HET MYSTERIE REMBRANDT BLIJFT INTACT

Kan het publiek - na alle tentoonstellingen die er door de jaren heen zijn geweest - in het Rembrandt-jaar nog iets nieuws zien?...

In 1969 was Rembrandt driehonderd jaar dood. Er verschenen een hoopboeken dat jaar. Bestandscatalogi, overzichten van zijn etsen, zijnschilderijen, zijn tekeningen. En soms een heel boek over één schilderij.Een groep onderzoekers had net een jaar eerder het Rembrandt ResearchProject (RRP) opgericht, dat de ambitie had het gehele Rembrandtoeuvre(destijds circa zevenhonderd schilderijen) opnieuw te analyseren. Er werdenborrels gehouden en de kranten schreven over zijn sterfjubileum. En erwerd, in Nederland, een tentoonstelling gehouden. Eén, in het Rijksmuseum:Rembrandt 1669-1969.

In 2006 is de schilder vierhonderd jaar geleden geboren. In Nederlandalleen al worden 22 Rembrandt-tentoonstellingen gepresenteerd. In hetbuitenland, van de VS tot Hongarije, zijn dat er nog eens tientallen extra.

Precies kom je er niet achter, maar als je de catalogi inkunsthistorische bibliotheken erop nazoekt, dan zijn er in de 20ste eeuwin Nederland zo'n dertig tentoonstellingen gehouden over Rembrandt. Metpieken rond de jubileumjaren 1969, 1956 en 1906. Dertig tentoonstellingen:een fractie meer in een hele eeuw dan wat er in dat ene jaar 2006 gaatkomen.

Aan geen andere kunstenaar van de Gouden Eeuw werden zoveeltentoonstellingen gewijd. Dat is op zichzelf niet vreemd: er is geenkunstenaar wiens oeuvre zo groot is - de teller staat na 35 jaar inspectie van het RRP nog altijd op ruim driehonderd schilderijen - én zodivers. Zou Vermeer in één jaar 22 keer geëerd worden, dan was er permuseum 1,5 schilderij te zien. Was het Jan van Goyen geweest, dan hingener 22 keer zalen vol met hoofdzakelijk bruinige landschappen.

De populariteit en de zichtbaarheid van Rembrandts werk is dus explosiefgestegen, ook al is het oeuvre van aan hem toegeschreven schilderijen gehalveerd. Maar krijgt het publiek in de 22 tentoonstellingen ook ietsnieuws te zien? Kunnen we in zijn werk nu andere dingen zien dan in devorige eeuw?

Ja. Ondanks de vele eerdere tentoonstellingen over Rembrandt, worden erin 2006 wel degelijk nieuwigheden gepresenteerd. Natuurlijk, een deel vande tentoonstellingen die zijn aangekondigd bestaat uit klassiekeoverzichten - braaf gepresenteerde tekeningen en prenten uit de eigencollectie van de musea, zoals de hele tekeningencollectie van hetRijksmuseum en van museum Boijmans Van Beuningen. Maar het programmabelooft ook experimenten, en daarmee lijkt een nieuwe houding van de museaten opzichte van Rembrandt werkelijkheid te worden.

Rembrandtschilderijen worden bijvoorbeeld naast werken van Michelangeloda Caravaggio gehangen. Twee kunstenaars bij elkaar, dat lijkt geen nieuws.Rembrandt hing eerder naast Ferdinand Bol, Govert Flinck en andereleerlingen en tijdgenoten. Maar terwijl in het verleden schilderijen naastde meester hingen om daarmee Rembrandts status als enige echte topschilderte bevestigen, kiest het Rijksmuseum nu voor een strijd tussen giganten.Caravaggio heeft een heldenstatus die zich met die van Rembrandt laatmeten. Beide schilders waren de beste in hun tijd, absolute grootmeestersin het schilderen van licht - Caravaggio een generatie vroeger danRembrandt, en drieduizend kilometer zuidelijker, in Italië. Voor het eerstwordt Rembrandt uitgedaagd door een gelijke: een voorzichtige ontheiligingvan zijn heerschappij.

Een tweede museumprimeur is Nightwatching. Kunstenaar en regisseur PeterGreenaway, bekend van experimentele films als The Cook, the Thief, his Wifeand her Lover en de even experimentele opera Writing to Vermeer, krijgt opuitnodiging van het Rijksmuseum vrij baan om de Nachtwacht het middelpuntte maken van een theatrale en multimediale setting. Licht, geluid,figuranten en een tribune rondom het schilderij dat geen prijs kent. Hetheilige der heiligen van het oeuvre wordt onderworpen aan een presentatiedie niets met historische feiten te maken heeft. Dat is niet alleen eenontheiliging van Rembrandt, maar ook een nauwelijks voorzichtig te noemenontheiliging van het museum als instituut van historische enwetenschappelijke presentaties.

Het nieuwe lef van de musea laat zich in verschillende anderetentoonstellingen op het programma zien. Zo beloven meerdere musea eenontrafeling van de hardnekkige mythevorming die in het verleden rondom dekunstenaar ontstond. De Lakenhal in Leiden ontmaskert de mythe overRembrandts oudere modellen, die vaak terugkeren en daardoor vroeger promptals zijn vader en moeder werden geïdentificeerd. Het Joods HistorischMuseum rekent af met de vroegere vermoedens dat de schilder misschien weljoods zou kunnen zijn - hij schilderde immers vele oudtestamentische(joodse) figuren, en woonde in het joodse kwartier. Het Teylersmuseum, hetMauritshuis en - opnieuw - het Rijksmuseum besteden aandacht aan hetrestauratie en authenticiteitsonderzoek. En opmerkelijk: ruiterlijk wordtin die tentoonstellingen toegegeven dat de schilderijen in het verledenverkeerd werden begrepen en geïnterpreteerd - ook soms door de musea zelf.

Dat is wel eens anders geweest. Veertien jaar geleden, in 1991, werd inde reizende mammoettentoonstelling Rembrandt: de meester en zijnwerkplaats, die ook Amsterdam aandeed, nog geprobeerd een sluitend beeldvan de schilder te geven. In de hoofdtentoonstelling hingen alleenschilderijen die met zekerheid als eigenhandig werden beschouwd. Aanvullendwerd, met tegenzin van de samensteller, de categorie afgewezenen getoond,de schilderijen die na grondig onderzoek van het Rembrandt Research Projectniet meer aan de meester werden toegeschreven. Het was misschien wel delaatste poging om 'de ware Rembrandt' te laten zien.

Maar de schilder is de dans ontsprongen. Ondanks de vele inzichten diedecennia onderzoek hebben opgeleverd, en ondanks de enorme stimulans diedit had voor zijn populariteit, is hij er niet door ontraadseld. Rembrandtlaat zich niet zo eenvoudig kennen, blijkt nu.

Rembrandt blijft een mysterie. Really Rembrandt?, een tentoonstellingover schilderijen die in het verleden toe-, af- en soms weer toegeschrevenzijn, wordt door de samensteller, restauratiedeskundige Arie Wallert vanhet Rijksmuseum, omschreven als 'een tentoonstelling van twijfel enonzekerheid'.

Die onzekerheid lijkt misschien een zwaktebod - musea zijn tenslotteook educatieve instellingen - maar ze kan evengoed beschouwd worden alseen teken dat dat het publiek voor vol wordt aangezien. Musea nemen detoeschouwers serieuzer dan vroeger en bieden een eerlijk inzicht in demachinerie achter de Rembrandtwetenschap. Daarmee worden de bezoekersdeelgenoot gemaakt van het denkproces over de onbegrijpelijke kunstenaar.

Een ander gevolg van de ontstane onzekerheid in het klassiekewetenschappelijke en museale veld, is de nieuwe tendens van musea om opente staan voor a-historische (wetenschappelijke) feiten en verhalen. Detentoonstelling van Peter Greenaway is daarvan het belangrijkste voorbeeldin 2006.

Al in de jaren tachtig besloten auteurs en wetenschappers om Rembrandtlos te weken van zijn gedocumenteerde wortels. De historische Rembrandt wasniet voor iedereen interessant. Zijn werk werd scherpgesteld vanuitliterair perspectief (Rembrandt als visueel verteller), semiotischperspectief (Rembrandts schilderijen als systeem van tekens en symbolen),psycho-analytisch en cinematografisch perspectief (Rembrandt als schildervan onderdrukte seksuele verlangens en Rembrandt als proto-cineast).

De '-ismes' van die periode hielpen een handje mee: postmodernisme,deconstructivisme, feminisme, pragmatisme. Voor het eerst mochten levendefilosofen als Derrida en Foucault aangehaald worden om Rembrandts werk teverklaren. De Hollandse meester werd als interessant onderdeel van dehedendaagse populaire cultuur verwelkomd. Als het leidde tot een nieuweverbeelding bij zijn schilderijen, dan mocht je met Rembrandt aan de haalgaan.

Toch duurde het tot 2001 voordat de invloed van deze ideeën tot museadoorsijpelde. En dat was niet in Nederland, maar in Schotland (Rembrandt'sWomen) en de Verenigde Staten (Art & Home: Dutch interiors in the Ageof Rembrandt).

In de tentoonstelling Uylenburgh & zoon: kunst en commercie inRembrandts tijd in het Rembrandthuis wordt volgend jaar de commerciële en economische kant van Rembrandts productie belicht. Een ontheiligdeRembrandt, die voor een deel ook maar gewoon een speelbal bleek te zijn van de wensen van zijn kunsthandelaar. Díe koos zijn klantenkring grotendeelsuit, en bepaalde veel van de onderwerpen die Rembrandt schilderde.

Maar de tentoonstelling Nightwatching gaat een stap verder. Met dekeuze van een cineast laat het Rijksmuseum de absolute fictie het bolwerkbinnen. Rembrandt is definitief verworden tot entertainment.

Hij is, in 2006, eindelijk van iedereen. Een Rembrandt die van allekanten en op alle niveaus gewaardeerd kan worden. Zijn we daarmee de oudeRembrandt kwijt? Sneeuwen de schilderijen onder door de verhalen die overde schilder worden verteld?

Dat moet blijken in 2006. Rembrandt tot op het bot uitgeplozen,ontmaskerd, aangekleed en ontheiligd. We hebben alles bekeken en alletwijfel krijgen we erbij cadeau. Die twijfel is een zegen. Want het feitdat niet alle verhalen die volgend jaar worden verteld een sluitendRembrandtbeeld presenteren, is vooral reden om opgelucht te zijn. Temiddenvan alle microscopische aandacht voor zijn persoon en zijn werk, wordtdaarmee duidelijk dat het mysterie Rembrandt de tijd heeft overleefd.Zolang we zoeken, kunnen we ons blijven verbazen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden