Het meisje onder de straat

Stank, verdriet en tunnelratten van 30 centimeter

Als het verhaal is afgelopen, volgt er een nawoord van de auteurs. Dat alles wat onwaarschijnlijk leek waar is. En alles wat waarschijnlijk leek is verzonnen. Zo zou de scène waarin gedrogeerde, lijmsnuivende Roemeense straatkinderen, tussen de zes maanden en vijftien jaar, 's nachts in het centrum van Stockholm uit een bus worden gezet, wat onwezenlijk kunnen overkomen. De lezer denkt misschien ook dat het tunnelsysteem onder de stad toch onmogelijk een woonplaats kan zijn voor mensen die niemand wil hebben.

Anders Roslund & Börge Hellström delen hierbij mee dat het waar is dat drieënveertig Roemeense straatkinderen, gekleed in geel-blauwe overalls midden in Stockholm zijn afgezet, ervan overtuigd dat ze zich in Schotland bevonden. Bovendien klopt het dat elf vrouwen van verschillende leeftijden en een veertienjarig meisje met een oudere man in de tunnels onder de straat bij Fridhemsplan hebben gewoond.

'Het is ook waar dat het aantal jonge vrouwen dat de werkelijkheid ontvlucht, toeneemt. Het is waar dat de samenleving de verantwoordelijkheid voor jonge mensen met problemen afschuift en overhevelt naar instanties die veel winst opstrijken met het vrijkopen van de maatschappelijke verantwoordelijkheid.'

Het is overduidelijk dat de vierde thriller van het Zweedse schrijversduo, Het meisje onder de straat, minstens zo geëngageerd is als hun eerdere, zeer sterke boeken Kluis 21, De uitlevering en Vaderwraak. Boeken met een boodschap hebben iets te verliezen. Bij thrillers is dat de spanning. Hoewel hun nieuwste boek, met zó veel onrecht, over het randje dreigt te kieperen van te veel goede bedoelingen en te weinig spanning, redt hun krachtige schrijfstijl het eindresultaat. Het werd niet alleen een aanklacht tegen maatschappelijke wantoestanden, maar ook een niet conventionele, indringende weergave van menselijke reacties op wat hen overkomt.

Wie verzint het om zaken als moord en misbruik te laten behandelen door een politiecommissaris, Ewert Grens, die zevenentwintig jaar geleden door een freak-accident de vrouw met wie hij pas was getrouwd met een auto over het hoofd reed, waardoor ze in een plant veranderde. Als een arts haar 'een vegeterende patiënt' noemt, wordt hij razend. Ze leeft. Ze moet leven. In zijn kamer op het politiebureau slaapt hij niet alleen vaak op de versleten tweezitsbank, maar praat en danst hij met haar. Zes muziekcassettes heeft hij, van zangeres Siw Malmkvist, uit de jaren zestig, zeventig, en iedereen weet dat ze hem beter niet storen als hij danst en zingt, en de hoopvolle tijd herbeleeft die hem de kracht geeft het heden te overleven.

Dit alles, plus stank, onbereikbaarheid, verdriet, tunnelratten van dertig centimeter, past in een algemene tragiek die alleen excellente auteurs kunnen verwoorden, waarin wanen en waarheden van de verbeelding en de realiteit in elkaar overlopen.

Bij juni, de Maand van het Spannende Boek, hoort een geschenkboekje. Dit jaar is het Erken mij, van Esther Verhoef. Op 91 pagina's kan veel gezegd worden, bijvoorbeeld over een jonge vrouw, Daphne, die nadat ze is 'uitbehandeld', een weekend naar Parijs gaat met haar therapeut, Etienne. 'Ga je dingen laten gebeuren dit weekend, en ervan genieten, zoals je me hebt beloofd?'

Het had een snel verhaaltje kunnen zijn, met een voor de hand liggende rolverdeling, maar omdat Verhoef daar te goed voor is, wordt het een aangrijpend voorbeeld van misbruik en verraad, dat zich herhaalt.

Alles is treffend beschreven, de hotelkamer, de stad, en de vrouw, die niet meer behandeld wenst te worden als een accessoire, onbelangrijk, inwisselbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden