Interview Model als kleerhanger

Het modellenleven lijkt glamoureus, maar is veelal zwaar en vernederend

Perfect zijn zonder je best ervoor te doen – dat is de mythe van het fotomodel, zo ontdekte socioloog Sylvia Holla, die vrijdag aan de Universiteit van Amsterdam promoveert op haar etnografie van het modellenleven. ‘We willen tegenwoordig autonoom, eigen en authentiek zijn. Dat is nou precies wat een model maar in heel beperkte mate kan.’

Een model backstage in de make-up tijdens de New Zealand Fashion Week 2018. Beeld Getty Images

‘Een model is als een kleerhanger, een aankleedpop’, zegt modeontwerpster Lucy tegen Holla. ‘Zoals een architect een stuk grond heeft om iets op te bouwen, levert een model voor mij de contouren voor mijn creatie.’ Het is niet eens de hardste uitspraak die Sylvia Holla (31), socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, in haar proefschrift optekent.

Het ideale model als een leeg canvas: lang, slank, wit, bleek, jong en inwisselbaar. Die neutrale basis maakt dat modellen verschillende ‘looks’ kunnen uitdragen.

Maar hoe beter ze aan dat profiel voldoen, hoe vervangbaarder ze zichzelf maken in de modewereld, waarin de concurrentie moordend is en de omlooptijd van een loopbaan razendsnel. Dat is, volgens Holla, de paradoxale, tragische kern van het modellenbestaan.

Socioloog Sylvia Holla. Beeld Clyde Steven Semmoh

Kameleon

In een sociologische studie heeft de onderzoekster geprobeerd de mode-industrie inzichtelijk te maken vanuit de persoonlijke beleving van modellen. ‘Modellen werken in de regel keihard om die neutrale, esthetische basis te belichamen. Om zo voor het oog van de camera of op de catwalk, met behulp van een team aan modeprofessionals, als een kameleon telkens weer tot het gewenste eindproduct te kunnen worden gevormd’, zegt Holla, inmiddels werkzaam bij kennisinstituut Atria voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

Holla concludeert dat de aandacht voor modellen in populaire media en de grote aantrekkingskracht van het beroep op jonge mensen kenmerkend zijn voor het toenemende belang van fysieke schoonheid in onze westerse samenleving. Denk alleen al aan de tientallen wereldwijde spin-offs van het in 2003 voor het eerst uitgezonden America’s Next Top Model, van Estland tot Cambodja.

Tussen 2011 en 2013 liep de cultuursocioloog rond in de het hart van de ‘high-end’ modewereld in Parijs en in de ‘meer op commerciële mode gerichte’ steden Amsterdam en Warschau, om de modellen zelf maar ook agenten, bookers, fotografen en andere modeprofessionals te interviewen en te observeren. Ze omschrijft de mode-industrie als een gulzige, veeleisende wereld, waarin modellen hard en soms zelfs obsessief werken – zonder dat zij dit zelf ooit zo zouden omschrijven.

Voorbereiding van een model tijdens de New York Fashion Week 2018. Beeld Getty Images

Want je bent pas echt een goed model als de esthetische arbeid zogenaamd vanzelf gaat en je ‘van nature’ aan het uiterlijke ideaalbeeld voldoet. Het is dé mythe van het modelbestaan, ontdekte Holla. ‘De idealisering van ‘echte schoonheid’ schrijft voor dat je er niet te hard voor moet hoeven werken. Terwijl dat precies is wat de meesten doen. De modellen in Parijs zullen dus nooit zeggen dat ze werken voor geld of status. Het werk is als l’art pour l’art, schoonheid omwille van de schoonheid.’

Zelden zal iemand expliciet zeggen dat een meisje ‘te dik’ is. ‘Wel krijgt een model bijvoorbeeld terloops haar setcard te zien (een overzichtje van haar uiterlijke kenmerken) met een kleinere heupmaat dan ze daadwerkelijk heeft. Dan is de boodschap duidelijk.’

Eten is een hindernis

Eten is een collectieve hindernis, vertelt Holla, toch is het in het wereldje not done om te vasten of diëten. ‘Ik let gewoon een beetje op mijn eten’, zeggen de meeste meisjes met gevoel voor eufemisme. Holla: ‘Ondertussen hebben ze tal van eetregels en een geheel eigen vaak sober regime. Geen koolhydraten, alleen wit vlees, magere kwark of gestoomde broccoli. Of wel wodka of champagne, maar geen bier want daar word je dik van. Een ander geloof: geen fruit na de middag en ga zo maar door.’ Mannelijke modellen kiezen vaak een andere aanpak: wel friet eten, maar zichzelf vervolgens uren afbeulen in de sportschool.

Toen Holla had afgesproken met een model in een Parijs’ café voor een interview, bestelde het model een chocolademelk met slagroom. Om te illustreren dat ze een levensgenieter was die zichzelf dit soort geneugten niet ontzegde. Dat ze daarom wel haar avondeten oversloeg, zoals later bleek, was in haar beleving geen extreme ingreep.

Een model backstage tijdens de New York Fashion week 2018. Beeld Getty Images

Modellen worden geacht hun lichaam op professionele wijze te onderhouden en cultiveren, maar begeleiding op dat gebied is er onvoldoende, concludeert Holla. Zo krijgt de 21-jarige Daphne bij haar bureau in Parijs te horen dat er 3 centimeter van haar heupomtrek af moet. Als ze vraagt hoe ze dat het beste kan aanpakken, luidt het antwoord: ‘Niet overgeven en geen drugs nemen.’

Holla zag dat modellen de omgang met het schoonheidsideaal op drie manieren rechtvaardigen. De eerste groep die veel in Parijs te vinden is, probeert het ideaal van de natuurlijke schoonheid hoog te houden, door te laten zien dat zij geen moeite hoeven te doen en als model eigenlijk gewoon ‘zichzelf zijn’. Dan is er een groep, die à la Doutzen Kroes vooral de nadruk op gezond eten, sporten en goed voor jezelf zorgen legt, waardoor ze als bij toeval aan de standaard voldoen. Tot slot ontmoette Holla modellen, met name in de meer commerciële tak van de mode-industrie waar de fysieke eisen minder onnatuurlijk zijn, die een meer pragmatische benadering hebben: zij zien het belichamen van schoonheidsstandaarden als een baan waarmee ze geld verdienen, en hun lichaam als instrument waarmee ze dit doen.

Desillusies

De lichamelijke, emotionele en persoonlijke toewijding van modellen staat in schril contrast met de lage waardering en financiële opbrengst voor hun inspanningen, zegt Holla. Dat geldt met name voor de modellen in het centrum van de modewereld, in steden als Parijs, New York, Londen. ‘Daar trekken hordes modellen en aspirant-modellen naar toe. De schoonheidsstandaarden zijn er het hoogst, het taboe op je best doen is het grootst, maar slechts een fractie van de modellen heeft succes. Een grote groep keert gedesillusioneerd huiswaarts, soms zelfs met schulden.’

Holla probeerde vast te stellen hoe bevredigend het werk als model desalniettemin is. De meeste modellen die ze sprak zijn lyrisch over kleine momenten: die paar minuten op de catwalk om te ‘shinen’ of het voor de camera zo goed doen dat iedereen blij is. ‘Ze verpersoonlijken bovendien een breed gedragen esthetisch ideaal in onze door schoonheid geobsedeerde wereld.’ Uit die symbolische waarde halen modellen een deel van hun voldoening, vermoedt Holla.

Ze wil modellen niet neerzetten als zielig, ‘dat gebeurt al genoeg’, toch concludeert ze dat het een schamele opbrengst is. Het leven van het model kent een vage grens tussen werk en vrije tijd, eigenlijk staat hij of zij altijd ‘aan’. ‘We leven in een tijd waarin zelfbeschikking en -verwezenlijking belangrijk zijn, we willen autonoom, eigen en authentiek zijn. Dat is nou precies wat een model maar in heel beperkte mate kan.’

Model Nimue Smit in New York. Beeld Getty Images

‘De modewereld kan gevaarlijk zijn voor meisjes van vijftien, zestien’

Nimue Smit (26) werkt sinds haar 16de als model voor onder meer Prada, Armani, Anna Sui, Calvin Klein en Louis Vutton in steden als Parijs, New York en Milaan.

‘Ik ben geneigd te zeggen dat de mode-industrie niet anders is dan de dans- of sportwereld: een omgeving met hoge eisen. Je lichaam is je werk. Maar een sporter heeft een team van begeleiders om zich heen. Terwijl in de modewereld een hoop onsensitieve types rondlopen die gewoon tegen een meisje zeggen: eet even een week appels en kom dan nog eens terug.

‘Ik ben een voorstander van betere begeleiding vanuit bureaus. Bookers moeten getraind worden: hoe herken ik een eetstoornis. Daarom ben ik ook ambassadeur van The Models Health Pledge, een online meldpunt dat moet gaan fungeren als een soort controle-instantie om de fysieke en mentale gezondheid van modellen te bewaken. De modewereld kan een gevaarlijke omgeving zijn voor meisjes van vijftien, zestien.

‘Het is een snelkookpan, hard werken en niet weten waar je over twee weken bent. Ik ben nu onderweg vanuit Schotland - waar ik twaalf uur op een klif heb gestaan voor een fotoshoot - naar New York en dan vlieg ik over twee dagen naar Parijs. Maar ik kan ook een week thuis in Amsterdam zijn. Dan houd ik me bezig met sporten, castings, contacten onderhouden.

‘Je hebt als model weinig controle over waar, wanneer, hoe en met wie je zult werken. Je loopt rond op castings met tweehonderd andere meisjes die mooi en slank zijn. Het enige waar we wel controle over hebben is ons lichaam: eten, sporten en sociale media. Dat laatste is een van de grootste veranderingen in de modewereld. Je bent als model ineens je eigen promotor. Instagram is je portfolio. Vroeger deed het bureau dat. Dat heeft de druk op meiden nog meer vergroot.

‘Je moet voor jezelf kunnen opkomen. Ik heb altijd vrienden gehad in deze wereld, maar je kan heel eenzaam zijn als jong meisje in New York of Parijs waar je een bed huurt in een modellenappartement. Voor het eerst op jezelf wonen en dan in een huis waarin een groepsproces gaande is waarin iedereen zo hard mogelijk probeert te lijnen.

‘Het is geweldig werk, het heeft mijn wereldbeeld verruimd, je bent het laatste puzzelstukje in een creatief proces. Maar het is belangrijk om er niet te afhankelijk van te zijn. Het is een nogal wispelturige geliefde. Ik heb het geluk dat ik goed kan leren, ik heb gestudeerd, daar haal ik voldoening uit. Als je alleen erkenning uit je werk als model wilt halen, kun je bedrogen uitkomen.’

Model Saskia de Brauw. Beeld Getty Images

Uiteindelijk werk je als model beter als je in een gezond en gelukkig lichaam zit’

Saskia de Brauw (37) is model en kunstenaar. Ze werkt en woont in New York en doet klussen voor onder andere Chanel, Prada, Calvin Klein, Celine en Versace.

‘De mode-industrie is grillig. Je bent een freelancer, hebt geen zekerheden, je krijgt opties en weet nooit of die doorgaan. Soms ben je een week vrij, soms zit je een paar uur later in een vliegtuig. Je moet voortdurend beschikbaar zijn, afspraken met familie en vrienden moet je soms afzeggen. Mensen weten dat inmiddels bij mij, maar het went nooit echt.

‘Ik heb de mazzel en luxe dat ik succes heb. Ik kan werk weigeren en met gemiddeld één klus per maand rondkomen. In het begin zat ik ook voortdurend in het vliegtuig en liep castings af. Dat hoef en kan ik als moeder ook niet meer te doen. Mensen behandelen me nu ook anders.

‘Ik ben een groot voorstander van de Model Alliance, een soort vakbond voor modellen opgericht door model Sara Ziff. Belangrijk in tijden van #MeToo, om grensoverschrijdend gedrag maar ook financiële uitbuiting te voorkomen.

‘Ik begon op mijn 28ste als model, ik was al verder in mijn leven, minder kwetsbaar. Ik denk dat ik me vanaf het begin bewust ben van de eindigheid van dit werk. Ik ben natuurlijk relatief oud voor een model, maar het gaat toch steeds weer door. Veel beginnende modellen zijn tussen de 14 en 18, bonenstaken met een lijf dat nog enorm verandert.

‘Ik begon pragmatisch, wilde geld verdienen om mijn kunstprojecten te kunnen financieren. Als ik van alles had moeten laten om aan de fysieke eisen te voldoen, was ik afgehaakt. Uiteindelijk werk je als model ook beter als je in een gezond en gelukkig lichaam zit.

‘Een ander verdient geld met dansen of schrijven, ik doe dat met mijn uiterlijk. Ik zie het als een ambacht, waarin je steeds beter wordt. Ik beleef veel plezier aan mijn werk. Op een gegeven moment ken en beheers je elk stukje van je lichaam en kan je daarmee spelen voor de camera. Daar haal ik voldoening uit. Je bent niet alleen maar een leeg canvas, je bent ook onderdeel van het maken van het werk. Natuurlijk projecteren mensen ideeën op jou, maar jij probeert die zo goed mogelijk te verbeelden.’

Een model tijdens de New York Fashion Week 2018. Beeld Getty Images

Luxe en lage segmenten

Mode kent verschillende segmenten. Van high end (Gucci, Louis Vuitton) en midden (Fillipa K, G-star) tot de lagere regionen (H&M, Bershka). High end modemerken lopen met hun campagnes vaak voorop en kiezen voor jongere, androgyne of ‘minder commerciële’ modellen. Omdat het lagere segment een breed publiek moet aanspreken, worden de modellen daarop uitgekozen. Minder ‘edgy’ en androgyn, maar ‘herkenbaar mooi’ en (hetero-)seksueel aantrekkelijk. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.