn groep Wired Paradise begint zich ongekend snel te ontwikkelen tot een soort instrumentale rockband. Ik ben er zo mee in m’n nopjes dat ik na de zomer een tweede gitarist wil toevoegen. Waarschijnlijk wordt dat rockgitarist Paul Jan Bakker (ex-Anouk, ex-Kane) die me van alle kanten wordt aanbevolen.

Vrijdagavond speel ik met Wired Paradise in de Missourizaal, rond middernacht. Als altijd kijk ik er enorm naar uit, omdat elk concert met deze groep een ware belevenis is, zowel voor het publiek als voor onszelf. Rotterdam, here we come!

\N (ANP) Beeld
\N (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden