Het nieuwe paradijs van internet

Oude media zijn uit, nieuwe media zijn in, betogen Henk Blanken en Mark Deuze in PopUp. In hun enthousiasme over het internet schieten ze alleen wel stevig door – zonder spoor van bewijs of analyse....

Het is een open deur: het medialandschap ondergaat revolutionaire veranderingen en het kost de traditionele journalistiek veel moeite zich daaraan aan te passen. Maar het zal wel moeten. Aan de ene kant wordt de economische grondslag van de traditionele media ondermijnd door verschuivingen in mediagebruik en de snelle opmars van het internet; aan de andere kant wordt de journalistiek door nieuwe technieken en communicatievormen, in de gedaante van weblogs, podcasts, zelfsturende zoekprogramma’s, gratis kranten en nieuwssites, gedwongen het eigen vak opnieuw uit vinden.

Het heeft even geduurd voordat de gevestigde media en de journalistiek de consequenties van deze veranderingen onder ogen zagen, maar inmiddels zijn de discussies ook in Nederland losgebrand. En dat het er daarbij soms heftig aan toe gaat, blijkt uit PopUp – De botsing tussen oude en nieuwe media, geschreven door Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, en Mark Deuze, persoonlijk hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Vertrekpunt van PopUp vormt het werk van de Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman, die de hedendaagse samenleving in een prikkelend betoog karakteriseerde als een ‘liquid society’: een vloeibare samenleving, permanent gericht op consumptie, een samenleving waarin alles in beweging is en iedereen steeds voor nieuwe keuzes komt te staan. Deuze en Blanken trekken dit beeld door naar de wereld van de media. Internet weerspiegelt de vloeibare en democratische samenleving, en ‘de oude media’, die de burgers lastigvallen met ‘hinderlijke informatie’ – als pop-ups –, zijn gedoemd ten onder te gaan, net als de oude politiek.

De professionele journalistiek staat op een tweesprong, betogen Deuze en Blanken, en het is duidelijk welke weg de meeste overlevingskansen biedt. Aan het einde van hun boek komen ze dan ook met ‘negen geboden voor een nieuwe journalistiek’, die als wegwijzers kunnen dienen, zoals een grotere transparantie en betrokkenheid en meer authenticiteit en dialoog. Mooie idealen – die goed beschouwd vrijwel identiek zijn aan de waarden uit de journalistieke oertijd, toen kranten het ook als hun belangrijkste taak zagen hun lezers een platform te bieden, om zo de waarheid aan het licht te brengen.

Deze rustige conclusies staan in schril contrast met de rest van het boek. In hun ijver de lezers wakker te schudden, gaan Deuze en Blanken zich te buiten aan overdrijvingen en simplificaties. In PopUp verandert Baumans vloeibare samenleving in een duizelingwekkende draaikolk van uitroeptekens, superlatieven en sweeping statements. Dat de auteurs gespeend zijn van enig begrip van de geschiedenis van de journalistiek, is tot daaraan toe, maar helaas slaan ze de plank ook vaak mis als het gaat om het hier en nu.

Zo leggen Deuze en Blanken zonder spoor van bewijs een direct verband tussen het veranderende mediagebruik en de fortuynistische kritiek op de ‘elitaire media’. Dit thema komt in allerlei varianten terug.

Nu eens worden de ‘oude media’ – beheerst door ‘witte rijke mannen’ – geplaatst tegenover de populaire media, die ruimte bieden aan het ‘gewone volk’. Vaker nog worden alle ‘oude’ media geplaatst tegenover het internet, dat in dit boek fungeert als een nieuw democratisch paradijs waarin alles mogelijk is en iedereen gelijke kansen heeft.

Op dat laatste punt komt de zwakte van PopUp misschien wel het sterkst tot uitdrukking: niet de tegenspraken, de historische nonsens of het digitale arbeiderisme, maar het gebrek aan bewijsvoering en analyse. Nergens wordt duidelijk langs welke lijnen de veranderingen in het mediagebruik precies verlopen, of hoe binnen en buiten de media nieuwe gemeenschappen – met een eigen structuur en hiërarchie – ontstaan. Bovendien ontbreekt enige aandacht voor de economische en politieke dimensies van de mediarevolutie – met als gevolg dat het beeld van de vloeibare samenleving uiteindelijk vervluchtigt. Frank van Vree

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden