BeschouwingNatuurboeken

Het natuurboek rukt op. Waar komt die trend vandaan?

Beeld Typex

Het natuurboek rukt op: de boeken over vogels, insecten, bomen en tuinieren vliegen je om de oren, van wetenschappelijke gidsen tot romans en poëzie. Waar komt die trend vandaan?

Dat ‘natuur’ in 2018 het thema was van de Boekenweek, blijkt achteraf gezien de opmaat: het natuurboek rukt op. Dit jaar riep uitgeverij Atlas Contact maar liefst een hele ‘Maand van het natuurboek’ uit. Vanwege corona werd die verschoven van april naar mei, maar het virus bleef spelbreker: sommige boekhandels bleven dicht, optredens konden niet doorgaan. De resultaten stemmen toch enthousiast: ruim honderd boekhandels deden mee, de uitgever doneerde een deel van de omzet aan de organisatie Trees for All, die er 500 bomen mee kon aanplanten. ‘Een zekere niche zal het natuurboek altijd blijven, maar dit smaakt naar een vervolg volgend jaar’, aldus een woordvoerder van Atlas Contact.

Ook de jury van de Jan Wolkersprijs – de prijs van de Volkskrant, Vara’s Vroege Vogels en het Wereld Natuur Fonds voor het beste natuurboek van het jaar – ziet de kanshebbers in aantal toenemen. Dit jaar stuurden uitgevers zo’n 130 kandidaten in, variërend van romans en poëzie tot wetenschappelijke verhandelingen – alle genres zijn welkom, zolang natuur er een dominante rol in speelt. Alleen in het jaar van de eerdergenoemde Boekenweek lag het aantal hoger. Nu blijkt de trend zich gevestigd te hebben.

Natuurboeken, dat zijn dus niet alleen veldgidsen vol stinzenplanten of wetenschappelijke verhandelingen over de kosmos: het gaat tot romans en poëzie aan toe. Literair varieert het aanbod van het klassieke nesciaanse ‘natuurlogboek’, nu door schrijver Stefan Brijs met zijn wat somber gestemde Andalusische natuurobservaties in Berichten uit de vallei, tot het levendige en rijke brievenboek Onvoldoende liefdesbrieven van bioloog en schrijver Tijs Goldschmidt.

De natuur knispert door de gedichten van Herman Leenders (Overstekend wild) en Paul Demets (De hazenklager). Er wordt en is genoeg gedicht voor maar liefst twee onlangs verschenen bloemlezingen van natuurpoëzie. Het fraai geïllustreerde Ik wou dat ik een vogel was is een kruisbestuiving voor jong en oud, geadapteerd naar Brits voorbeeld. Net als in Eén zwaluw maakt geen zomer – een soberder selectie door Wim Huijser – biedt de bundel gedichten voor elke dag en elk seizoen. Hartje zomer, zelfs de vrolijke hypochonder Levi Weemoedt leeft ervan op: ‘Alwéér een dag aan het raam gestaan:/ Een bloempje open en dicht zien gaan/ Een bloempje open, een bloempje weer dicht/ Een dag zó vol indrukken vergeet men niet licht.’

Trends

Algemene ‘wildlife’ boeken, met veel spectaculaire foto’s, bestonden altijd al. De laatste jaren ontwikkelt het genre zich trendsgewijs. Niet altijd drijven die trends op de vraag, de golven komen soms ook van de aanbodzijde. Uitgevers kijken naar elkaar en apen elkaar na zodra ze vermoeden dat de ander een trend te pakken heeft.

Beeld Typex

Dat is goed te zien bij het thema ‘bomen’. Na het succes van de Duitse boswachter Peter (‘Bomen hebben hun eigen internet’) Wohlleben en zijn bestseller Het verborgen leven van bomen uit 2015 waagden meer uitgevers zich aan het onderwerp. Binnenkort in de boekhandel: De oerkracht van bomen (uitgeverij JEA), waarin de Italiaanse onderzoeker Giorgio Vacchiano verhaalt over ‘de kracht van bossen en wouden, maar ook over hoe we beter met de natuur kunnen samenleven’. Wetenschappelijk, feitelijk en aangenaam toegankelijk is Wat bomen ons vertellen (Lannoo) van de Vlaamse dentrochronoloog (‘boomtijdkundige’) Valerie Trouet. In heldere bewoordingen neemt zij de lezer mee naar een (wetenschappelijke) wereld die voor velen onbekend zal zijn: die van het jaarringenonderzoek. Daarmee valt niet alleen te ontdekken of een oud schilderij niet vervalst of een viool wel een echte Stradivarius is, ook het klimaat van de afgelopen eeuwen is terug te lezen in de jaarringen van bomen. Het levert belangrijke inzichten op over de klimaatverandering van nu.

Eén bijenboek maakt nog geen zomer. Na zijn succesvolle Verhaal met een angel van de Britse bioloog Dave Goulson uit 2013 verschenen van andere uitgevers diverse varianten op het thema. Dat zien we vaker. Nu lijkt de uitgeverijwereld zich te richten op andere kleine beestjes. Insectenrijk (Atlas Contact) van Aglaia Bouma is er het prominentste voorbeeld van. De aanzet voor haar verhaal spreekt aan: alles begon met de steek van een hoornaar, die voor Bouma bijna dodelijk was. Na jaren van fobie ontpopte zij zich tot deskundige en liefhebbend entomoloog. In Insectenrijk doet zij aanstekelijk verslag van de rijkdom en verscheidenheid in de insectenwereld.

Beeld Typex

Op dezelfde golf: De mierenmaatschappij, met als ondertitel ‘Over het leven van mieren en wat wij mensen van ze kunnen leren’. Om de Fabeltjeskrant te parafraseren: mieren zijn soms net als mensen, met dezelfde mensenwensen. Oftewel: ‘Koninginnen regeren, oorlogen heersen en slavernij is er aan de orde van de dag; het mierenrijk is een onverbiddelijke maatschappij in het klein.’

Die ondertitel verraadt een trend op zichzelf, of misschien eerder een marketingtruc. Frasen als ‘Wat mensen van … kunnen leren’ doen het goed. Bijenvolken, mieren, wolven: we moeten nog zo veel dingen leren begrijpen. Variaties op het tuinthema: Diepgeworteld – Hoe planten ons de weg naar geluk wijzen door Alice Vincent, die in haar tuin troost vond voor een verbroken relatie.

Vogels

Op vogelgebied maakt Atlas Contact al jaren sier met een reeks monografieën. Nog steeds verschijnen elders ‘algemene’ boeken die beginners moeten inwijden in de geneugten van het vogels kijken. Vers van de pers: Fwiet fwiet! van de Vlaamse cabaretier en ‘birdnerd’ Begijn le Bleu. Met QR-codes die de smartphone rechtstreeks dirigeren naar de gelijknamige podcasts van Le Bleu.

Tussen twee opmerkelijke titels die deze lente verschenen loopt een mooie tijdlijn. Vogels als huisgenoten (Cossee) is een heruitgave van het standaardwerk van de Britse natuurschrijver Len Howard uit begin jaren vijftig. Het boek, dat de ogen van tallozen opende, was de bron voor Eva Meijers roman Het vogelhuis. Een deel van het boek beschrijft de vogelzang, mede aan de hand van muzieknotatie.

Zeventig jaar later zien we de notenbalk terugkeren in het boek van journalist Dick de Vos, met de wat oubollige titel (het zal een speelse verwijzing naar oude boeken zijn) Wat zingt daar?. In al z’n compactheid is dit de natuurgids 2.0: het boekje is dun, een bijbehorende app laat de geluiden horen. Met de omschrijvingen van klassieke vogelgidsen (‘Een schel keffend kjiek-kjiek-kjiek’) heeft menig cabaretier volle zalen geboekt. De Vos vervangt ze door rake beschrijvingen en ezelsbruggetjes (de rietzanger: ‘Een drumstelletje in het riet’; de rietgors: ‘Piet, Piet, ik kan het niet’).

Beeld Typex

Hors catégorie zijn de vogelverhalen van cabaretier, tekstschrijver en ‘baardmannetje’ Hans Dorrestijn. Ook in zijn vierde en laatste bundel vogelverhalen Wensvogels ligt de lach (naast de zelfspot) op de loer achter elke boom of struik. Tussen de kwinkslagen door onthult hij wat hem aan dit schrijven zet: ‘Ik geloof dat ik met mijn werk een denkbeeldige Anti-Vogelaar over de streep probeer te trekken. Ik wil hem bekeren, zodat hij ook de vreugde voelt van de Rietzanger en Roodborsttapuit. En hij moet ook pindanetjes en vetbollen in zijn tuin hangen, al vindt hij dat geen gezicht. Het is bekeringsdrang. Iedereen moet lid zijn van ons kerkgenootschap, eerder vind ik geen rust.’

Baken voor de ziel

Steeds meer lijkt de tuinnatuur het baken voor de rusteloze, verstoorde ziel. In Tuinieren voor de geest (De Bezige Bij) beschrijft de Britse psychiater en psychotherapeut Sue Stuart-Smith hoe heilzaam wroeten in de aarde kan zijn.

In De onderwereld van de tuin geeft publicist Romke van der Kaa haast onbedoeld een verklaring voor het succes van het hele genre. Hij beschouwt de tuin als het hoogst individueel koninkrijkje, een verzetshaard tegen de grote boze buitenwereld waarop de moegestreden somberaar zich kan vastklampen aan zijn zelfgezaaide strohalmen: ‘Natuurlijk kunnen we eindeloos mopperen op boeren die de groene woestijn in stand houden, of natuurinstanties die door ieder bosje een mountainbikepad aanleggen en in ieder moeras een uitkijkhut. En het is mooi dat er actievoerders zijn die dat alles willen voorkomen. Maar in plaats van ongelukkig te worden van alles wat uitsterft en verdwijnt kunnen we ons gelukkig prijzen met ons eigen ecosysteem: de tuin. Dat systeem kunnen we zelf in stand houden en desgewenst herstellen.’

Hoe? Wat Van der Kaa betreft door geen gif te gebruiken tegen plant of dier, en door de bodem met al z’n bacteriën, schimmels en microben te koesteren. ‘We hoeven hiervoor niets te doen – alleen maar iets te laten.’

Inzoomen is populair. Op stadsplanten bijvoorbeeld. In zijn aanstekelijke gids Stadsflora van de Lage Landen neemt ecoloog Ton Denters de lezer aan de hand door 24 Nederlandse en Vlaamse steden. Tijdens de wandelroutes wijst hij per straat of coördinaat op muurplantjes, varens en ‘onkruid’, voor wie de ogen wil openen. Zo’n 800 soorten, opmaaktechnisch gesorteerd op bloemkleur. Wat Denters zeggen wil: ‘Onze steden zijn enclaves van biodiversiteit.’

Even tekenend voor het terugtrekken op de vierkante centimeter: Stoepplantjes, een minigids die dit najaar verschijnt bij KNNV Uitgeverij, specialist in natuurgidsen. ‘Vind uit welke planten er op de stoep en tussen de tuintegels groeien.’

Beeld Typex

Natuurlijk valt er niet alleen onbekommerd te genieten. Ook sombere thema’s kunnen fraai werk opleveren. De bundel Veldwerk (uitgeverij Wijdemeer) behandelt ‘het verdwijnen van biodiversiteit in de Friese natuur’. Een taai en droevig onderwerp, maar niet wanneer die natuur zo liefdevol wordt bezongen, met een requiem in woord en beeld door dichter Jan Kleefstra en kunstenaar Christiaan Kuitwaard. Hun bijdragen zijn afgewisseld met de visies van deskundigen uit verschillende hoek.

Het is de even vrolijk stemmende als ongemakkelijke paradox van het natuurboek: de natuur mag er slecht aan toe zijn, in de boekenwereld staat die vol in bloei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden