Interviewdirecteur Birgit Donker

Het Nederlands Fotomuseum heeft orde op zaken gesteld: ‘Ons historisch erfgoed moet iedereen kunnen zien’

Directeur Birgit Donker.Beeld Eva Roefs

Een faillissement hing dreigend aan de horizon van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, maar de eind 2018 aangetreden directeur Birgit Donker (ex-NRC Handelsblad) wist het schip vlot te trekken: ze sleepte een flinke klap geld binnen en vorig jaar werd een bezoekersrecord gevestigd.

Toen Birgit Donker in november 2018 aantrad als directeur van het Nederlands Fotomuseum stond de instelling op de Rotterdamse Kop van Zuid er bepaald niet florissant voor. In de eerste jaarrekening die onder haar verantwoordelijkheid werd opgesteld, werd voor een faillissement gewaarschuwd: ‘Na twee subsidiekortingen en twee reorganisaties achter elkaar houdt het Nederlands Fotomuseum het hoofd nauwelijks boven water. (…) Ook zonder onverwachte tegenvallers is de huidige constellatie voor de toekomst niet houdbaar.’

‘We hebben het even heel lastig gehad’, bevestigt de 54-jarige Donker in haar werkkamer boven het museum. Vanuit haar raam kan ze tussen twee gebouwen door het water van de Nieuwe Maas zien stromen. Inmiddels vloeien ook meer middelen naar haar museum: Donker heeft een flinke klap geld weten binnen te slepen. Bovendien werd vorig jaar een bezoekersrecord gevestigd. ‘Het nog te verschijnen verslag over 2019 zal veel positiever zijn.’

Ze leidde van 2012 tot 2018 het Mondriaan Fonds, de instantie die namens het rijk de subsidie verdeelt voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. Die baan heeft haar een invloedrijke positie opgeleverd, getuige de vele functionarissen die ze na haar overstap tot een werkbezoek wist te verleiden – zelfs koningin Máxima kwam langs.

Het Nederlands Fotomuseum ontvangt subsidie van de staat omdat de collectie van nationaal belang wordt geacht. Die bevat ruim 5,5 miljoen beelden, met afstand de grootste museale fotoverzameling in het land. Vrijwel alle Nederlandse fotografen van faam zijn daarin vertegenwoordigd.

Het museum kreeg jaarlijks 1,3 miljoen euro uit Den Haag, maar kan vanaf volgend jaar op 2,8 miljoen rekenen, zo kondigde minister van Cultuur Ingrid van Engelshoven afgelopen zomer al aan (ook zij had van Donker een rondleiding gekregen). De extra steun moet in zijn geheel worden gebruikt voor het toegankelijk maken van de collectie; slechts 13 procent is geregistreerd en maar 4 procent is gedigitaliseerd.

Fotomuseum

Het Nederlands Fotomuseum ontstond in 2001 uit een fusie van het Nederlands Foto Instituut, het Nederlands Foto Archief en het Nationaal Fotorestauratie Atelier. Het museum beschikt als enige in Nederland over een groot ‘koud’ depot: negatieven en afdrukken worden onder koele omstandigheden bewaard zodat ze zo min mogelijk verouderen. De instelling wist vorig jaar 104 duizend bezoekers te trekken, een record. Dat kwam vooral door de succesvolle tentoonstelling met de kleurenfoto’s van Ed van der Elsken (1925-1990).

Het Wertheimer Fonds, dat ooit het kapitaal verschafte voor de oprichting van het museum, besloot vorig jaar de jaarlijkse bijdrage eveneens te verhogen: van 300- naar 400 duizend euro. Daarnaast kreeg het museum ook nog eens geld voor de uitvoering van een idee van Donker: de oprichting van een ‘Eregalerij van de Nederlandse fotografie’. Die moet komen te staan in een ruimte naast het museum die al enige tijd niet meer werd gebruikt. Het Nederlands Fotomuseum hield daar soms al grote tentoonstellingen, zoals die in 2017 over het werk van de Braziliaanse fotograaf Sebastião Salgado.

De huisvestingslasten van deze 1.800 vierkante meter – waarmee het museum twee keer zo groot wordt – zijn  jaarlijks 300 duizend euro. Stichting Droom en Daad (de goededoelenorganisatie die door Wim Pijbes wordt geleid) is bereid gevonden daarvan de helft te betalen, net als de gemeente Rotterdam, die jaarlijks al 850 duizend euro subsidie aan het museum verleent.

Voor 2021 en de jaren daarna zijn de extra kosten nog niet gedekt. ‘Een gewaagde zet’, zegt Donker. ‘Maar ik ben ervan overtuigd dat het gaat lukken.’ De Eregalerij moet al eind september opengaan en zal honderd foto’s tonen, ook uit andere musea. In een aantal gevallen zullen facsimile’s worden gebruikt omdat afdrukken beschadigd kunnen raken als ze langdurig aan licht worden blootgesteld. De financiën voor de opbouw van deze ‘permanente tentoonstelling’ zijn wel binnen: de BankGiro Loterij schreef vorige week een cheque uit van 500 duizend euro. Daardoor kan nu een begin worden gemaakt met de selectie van de beelden, waarvoor een commissie van experts in het leven is geroepen.

Eerdere exercities van het Nederlands Fotomuseum kunnen inspiratie bieden. In 2007 werd in de expositie Dutch Eyes al eens de geschiedenis van de Nederlandse fotografie samengevat. En in 2011 werd in de kelderverdieping van het museum De donkere kamer geopend, ‘de eerste permanente presentatie in Nederland over 185 jaar fotogeschiedenis’ (vier jaar later verdween die alweer).

Geleerd is ook van de selectie voor de tijdelijke tentoonstelling die nu in het museum is te bezoeken, Sterke verhalen. Uit de enorme collectie van het museum zijn door curator Frits Gierstberg tien thema’s gekozen die elk door opnamen van twee fotografen worden geïllustreerd. ‘We hadden een andere expositie gepland, maar kregen de financiering daarvan niet rond’, onthult Donker. ‘In dertig weken, nogal een korte tijd, hebben we toen deze tentoonstelling gemaakt. Nu we weten dat de Eregalerij er komt, was dat een gelukkige noodgreep.’

De uitverkiezing van de honderd belangrijkste foto’s zal geen herhalingsoefening worden, verwacht ze. ‘We gaan met nieuwe ogen naar collecties kijken, veel meer vanuit het oogpunt van meerstemmigheid.’ Donker, zelf op Curaçao geboren, ontdekte tot haar genoegen dat er in de verzameling van haar eigen museum ook foto’s zitten die op het eiland zijn genomen. Inclusiviteit is voor een museum in Rotterdam extra belangrijk, stelt ze. ‘Deze stad heeft een grote populatie met een niet-westerse afkomst.’

Ze wil, mede met het oog op het relatief lage inkomen van veel mensen in Rotterdam, de toegang tot de nieuwe Eregalerij gratis maken. ‘Hier ligt ons historisch erfgoed en dat moet iedereen kunnen zien. We willen het nationale museum voor fotografie zijn. Entreegeld mag dan geen belemmering zijn.’

CV Birgit Donker

1994-1999 Correspondent voor NRC Handelsblad in Brussel

1999-2006 Adjunct-hoofdredacteur NRC Handelsblad

2006-2010 Hoofdredacteur NRC Handelsblad

2010-2012 Kunstredacteur NRC Handelsblad

2012-2018 Directeur Mondriaan Fonds

2018-heden Directeur Nederlands Fotomuseum

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden