Review

Het mysterieuze verhaal van Joe Gold nam bezit van Joseph Mitchell

Terloops maar heel precies voerde Joseph Mitchell, legendarisch verslaggever, je door de straten van New York. Tot aan het meest mysterieuze writer's block ooit.

Joseph Mitchell (1908-1996), was reporter van The New Yorker. Beeld getty

Laat ik het zo zeggen, het zit 'm hierin: 'Skkrie-iek! Skkrie-iek!'. Want het ging om wat Joe Gould van de wereld vond, en alles erop en eraan, en dan zocht hij hardop zijn toevlucht tot het zeemeeuws, dat hij als geen ander beheerste. Hij had zelfs gedichten van Henry Wadsworth Longfellow in het zeemeeuws vertaald, of we dat wel wisten.

Ook tot zijn repertoire behoorde, naast indiaans voetgestamp, een perfecte imitatie van een zeemeeuw. Dan trok hij zijn schoenen en sokken uit, en klapwiekte door de kamer, inclusief snijdend gekras en gekrijs. Hem afremmen hoefde je niet, al helemaal niet op deftige dichtersavondjes.

Joseph Mitchell
McSorley's wonderbaarlijke saloon
Non-fictie
Vertaald uit het Engels door Dirk-Jan Arensman.
Van Oorschot; 473 pagina's; euro 22,50.

Joseph Mitchell
In het oude hotel
Non-fictie
Vertaald uit het Engels door Susan Janssen en Johannes Jonkers.
Lebowski; 466 pagina's; euro 22,50.

Zo was Joe Gould nou eenmaal, een bohémien uit Greenwich Village in New York, die als vanzelf echt heeft bestaan (1889-1957). Zijn bijnaam: Professor Zeemeeuw, die zijn religie als 'lefpoëet uit Poëziehuizen' als volgt formuleerde:

's Winters ben ik een boeddhist,
En 's zomers ben ik een nudist.

Het liederlijke bestaan van deze Joe Gould is in goud gegraveerd door Joseph Mitchell, verslaggever van het Amerikaanse periodiek The New Yorker. In 1942 en in 1964 verschenen twee reusachtige verhalen over Gould, die nu ook zijn opgenomen in de geweldige tweedelige Nederlandstalige verzameling van Joseph Mitchell, een co-productie van de uitgeverijen Lebowski en Van Oorschot.

Vage types

Van Mitchell kan je zeggen dat hij een goeie hand had in het vangen van legendarische New Yorkse figuren, of van vage types in de marge die hij als verslaggever verguld optuigde. Het was hem niet om hoogwaardigheidsbekleders of beroemdheden te doen, maar om filosofische straatschuivers, eindtijdpredikers, zigeuners, vrouwen met de baard, de burgemeester van de dagelijkse vismarkt en - hallo daar - de stamgasten van de oudste Ierse kroeg van de stad, McSorley's.

Kleurrijke figuren werden goed in de verf gezet door Joseph Mitchell, waarmee hij een leidsman werd van vele generaties verslaggevers, zeker in Amerika, het jachtveld van de literaire journalistiek.

Wat je dus overkomt bij de grote Mitchell is dat-ie je in zijn reportages aan de hand neemt door de straten van New York, in pak 'm beet de periode van de jaren dertig tot aan de jaren zestig. Zo van: moet je die eens zien, en kijk daar toch, moet je die eens horen. Alles terloops meegegeven, en met veel gemak maar precies opgeschreven, presenteert hij een diaserie van belevenissen.

Feit of toch fictie?

Door het boek Joe Gould's Teeth van Jill Lepore was de bohémien dit jaar terug in de belangstelling. In deze biografie uit Lepore kritiek op hoe Joseph Mitchell Gould heeft vereeuwigd. Zij stelt dat Mitchell de werkelijkheid naar zich toe heeft getrokken met zijn voorbarige conclusie dat het beloofde boek van Gould niet bestond. Dat kwam Mitchell beter uit voor zijn verhaal, aldus Lepore.

Writer's block

Als hoeksteen van zijn oeuvre wordt die lijpe Joe Gould beschouwd. Die bezwoer dat hij zich, na een psychiatrische en journalistieke loopbaan, had toegelegd op De Orale Geschiedenis van Onze Tijd. Hierin zouden gesprekken worden opgenomen die door Gould waren opgevangen, die meer betekenis hadden, en zelfs profetische boodschappen konden zijn, zonder dat de spreker in kwestie daarvan op de hoogte was.

De grootste geschiedschrijver aller tijden noemde hij zichzelf, en echt niet zomaar een mafkees. Of er sprake was van één boek, dat bleef boven de markt hangen, want her en der had hij volgeschreven schoolschriften achtergelaten, net als onbetaalde drankrekeningen.

'Het geheim van Joe Gould' heette het artikel, en na de onthulling daarvan werkte het verhaal ook toe. Het meesterlijke geouwehoer, en de verregaande onbetrouwbaarheid van zijn hoofdpersoon begonnen Mitchell steeds meer op de zenuwen te werken. En toen dit boek - het langste boek ooit, minimaal zeven keer langer dan de Bijbel - misschien wel niet bleek te bestaan, viel hij als verslaggever uit zijn waarnemersrol. 'Ik was door Gould in de luren gelegd - dat was een ding dat vrijwel zeker was - en talloze anderen door de jaren heen ook.'

Joseph Mitchell - In het oude hotel

Op 26 september 1964 was Joseph Mitchell 56 jaar en stond het tweede deel van het verhaal over Joe Gould in The New Yorker. Vanaf dat moment begon hij aan het meest mysterieuze writer's block uit de Amerikaanse journalistieke geschiedenis. Elke dag ging hij nog van zijn appartement in the Village naar de redactie, altijd scherp gekleed en een mooie hoed op om zijn kale plaat af te dekken, en in zijn regenjas een driedubbelgevouwen The New Yorker.

Uit zijn kantoor klonk heel af en toe het geratel van een typemachine, en bij de koffieautomaat en de pisbakken maakte hij een praatje met redacteuren. Aan het einde van de werkdag zuchtte hij, en ging naar huis.

Masker

Dertig jaar lang werd hij doorbetaald door The New Yorker, tot aan zijn dood in 1996, zonder dat er nog een verhaal van hem werd gepubliceerd. Niets, van 'de grootste levende verslaggever' Joseph Mitchell, helemaal niets, terwijl hij er wel was, melancholisch lezend in boeken van Mark Twain en James Joyce.

Na zijn dood werden er nog wel verhalen van hem ontdekt, zoals delen van wat zijn memoires moesten worden, en dozen vol met in de stad verzamelde knopen, spijkers, lepels en deurknoppen. Zijn literaire nalatenschap, in handen van een van zijn twee dochters, werd ondergebracht in honderd kartonnen dozen.

Wat moest-ie nog, daar was het voor Mitchell op neergekomen. Vooral het verhaal over Joe Gould had zo'n bezit van hem genomen, zo had hij tijdens een zeldzaam interview laten optekenen. Hij was zelf Joe Gould geworden, iemand die zich misschien ook wel achter het masker van het aanstaande grote werk verschuilde, maar niet meer kon doorkomen. Ook de zeemeeuw in hem was stil gevallen.

McSorley's wonderbaarlijke saloon - Joseph Mitchell
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.