Recensie Architectuur

Het nieuwe gebouw van het Europees Octrooi Bureau stelt zich arrogant op naar de openbare ruimte (twee sterren)

Het nieuwe gebouw van het Europees Octrooi Bureau combineert de vraag naar gelijkwaardige kantoorruimten met on-Nederlandse monumentaliteit.

Het nieuwe EPO-gebouw in Rijswijk, bij Den Haag. Beeld Ronald Tilleman

Locatie is alles, luidt het credo in de vastgoedwereld. Een gebouw kun je veranderen, de plek niet. Dat is natuurlijk maar ten dele waar; gebouwen vormen immers de openbare ruimte, en bepalen mede de waarde van een locatie. Dat geldt zeker als je een kantoor van 85 duizend vierkante meter voor 2.700 medewerkers bouwt, zoals het Europees Octrooibureau (EOB) deed in de Rijswijkse Plaspoelpolder. Ingeklemd tussen het oude (te slopen) jarenzeventigkantoor, de A4 en de Patentlaan met zijn fantasieloze blokkendozen, is een immense glazen schijf verrezen – 156 meter lang, 25 meter diep, 107 meter hoog – die landt in een gigantische (nog te vullen) vijver. Het gebouw heeft het aanzien van het bedrijventerrein ingrijpend veranderd. Maar of het er beter van is geworden, valt te bezien.

Het gaat goed met het Octrooibureau, dat in 1977 werd opgericht en zijn hoofdkantoor in München heeft. Sinds de organisatie begin jaren negentig een dependance in Rijswijk opende, groeide het aantal patentaanvragen flink: afgelopen jaar waren het er 175 duizend. Het kantoor werd te krap en was bovendien gedateerd. Daarom werd een prijsvraag uitgeschreven voor nieuwbouw. Inspelend op het Europese karakter van de organisatie en zijn Franse topman deed architectenbureau Dam & Partners een strategische zet: ze vroegen de Franse sterarchitect Jean Nouvel – een goede vriend van de familie Dam – om mee te doen. En wonnen.

Het ontwerp, dat met zijn gevels van glas en staal doet denken aan Nouvels museum Fondation Cartier in Parijs uit 1994, combineert de vraag naar comfortabele, gelijkwaardige kantoorruimtes – alle medewerkers moesten een werkplek aan een buitengevel krijgen – met on-Hollandse monumentaliteit. Neem de entree: daar waar de omringende kantoren een standaarddraaideur hebben, word je hier als Mozes door de vijver geleid, langs muren waarlangs watervallen zullen stromen, geflankeerd door 38 masten waaraan de vlaggen van de lidstaten wapperen. De kleuren van de vlaggen keren terug in het plafond van de centrale hal, al kun je er ook bollenvelden in zien. Vanuit deze ruimte kun je drie kanten op: rechtdoor naar het achtergelegen ‘scharniergebouw’, dat de nieuwbouw verbindt met het naastgelegen kantoorpand van het EOB; de trap op naar de eerste verdieping met de vergaderruimtes; of omhoog met de lift, naar de kantoren.

Zo modern als het gebouw oogt, zo traditioneel zijn de werkruimtes: kamers aan een lange gang. De behoefte aan rust en concentratie is vertaald naar saaie, grijze interieurs. De kwaliteit van de ruimtes zit in het uitzicht: aan de ene kant kijk je uit over de polder richting Rotterdam, aan de andere kant over Den Haag, helemaal tot aan de zee. De glazen schermen die voor de eigenlijke gevel geplaatst zijn, maken het mogelijk om een raam open te zetten zonder wind- of geluidsoverlast. Aan de zuidkant is de ruimte tussen de twee gevels gebruikt om groene terrassen te maken, die jammer genoeg niet toegankelijk zijn. Aan de zeezijde is het de bedoeling dat medewerkers de spiegeling van het zonlicht in de vijver ervaren.

The European Patent Office in Rijswijk, ontworpen door Ateliers Jean Nouvel and Dam & Partners Architecten. Beeld Ossip van Duivenbode

Iedereen heeft het recht om te profiteren van architectuur, stellen de curatoren van de lopende Architectuurbiënnale van Venetië, Freespace getiteld. Welke bijdrage levert het patentkantoor aan de openbare ruimte? Het stelt zich arrogant op. Spelend met de transparantie van het glas en de reflectie van het water, willen de architecten het gebouw naar eigen zeggen laten oplossen, om te ontsnappen aan de banaliteit van het bedrijventerrein. In de praktijk ervaar je de glazen schijf als een ongenaakbare muur, terwijl de slotgracht passanten op afstand houdt. Binnen beschikken de medewerkers over een restaurant, sportschool, tennisbanen, winkels, een eigen bankfiliaal, met als kers op de taart het panorama-dakterras. Op straat zul je ze niet zien.

En dat terwijl de gemeente vorig jaar een toekomstvisie heeft gepresenteerd om meer leven te brengen in de doodse Plaspoelpolder. Deze verticale stad gaat daar niet bij helpen.

Driemaal is scheepsrecht

Gaan ze het ook bouwen? Dat was de vraag toen Jean Nouvel en Dam & Partners in 2012 de prijsvraag wonnen. Het Europees Octrooibureau had immers al twee ontwerpwedstrijden uitgeschreven, waarna de bouw niet doorging. In 1989 was de bedoeling om in Leidschendam een kantoorgebouw te realiseren, naar ontwerp van architecten Frank Roodbeen en Willem Jan Neutelings (nu partner bij bureau Neutelings Riedijk). Maar omdat het aantal patentaanvragen afnam, werd het megaproject afgeblazen, waarop de organisatie zich vestigde in een bestaand kantorencomplex in Rijswijk. In 2004 werd een prijsvraag voor deze locatie georganiseerd, gewonnen door de Belgische architect Xaveer de Geyter. Hij stelde voor een serie geschakelde hoogbouwtorens op een groot plein te bouwen, dat een verbinding zou maken met de omgeving. De Raad van Bestuur besloot om het ontwerp niet te realiseren.

Europees Octrooibureau, Rijswijk (2012-2019). Ontwerp: Ateliers Jean Nouvel en Dam & Partners Architecten. Uitvoering: bouwconsortium New Main B.V.. Budget: 205 miljoen euro. twee sterren. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden