Het lot valt altijd op Jona

Depakine, Flammazine, Propofol

'Wat heeft het arme kind misdaan?' Mark Boog verwerkt de ziekenhuisopname van zijn eigen zoon in een roman.

In Het lot valt altijd op Jona van Mark Boog stappen Sandra, Daan en hun zoontje Jonas van zeven de draaideur binnen van het kinderziekenhuis. Aan symboliek geen gebrek: Sandra ziet het gebouw als een monster dat hen opslokt.

Als haar zoontje korte tijd later op de intensive care ligt, ervaart ze het 'alsof ze dieper in de krochten van het ziekenhuis verzeild waren geraakt, alsof ze van de eerste maag, niet eens heel ver achter de tanden, die het voorwerk had gedaan, halfverteerd waren doorgestuurd, een gedwongen reis door het bochtige, schijnbaar eindeloze darmkanaal, tot aan de verstgelegen maag, diep en donker, waar het karwei zou worden afgemaakt.' Zo bevat de roman meer aardige bespiegelingen, die nogal haaks staan op de nuchtere beschrijvingen van het ziekteverloop, het steeds wisselende medisch personeel, de vieze koffie en broodjes uit restaurant 'De Hongerige Hamster' en het eindeloze wachten.

Boog baseerde de roman 'deels op gedetailleerde ziekenhuisverslagen van de opname van zijn zoon' en misschien zit daar het probleem. Wellicht uit angst te persoonlijk te worden ('elke gelijkenis is toevallig'), heeft hij Sandra in het leven geroepen, een bezorgde, pragmatische moeder. En juist zij zit het échte verhaal in de weg.

Het verhaal over een kind dat voor de dood weggesleept wordt. Geen specialist weet wat het joch mankeert, verpleegkundigen interpreteren symptomen verschillend. Voor de ouders is de dag 'een eeuwigheid die voorbijvloog'. Je ziet Sandra heus wel zitten aan het ziekbed van haar zoon. Ook Daan, met zijn schutterige gedrag. Maar heel boeiend is dat allemaal niet. De emoties en mijmeringen die de roman hier en daar aangrijpend en de moeite waard maken, strooit Boog er helaas te sporadisch tussendoor.

Mooi is bijvoorbeeld het klankdicht dat hij ziet in medicijnnamen als 'Depakine, Flammazine, Propofol'. Ook met het stellen van de schuldvraag ('Wat heeft het arme kind misdaan? Is het hoogmoedig geweest, oneerbiedig, schaamteloos?') bewijst Boog dat hij woorden heeft om dieper te graven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden