recensie theater

‘Het nationale lied’: rommelige bonte avond waaraan inhoudelijk geen touw vast te knopen is ★☆☆☆☆

Het verhaal van vluchteling Umar moet een punt maken over uitsluiting, maar het komt armzalig en gratuit over. 

La Canzone Nationale, de Italiaanse versie van Het nationale lied. Beeld Luca Chiaudano

Het nationale lied, uitvoering door Wunderbaum

Theater

★☆☆☆☆

 25/5, Operadagen, Theater Rotterdam
 9 t/m 11/8 Boulevard Den Bosch, later in Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam.

‘Ik zing het Wilhemus niet, want ik ben niet van Duitsen bloed.’ Een van de koorleden bij de voorstelling Het nationale lied weigert mee te zingen met het volkslied. Daarop wordt besloten dan maar met zijn allen Vijftien miljoen mensen te zingen. Het is een afgesproken toneelstukje dat hier wordt opgevoerd, zoals alles aan deze nieuwe voorstelling van theatergroep Wunderbaum vooraf is bedacht. Terwijl het publiek moet geloven dat veel, zo niet alles, zich op deze avond spontaan ontrolt.

Het idee achter Het nationale lied is origineel en maakt nieuwsgierig. Welke liedjes en liederen horen bij een land, wat zeggen ze over onze identiteit, zorgen ze voor saamhorigheid en is met elkaar zingen een bijna vergeten ritueel dat een volk samenbindt? Wunderbaum, de groep die tegenwoordig werkt vanuit Rotterdam, Milaan en Jena, maakte eerder dit jaar een Duitse en een Italiaanse versie van Het nationale lied en nu is Nederland aan de beurt. Afgelopen zaterdag was de première tijdens de Operadagen in Rotterdam. Drie zangkoren werden gerekruteerd: Koor op Zuid, Operakoor Ropera aan de Maas en PuurZangEnzo. Op het podium stonden ongeveer honderd zangers, maar die dienden voornamelijk als figuranten en meezingers. Niets ten nadele van deze koren, maar Wunderbaum heeft er maar bar weinig gebruik van gemaakt.

Het gaat in deze voorstelling namelijk vooral om de presentatoren: Katja en Robert, gespeeld door acteurs Marleen Scholten en Matijs Jansen. Ze zijn tamelijk hysterisch, zij als een foute Italiaanse tv-presentatrice, hij als een gladde gastheer-entertainer. Bijna amechtig proberen zij de moed erin te houden, met overdreven gegil, gelach en gespeeld enthousiasme. Tijdens de première in Rotterdam sloeg dat alles helaas dood. Dat kan aan ons nationale gebrek aan muzikale saamhorigheid liggen, maar het betekende hoe dan ook dat de ironie die als een dikke laag over hun optreden lag onbedoeld uitmondde in cynisme.

‘Samen zingen is als de liefde bedrijven en zingen in een koor is beter dan seks.’ Dat soort teksten wordt gezegd, maar er wordt verder niets mee gedaan. Tegen een vrouw in het publiek zeggen dat ze eruit ziet alsof ze nooit is aangeraakt, als opmaat naar fout cabaret over het onderwerp #MeToo, doet de tenen krommen. Wat de liedjes betreft blijft het bij een medley van nummers die vooraf door het publiek op briefjes zijn ingeleverd. Van Ramses Shaffy tot Claudia de Breij, van Kinderen voor Kinderen tot Watskeburt. Allemaal korte fragmenten alsof het zingen zelf er eigenlijk niet toe doet. O ja, er is ook nog een pauzenummer waarin bekende reclamedeuntjes (Heinz, Johma, Colgate) worden gezongen en er wordt contact gezocht met Jena, waar het zangkoor aldaar een Duits lied zingt. Waarom? Geen idee. Het publiek krijgt een Nederlands vlaggetje waarmee we mogen wapperen, en altijd maar weer moeten die armen nodeloos in de lucht. Aldus ontstaat een erg rommelige bonte avond waaraan inhoudelijk geen touw valt vast te knopen.

Totdat ineens Umar naar voren wordt geroepen. Umar is de zaalwacht die uit Senegal komt en hij wordt door presentator Robert veel te lang geïnterviewd over zijn afkomst en vlucht naar Nederland. Umar blijkt nu te werken als beveiliger van McDonald’s en een aantal winkels. Maar dan grijpt Katja in: ‘Jij hoort hier niet, Umar, we are Dutch!’ Die vijftien miljoen mensen zijn er inmiddels zeventien geworden dus vol is vol – daar komt het op neer. Vervolgens loopt het koor van het podium, als stil protest. Godallemachtig, wat is dit een armzalig en gratuit commentaar op het buitensluiten van de vreemdeling, van de ander – hoe nobel en serieus bedoeld ook. 

Eerder maakte Marleen Scholten met Wunderbaum de prachtige voorstelling Wie is de echte Italiaan?, min of meer over hetzelfde onderwerp: wie en wat bepaalt onze nationale identiteit? Mede daarom is deze karaoke-sing-along sessie zo teleurstellend. Als toegift zingt het koor dan nog wel het Requiem Aeternam van Alfred Schnittke, maar zo timide en weinig bezield dat alle fut, voor zover daar al sprake van was, uit Het nationale lied wegsijpelt.

Het nationale lied in Duitsland en Italië

Waar in Nederland het Wilhelmus dus is vervangen door Vijftien miljoen mensen, als alternatief volkslied, koos het publiek in Italië voor Va Pensiero (het Slavenkoor) uit Nabucco van Verdi. In Duitsland werd een deel uit Beethovens Negende Symfonie gekozen: An die Freude, ook wel bekend als het Europese volkslied. Marleen Scholten: ‘Toen wij La canzone nationale in Italië speelden, zong het hele publiek onmiddellijk mee, het maakte niet uit wat. Bij Das nationale Lied In Duitsland bleken de mensen veel voorzichtiger. De Italianen houden ook vrolijk hun vlaggetjes omhoog, de Duitsers doen dat bedeesder. Nee, moralistisch willen we niet zijn, maar er zit wel een boodschap in: natuurlijk mogen we trots zijn op onze identiteit, maar dan wel vanuit respect voor de ander. Ik woon zelf in Italië, het land van Salvini, de vicepremier die elke dag haat zaait, en ervaar hoe belangrijk dat is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden