Het mooiste korte verhaal van de zomer

We kiezen deze zomer het beste korte verhaal. Te beginnen bij nummer 6. Juryvoorzitter Arjan Peters legt uit en leidt in.

Beeld Ivo van der Bent

Voor een kort verhaal hoef je niet te gaan zitten, want dan is het al uit. Des te merkwaardiger dat het genre tot de nationale bedreigde cultuurschatten behoort. Een kolossale roman, een pil waar je je terdege voor moet installeren zittend of zelfs liggend voordat je er doorheen bent, daar grijpt de Nederlander nog eerder naar dan naar een bundel met korte verhalen.

Eén verhaal volgen is al inspannend genoeg. Zoiets moet het zijn. Ook nu, midden in de zomertijd, wanneer u aan een strand ligt, op een camping vertoeft of dit jaar in de eigen achtertuin blijft, zult u de lezende landgenoten weer met tijdschriften zien liggen en met romans maar een bundeltje verhalen, dat is te veel moeite. Je telkens weer hélemaal in een ander moeten verplaatsen, in wéér een andere locatie en een ander tijdvak, daar hebben we de lenigheid niet meer voor.

Allemaal flauwe excuses en uitvluchten. Een kort verhaal biedt in korte tijd een hele wereld aan, het genre is bij uitstek toegesneden op het tijdperk van voortdurend geprikkeld en afgeleid worden een korte concentratiespanne is immers voldoende, de tekst is achter de rug voor je er erg in hebt. Je hoeft je niet voor alles af te sluiten en kunt toch verre oorden betreden en kennismaken met personages die je in het dagelijks leven spijtig genoeg nooit eens tegenkomt.

Om u van uw vooroordelen af te helpen, heeft een jury van liefhebbers van korte verhalen, gerekruteerd uit de boekenredactie van de Volkskrant (Arjan Peters en Wilma de Rek), aangevuld met een echte schrijver annex programmamaker (Adriaan van Dis) en een echte actrice met twee romans op haar naam (Anna Drijver), zes schitterende verhalen uit de naoorlogse Nederlandse letterkunde uitgekozen. Tijdens een vrolijke lunch in het Amstel Hotel heeft de bovengenoemde vierkoppige jury de definitieve keuze en de onverbiddelijke volgorde van publicatie bepaald.

Gedurende zes weken zult u er dus aan moeten geloven. Volgens ons zijn dit zelfs de zes mooiste korte verhalen die er bestaan, maar de ervaring leert dat je voorzichtig moet zijn met het uitspreken van dergelijke pretenties. Voordat je het weet, komen er ingezonden brieven vol namen van grootheden die we zomaar hebben gepasseerd. In het ergste geval moeten we ze dan ook nog gelijk geven.

Dus zoiets hoort u ons niet zeggen, dat dit de mooiste zijn. Al vinden we dat wel. Om te beginnen Het wonder van J.M.A. Biesheuvel (Schiedam, 1939), die sinds zijn daverende debuut In de bovenkooi (1972, een herdruk in de schatkamerreeks van Meulenhoff volgt aanstaande november) zo'n drieduizend pagina's heeft geschreven met sprookjes en veelal autobiografische verhalen over zijn tijd als ketelbink, het krankzinnigengesticht waarin hij diverse keren moest verblijven en zijn gereformeerde jeugd. De ereburger van Leiden en P.C. Hooftprijswinnaar 2007 is een onnavolgbaar romanticus. Dat blijkt ook uit het korte verhaal Het wonder uit 1995, met een openingszin die de jury graag uitroept tot de allermooiste die haar onder ogen kwam, vanwege de wonderbaarlijke wanorde ervan en de logica die zo onverwacht is dat de dood zelf er door verrast moet zijn. Zó leg je vliegensvlug contact met een ander, ook als die reeds aan gene zijde vertoeft.

Beeld René van der Vooren

Cover

Elke week maakt grafisch ontwerper René van der Vooren een 'omslag' voor het korte verhaal. Behalve boekomslagen (zo'n vierhonderd) verzorgt Van der Vooren (ook onder de naam Graaf Typo) boeken, tijdschriften en brochures.

Zo snel kan dat, voegt de jury daaraan toe, in een kort verhaal.

In 1953 zat de toen 14-jarige Biesheuvel op het gymnasium en had hij in een Coca Cola-fabriek gewerkt om een vakantietje voor zijn ouders te betalen. 'Met een bus zijn vader en ik toen naar de Vogezen gegaan', vertelde hij in 2002 in de Volkskrant. Aldaar deden zij een sensationele ontdekking.

In zeer korte tijd kunt u die meebeleven. Als u niet naar het korte verhaal komt, dan komt het korte verhaal wel naar u toe. Veel plezier gewenst, deze week en de komende vijf.

Arjan Peters (juryvoorzitter)

Adriaan van Dis

Anna Drijver

Wilma de Rek

Het wonder

Vader; je bent nu dood, maar deze geschiedenis herinner je je nog wel: Het was een wonderschone dag toen jij en ik op stap; op vakantie gingen. Ik was 14 jaar en had in een maand tijd 134 gulden verdiend door flessen schoon te maken bij de Coca Cola-bottelarij in Schiedam.

Wij schrijven zomer 1953. 'En neem niet zoveel mee', zei jij, 'je ondergoed en je hemd en sokken kun je wel in de beek wassen, er is daar vast en zeker een beek. Er zijn natuurlijk heuvels en je kunt lekker langs de brede Rijn lopen. Wat zal dat toch een heerlijke tijd worden daar in Opperwihr. Hoe verzin je het toch om mij een reis naar de Vogezen aan te bieden? Het was leuker geweest als moeder en ik samen hadden kunnen gaan, maar moe wil nu eenmaal op het huis en de kinderen letten.' 'Pa', zei moe, 'heb je aan je zakgeld gedacht?' 'Ik heb ¿ 12,40 in mijn borstzak', zei jij, 'we zullen het goed er van nemen'. Jij wendde je weer tot mij. 'Er is daar geen radio, daar zullen wij zelf nou eens voor zorgen', zei jij. 'Doe jij de pick-up achter op de fiets, dan neem ik de radio.' Goed, de snelbinders rekten goed. Het was alsof we onze eigen penaten achter op de bagagedragers hadden. We reden met veel plezier naar het plein voor het Centraal Station in Rotterdam, zetten de fietsen tegen een hoge lantarenpaal, namen de pick-up en de radio onder de armen en wilden in de plezierbus stappen. 'Die spullen hebben straks geen nut', zei de chauffeur, 'er is in de barakken in Opperwihr nu eenmaal geen elektriciteit en ik weet niet of er nog tijd genoeg voor jullie is die radio en pick-up weer naar huis te brengen.' 'Die fietsen staan op slot', zei vader. 'Ik doe de radio en de pick-up gewoon onder de snelbinders. Dat doet geen kwaad. Ik hang er voor de zekerheid nog een brief aan.' Hij leende papier en potlood van de chauffeur en begon als volgt te schrijven:

Waarde voorbijganger, deze fietsen, deze radio en pick-up, waarvoor ik allemaal hard heb moeten werken, zijn van ons: Cornelis Biesheuvel en zijn zoon Maarten, Burgemeester van Haarenlaan 138b-beneden in Schiedam. We wilden de spullen meenemen om zelf op vakantie te genieten van muziek. Nu blijkt er geen elektriciteit te zijn in de barak in de Vogezen. Wel een uitstulpingsput en olielampen en houtvuren en 60britsen. Ik was te laat om de radio en pick-up nog naar huis te brengen en ik laat die twee dingen maar hier staan. We zijn weg van 2 tot 16augustus. Mocht u zin hebben om radio of pick-up te gebruiken, doet u dat dan voor een paar dagen, als de radio en pick-up uiterlijk 16augustus maar weer op de fietsen zitten.

Hoogachtend,

C. Biesheuvel

(archivaris bij de werf Wilton Fijenoord, Schiedam)

Een half uur later vertrok de bus en vader en ik hadden een prachtige tocht. In de barak waren alleen britsen en 4olielampen. Vader en ik hielden er niet zo van om in de wijde omtrek uitstapjes te gaan maken. Pa kon het zo grappig zeggen: 'Alles tegelijk doen heeft ook geen zin. Het is bij de beek al mooi genoeg zo.' Zo zaten we de hele dag bij de beek tot op de 6edag, toen vader zei: 'Ik hoor een enigszins knarsend geluid, we gaan maar eens kijken wat dat mag voorstellen.' We hadden gelukkig een bijltje en hakten ons een weg door ruig en wild struweel. Toen kwamen we op een open plek en daar lag een berg zwaar grind tegen een ietsje uit de grond stekende as (plusminus 3meter kwam de as uit de grond), de bloemen die daar groeiden waren zeer mooi en bekoorlijk. 'Het is een zware as, diameter 2,2meter, zoals ik die op de scheepswerf wel eens zie', zei vader, 'eens kijken of ik ook een kogellagerring zie of kan ontdekken'. We waren uren bezig met het verwijderen van de kleine stenen en het grind. Het geluid van de beek klonk ons daarbij steeds lieflijk in de oren. En we ontdekten de kogellagerring. 'Wat doet dat ding hier in vredesnaam?' zei vader. We zaten 3 uur te kijken naar een vast punt op de as (we hadden daar een krijtstreepje gezet) zoals dat punt ten opzichte van de vast verankerde lagerring draaide. 'Jemig de pemig', riep vader toen uit: 'Zo draait de wereld om de áárdas, met déze snelheid! Het knarst! Wordt de as wel op tijd gesmeerd?' Dat deden wij: we hadden een kannetje met stroperige, amberkleurige olie bij ons! 'De radio en de pick-up hebben we op de fietsen achter moeten laten, maar zo heeft onze vakantie toch iets aardigs', zei vader, 'we hebben de aardas mogen smeren, die mag niet zomaar vastlopen. Maar nou eens iets anders', zei vader, 'ik wil mijn hand wel eens leggen op het snijvlak van de as, 3meter boven de grond. Ik wil mijn hand wel eens daar leggen waar God hem houdt. Op het verre Java, reken ik uit, komt de as aan de andere kant weer uit de grond en God houdt de aarde ongeveer Noord en Zuid vast zoals je een pennenkoker tussen de palmen van je handen kan klemmen, de aarde glijdt, draait vrij tussen je handen om zijn pennenkoker. Je zou hem af en toe met je kin, omdat je je handen niet gebruiken kan, een zetje kunnen geven zodat de aarde draait.' Vader was opgewonden en tevens nerveus. We sleepten een rotsblok van een halve meter aan en vader ging er op staan. Ik hield zijn voeten vast opdat hij niet zou vallen. Vader reikte hoger en hoger met zijn hand en trok plotsklaps wit in zijn gezicht weg. Zijn hand was zo hoog en ik was zo laag. De opwinding had hem in zijn greep, verbazing greep hem zoals een zeis de halmen en vader riep naar beneden, toen hij zijn hand op het ronde gladde snijvlak had gelegd: 'Maarten, Maarten, ik voel de hand van God! De overlevering, de mythe gebiedt mij nu de hand van God te voelen, maar het vreemde, het rare, ja het rare, oh het griezelige is... ik voel helemaal niets!' Toen hij dat zei, trok hij een gezicht als van iemand die zegt 'vreemd geval, maar je moet het niet verklappen'. Hij bleef een tijd in gedachten staan en kwam toen naar beneden. Ik vroeg of ik ook eens mocht voelen. 'Nee', zei hij, 'jij moet thuis catechisatie doen...' Ik heb toen nog een paar mooie dagen gehad, waarin ik mezelf erg moest beheersen niet in mijn eentje te gaan voelen aan de as. Eigenlijk was ik bang. Vader en ik zaten maar bij de beek. Soms gaf hij me een stuk geitenkaas. Dan weer dronken we uit de beek. 'Wat een rust, wat een genade, zo ijl is het hier. We zijn op 800meter hoogte, zó te mogen leven, vooral de stilte is aardig en mooi. Het enige wat je hoort is het ruisen en kabbelen van de beek', zei vader.

Toen we met de bus weer terug waren in Rotterdam, stonden de fietsen er nog. De radio en de pick-up waren er eveneens. De platenspeler was wel 4dagen gebruikt door de familie Kokange, Planetenstraat23 in Monster (het stond in een brief die de onze had vervangen). Onze platenspeler had een AAG-9 naaldje en dat was versleten. De familie Kokange was zo vrij geweest ons naaldje door een nieuwe te vervangen. De brief eindigde als volgt:

'Maar wat een heerlijk, gaaf, mieters pick-upje, meneer Biesheuvel. Uw radio is ook mooi, maar we hebben er zelf een, zij het een iets kleinere! Joop Kokange, Planetenstraat23, Monster. Nogmaals dank. Land of Hope and Glory gaat véél beter op dit naaldje!'

Aldus eindigde de brief die in plaats van de onze was gekomen. We reden weer naar huis en ik bedacht: nu heb ik misschien de mooiste vakantie van mijn leven gehad. Vader keek op zijn fiets recht en streng voor zich uit en hij sprak duidelijk verstaanbaar, blijkbaar nog hoogstverbaasd over zijn ervaringen tijdens het betasten van het snijvlak van het ene uiteinde van de aardas (die we bij de kogellagerring gesmeerd hadden), maar toch was hij blijkbaar zijn geloof niet kwijt:

'Unser Gott ist stark. In Händen

Trägt er Sonne, Mond, Gestirne

Throne brechen, Völker schwinden

Wenn er runzelt seine Stirne.'

Hij wendde zich op de fiets tot mij, halverwege de rit naar huis, ter hoogte van het Witte Dorp, en sprak: 'Je bent een goeje jongen' en tuurde weer strak en recht voor zich uit en zei tot ons huis toe, 4kilometer verder, helemaal niets meer...

J.M.A. Biesheuvel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden