Het nieuwe Duitse ongemak

Duitsland was even een humanitaire oase, maar verliest nu deze uitzonderlijkheid. Spoken uit het verleden keren terug.

Beeld AFP/Getty Images

Publicisten met een fascinatie voor Duitsland hadden het tot voor kort makkelijk - ook als zij niet over de Tweede Wereldoorlog schreven of over de verwerking van die episode. Ze konden het altijd nog hebben over de DDR. Over 'de bloeiende landschappen' in het oosten die maar niet wilden verschijnen. Over Berlijn - 'arm maar sexy'. Over Duitsers die ineens toch heel aardig bleken te zijn.

Maar de thema's waarmee Duitsland zich van de rest van de wereld onderscheidt, worden steeds schaarser. Wat niet wil zeggen dat er niets gebeurt in Duitsland. Het speelt een leidende rol in de vluchtelingencrisis, zoals het ook de Europese koers in de Griekse crisis bepaalde, toen het een rol op zich moest nemen die het helemaal niet begeerde. Volgens publicist Josef Joffe, uitgever van Die Zeit, gaf Greta Garbo in de film Grand Hotel uitdrukking aan het sentiment dat de Duitse buitenlandse politiek na de oorlog heeft gedomineerd: 'I want to be alone, I just want to be alone.' Maar Duitsland kan het zich niet meer veroorloven om een Greta-Garbo-mogendheid te zijn, zegt Joffe. Dat is de prijs van de hereniging.

En na de aanrandingen op oudjaarsavond in Keulen kan het zich ook niet meer de Wilkommenskultur veroorloven die van het land vorig najaar nog een humanitaire oase maakte. Waar de extreemrechtse reactie op het ruimhartige asielbeleid eerder nog kon worden genegeerd, is Pegida niet langer over het hoofd te zien. Naar alle waarschijnlijkheid zal de Alternative für Deutschland (AfD), een geestverwant van de PVV en het Front National, bij de verkiezingen van volgend jaar tot de Bondsdag weten door te dringen. Waarmee Duitsland weer iets minder uitzonderlijk zal zijn dan het tot voor kort nog was.

Hedendaags Duitsland

In zijn boek We kunnen niet allemaal Duitsers zijn laat Wouter Meijer, voormalig correspondent in Berlijn voor de NOS, onbedoeld zien dat het land daardoor ook minder mediageniek is geworden. Aan de penvoering van Meijer ligt dat niet. Vaardig en met voelbaar plezier rijgt hij thema's aaneen die kenmerkend zijn voor het hedendaagse Duitsland: van de onverhoedse Energiewende (die voorzag in de sluiting van alle kerncentrales) tot de internationale luchthaven Berlin-Brandenburg waarvan de oplevering nu al vijf jaar is vertraagd. Van het facettenrijke fenomeen Angela Merkel tot de subculturen in hip Berlijn.

Verder blijkt uit alles dat Meijer zeer vertrouwd is met Duitsland - hij woonde een groot deel van zijn jeugd in (West-)Berlijn - en dat hij geen last heeft van (positieve dan wel negatieve) vooringenomenheid. Toch heeft hij de geïnteresseerde lezer niet veel nieuws te vertellen. Dat hangt niet alleen samen met de omstandigheid dat hij reportages hergebruikt die hij eerder voor het NOS Journaal maakte. Hij bedient zich soms ook van gemeenplaatsen.

Zo is de lezer inmiddels wel vertrouwd met de metafoor van Duitsland als 'reus die bang is geworden voor zijn eigen kracht'. Hij weet ook dat Duitsland met zijn auto-industrie en machinebouw beter bestand was tegen de economische crisis dan Nederland, met zijn grote banken en zijn dienstensector. Hij kent de verhalen van de Duitse pensionado's die moeten bijklussen om de eindjes aan elkaar te knopen. Hij is ervan op de hoogte dat Duitsers vaak wat formeel in de omgang zijn. Hij heeft zich al veelvuldig van de dynamiek van Berlijn kunnen overtuigen. En hij is, net als Meijer, gefascineerd door het verschijnsel Angela Merkel.

Maar de bondskanselier blijft zo enigmatisch als ze was. Ondanks de aardige anekdotes die Meijer opdist. Zo schrijft hij dat Merkel tijdens een bezoek aan de Russische president Poetin verstijfde toen de hond van de gastheer haar kop op Merkels schoot legde. Merkel houdt niet van honden, en Poetin was daarvan op de hoogte, veronderstelt Meijer. De president vroeg haar of zijn hond haar niet hinderde. Nee hoor, antwoordde Merkel. Zolang ze de fotografen maar niet opeet.

Het zijn verhalen uit de tweede hand. Dat geldt, curieus genoeg, ook voor het hoofdstuk over extreemrechts waarin een onverdachte deskundige zich er - terecht - over beklaagt dat wel veel óver de Pegida-aanhangers wordt gesproken, maar nooit mét hen. Terwijl de meesten toch echt voor rede vatbaar zouden zijn. Meijer schrijft het op, maar komt niet op het idee zelf met de mensen achter de beweging te spreken.

Zelfmoordgolf 1945

Nee, dan is Kind, beloof me dat je de kogel kiest, van de Duitse historicus Florian Huber, beduidend verrassender - ook al heeft het betrekking op de Tweede Wereldoorlog, de meest beschreven periode uit de Duitse geschiedenis. In een stijl die recht doet aan de huiveringwekkende materie beschrijft hij de zelfmoordgolf die met de opmars van het Rode Leger in het voorjaar van 1945 over Duitsland rolde. In het plaatsje Demmin, waar Sovjetsoldaten - net als elders in Duitsland - op grote schaal vrouwen hadden verkracht, pleegden tussen de 700 en 1.000 mensen zelfmoord. In enkele dagen tijd. 'Met de rook kwam ook een enorm aantal verkrachte vrouwen, deels nog hevig bloedend, met een, twee, drie, ja soms zelfs vier kinderen aan de hand, in trance, met lege blik de Jarmener Chaussee op gewankeld', schreef een overlevende. 'Ze zochten de dood in de rivier.'

Huber plaatst de zelfmoordepidemie in een breder, massapsychologisch, perspectief. Aan Stunde Null, de apocalyps van 1945, gingen heftige lotswendingen vooraf: de vestiging van het keizerrijk, een verloren oorlog, het vreugdeloze, rancuneuze nationalisme waarmee Duitse kinderen na 'Versailles' opgroeiden, de radeloosheid van de meta-inflatie van 1923 en de economische depressie van de jaren dertig, straatgevechten, revolte, de machtsgreep van Hitler, de euforie over diens successen en de diepe neerslachtigheid die na de nederlaag bij Stalingrad over het land neerdaalde. De geschiedenis had het Duitse volk in enkele decennia tijd alle hoeken laten zien. En daarvan droeg zijn psyche de sporen. Ook na 1945 trouwens. Met de koortsachtige wederopbouw van de Bondsrepubliek ontnamen de Duitsers zichzelf doelbewust het zicht op hun belaste verleden.

Antisemitisme

Over het antisemitisme als onderdeel van dat verleden - niet alleen in Duitsland maar in heel West-Europa - gaat Anti-Joodse beeldvorming en Jodenhaat, van Chris Quispel. Een nuttig boek over een taai verschijnsel met uiteenlopende verschijningsvormen. In christelijk West-Europa werd Joden aanvankelijk vooral de Godsmoord aangerekend - de kruisiging van Jezus. Gaandeweg raakte het antisemitisme steeds meer geseculariseerd, en kwamen gruwelverhalen in omloop waarin steevast sinistere Joden figureerden. Uiteindelijk kon geen Jood zich meer aan het Jood-zijn onttrekken (gesteld dat hij dat al zou willen). De gehele Joodse gemeenschap werd verantwoordelijk gehouden voor de gruweldaden die, doorgaans zonder enige grond, aan individuele Joden werden toegeschreven.

Na de Tweede Wereldoorlog zag het er lange tijd naar uit dat dit 'moderne antisemitisme' met het nationaalsocialisme op de mestvaalt van de geschiedenis was terechtgekomen. Maar na de vestiging van de staat Israël raakte het geworteld in de Arabische wereld - waar het tot dan toe vrijwel had ontbroken - om met de islam terug te keren naar West-Europa, de plek waar de ellende begonnen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden