Het lot van de jager

Hoe een olifant om te leggen

Het lot van de jager van Wilbur Smith is een ouderwets avonturenepos, met booswichten, fatale vrouwen en een hoofdrol voor de Afrikaanse wildernis.

Wie een nacht moet doorbrengen in Bangkok kan het slechter treffen dan het Mandarin Oriental Hotel. Op de 23ste verdieping vindt de gefortuneerde reiziger de Wilbur Smith Suite, vernoemd naar de Zuid-Afrikaanse bestsellerauteur, die er naar eigen zeggen enorm van geniet als het Thaise personeel met een eerbiedig 'welkom thuis meneer Smith' de luxe-suite voor hem opent.

Er zijn schrijvers met nog hogere oplagen op hun conto (John Grisham, Tom Clancy en Stephen King zijn de 250 miljoen exemplaren gepasseerd), maar weinig auteurs zullen zo ongegeneerd hun succes savoureren als Wilbur Addison Smith.

De in 1933 in voormalig Noord-Rhodesië geboren auteur publiceerde sinds When The Lion Feeds (1964) eenendertig ouderwets dikke, vaak in de Afrikaanse wildernis gesitueerde romans, die misschien niet onder de literaire meesterwerken vallen maar als exotische pageturners weinig te wensen overlaten. Ze werden vertaald in vijfentwintig landen, behaalden een oplage van honderd miljoen exemplaren, en leverden verfilmingen op met Roger Moore (Gold, 1974) en Lee Marvin (Shout At The Devil, 1976).

Menige schrijver waakt ervoor met zijn welstand te pronken, maar Smith vertelt graag hoe hij zijn carrière begon als nederig medewerker van de Rhodesische belastingdienst, en het op eigen kracht schopte tot eigenaar van een landgoed in Zuid-Afrika, een half eiland in de Seychellen, appartementen in Londen, Moskou en Davos, en een levensstijl waarin het bezit van een Rolls-Royce of meer tot de leuke extraatjes hoort.

Op wilbursmithbooks.com - toegankelijk in acht talen, waaronder het Nederlands - valt zijn jongste aanwinst te bewonderen: Mokhiniso Rakhimova, een donkerharige schone uit de voormalige Sovjet-republiek Tadzjikistan, 39 jaar jonger dan hijen inmiddels de vierde mevrouw Smith. Dankzij Mokhiniso is de schrijver weer in topvorm: 'Ze heeft mijn eenzaamheid verdreven. Ze is de ideale liefdespartner en levensgezel. Ze maakt dat ik me weer jong en vitaal voel.' Als bewijs poseert de 76-jarige naast een Mercedes E-klasse, hand in hand met zijn nieuwe vlam.

Hoe het zij, Wilbur Smiths jongste boek, het aan Mokhiniso opgedragen Assegai, in het Nederlands vertaald als Het lot van de jager, is een plezierig energiek avonturenepos. Het speelt zich af in Oost-Afrika, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Leon Courtney, een afgezwaaide luitenant en every inch een Britse held, leidt er safari's voor rijke avontuurzoekers en doet daarnaast spionagewerk voor het Britse leger. Een van zijn klanten is de Duitse industrieel graaf Otto von Meerbach, met zijn - uiteraard ravissante - maîtresse Eva.

Courtney belandt in een politiek en amoureus wespennest, dat Smith tot op driekwart van het boek spannend weet te houden. Geslaagd zijn vooral de uitvoerig beschreven jachtpartijen, waaraan valt af te lezen dat Smith zelf op groot wild jaagt. De lezer krijgt levensecht uitgelegd hoe je een olifant omlegt, en dat een getergde buffel gevaarlijker is dan een leeuw ('de punt van de hoorn raakte Percy ter hoogte van de nieren in de lendenstreek') vergeet je na het bloedstollende 61ste hoofdstuk ook niet meer.

Minder overtuigend zijn de staaltjes van male bonding ('Ik hou van je, Percy, taaie ouwe rakker die je bent') en de weinig sprankelende dialogen, met vele 'jeetjes' en 'beste jongens'.

Echt mis gaat het in de laatste hoofdstukken, als de romantiek toeslaat (Courtney krijgt Eva) en Smith kleffe kitsch debiteert. De literaire voorbeelden zijn onderwijl niet moeilijk te traceren. Ze passen in de traditie van a good read, die reikt van H. Rider Haggard tot Biggles en Ian Fleming. Vooral de Fleming-personages moeten Smith hebben geïnspireerd: Von Meerbach is een sinistere bullebak à la Bonds erfvijand Hugo Drax, compleet met duelleerlitteken en enge kunsthand.

p>

En net als bij 007 wordt er tussen het schieten door goed getafeld, zij het aangepast aan tijd en plaats. Geen kreeft en Taittinger, maar 'mergpijpen op toast' en een stevig glas 'Margaux 1879', afgewisseld - we zijn op safari tenslotte - met een smakelijk gegrild neushoornhart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden