Achtergrond Literatuurfestivals

Het literaire festival is aan een opmars bezig, maar zal dit het literaire boek redden?

Het literaire boek heeft het moeilijk, maar de literaire festivals floreren: vandaag begint in Utrecht het ambitieus opgezette International Literature Festival Utrecht (ILFU). Kunnen festivals de literatuur uit het slop trekken? 

Beeld Deborah van der Schaaf

Op een houtje bijtende schrijvers, boekhandels die nauwelijks overleven en uitgevers met teruglopende marges – de literatuur staat er niet bepaald florissant voor. Maar dat staat nieuwe initiatieven niet in de weg. Utrecht profileert zich de komende weken als de literaire hoofdstad van Nederland met een ambitieus opgezet festival. Grootheden als Salman Rushdie, John Irving en Julian Barnes hebben hun komst toegezegd, maar ook opkomende talenten als de Italiaan Paolo Cognetti (De acht bergen) en de Duitse Fatma Aydemir (Ellebogen). Voor spektakel wordt ook gezorgd: in het Utrechtse Centraal Station gaan duizend vrouwen twee weken lang ieder een bladzijde van Tolstois klassieker Anna Karenina voorlezen.

De organisatoren van het International Literature Festival Utrecht (ILFU) hopen zo op 20 duizend bezoekers te komen. Dan zou Utrecht, dat vorig jaar het predicaat ‘City of Literature’ van de Unesco kreeg, meteen de grootste in zijn soort worden. Want 20 duizend is vier tot vijf keer meer bezoekers dan wat de drie bestaande internationale festivals trekken: Crossing Border, Winternachten en Poetry International. Het grote voorbeeld voor Utrecht is het Schotse Edinburgh, waar vorige maand het International Book Festival op maar liefst 260 duizend bezoekers uitkwam. Dertien dagen lang vonden daar in grote tenten zo’n negenhonderd ‘meet the author’-bijeenkomsten plaats – het uit de jaren tachtig daterende evenement behoort, met dat van New York, tot de grootste literaire festivals van de westerse wereld.

Redder voor de literatuur

Aan dat soort aantallen komt Utrecht uiteraard niet, maar met 25 evenementen waaraan circa 150 schrijvers deelnemen wordt de eerste ILFU-editie op deze schaal, een bundeling van eerder gehouden kleinere evenementen, voor Nederlandse begrippen aanzienlijk. Het roept de vraag op naar de impact van literaire festivals. In ‘Nederland Festivalland’ groeit hun aantal, terwijl de populariteit van het lezen van literaire boeken tanend is. Kunnen festivals de literatuur uit het slop trekken?

‘Nou, dat is wel erg scherp gesteld, zo slecht gaat het ook weer niet’, reageert de 39-jarige Michaël Stoker, de directeur van het Utrechtse Literatuurhuis, dat voor het Utrechtse festival verantwoordelijk is. Sinds 2010 is hij zakelijk leider in literair Utrecht, na afronding van zijn promotie op de Portugese dichter Pessoa. Natuurlijk, de omzetten uit boekverkoop zijn in de afgelopen tien jaar teruggelopen, met dalende inkomsten voor schrijvers, boekhandelaren en uitgevers tot gevolg. ‘Maar er worden nog altijd 45 duizend boeken per jaar uitgebracht. Dus we zitten nog bepaald niet om een boek verlegen.’ Zijn festival ‘zal niet kunnen compenseren voor al die teruggelopen inkomsten’, maar vervult wel een belangrijke functie voor lezers en schrijvers, meent hij. ‘Voor lezers zie ik ons primair als gids: mensen hun weg helpen vinden in dat enorme aanbod van 45 duizend boeken. Wij geven aan wat van belang is. Dat is nuttig, zeker in tijden waarin traditionele media minder aandacht aan literatuur schenken.’

Paolo Cognetti is niet alleen op het Utrechts literatuurfestival te zien. De Italiaanse schrijver is de hele maand september in Nederland. Als writer-in-residence woont en werkt hij in Amsterdam boven Athenaeum Boekhandel op uitnodiging van het Letterenfonds. De dit jaar 40 geworden auteur van de bestseller De acht bergen, onlangs genomineerd voor de Europese Literatuurprijs 2018, geeft diverse publieke interviews. Behalve bij het Utrechtse ILFU op maandag 17 september is hij ook te gast op 25 september in het Rotterdamse literatuurprogramma Boek & Meester, waar collega-schrijver Ernest van der Kwast hem zal interviewen.

Voor schrijvers zijn festivals in toenemende mate financieel van belang, denkt hij. Niet vanwege de extra boekomzet, maar omdat ze voor hun optredens betaald krijgen. Voor topauteurs als Rushdie en Irving heeft hij ‘flink moeten dokken, dat loopt in de duizenden euro’s’, de rest zit daar ruim onder. Maar vooral voor schrijvers ‘in het middensegment’ die steeds minder verkopen, is die vergoeding belangrijk: ‘Harde cijfers heb ik niet, maar ik vermoed dat het een stijgend deel van hun inkomen is’. Want het aantal festivals dat ‘iets’ aan literatuur doet, is in de afgelopen jaren flink toegenomen. ‘Literatuur als live-event is steeds meer gemeengoed geworden. Je ziet het bij Lowlands, maar ook bij veel andere evenementen duikt het als randprogrammering op. Om een voorbeeld te geven: in ’s-Graveland heb je het klassiekemuziekfestival Wonderfeel. Dat heeft in de afgelopen twee jaar er een fors literatuurprogramma bij gekregen.’

De oprichter van het Haagse festival Crossing Border, Louis Behre, gelooft ook niet dat festivals de boekverkoop opstuwen. Hij ziet vooral een andere rol: ‘Puur gemeten naar verkoop hebben festivals vermoedelijk niet zoveel te betekenen. Maar wat ze wel doen: ze houden de literatuur levendig. Dankzij festivals komen buitenlandse schrijvers naar Nederland. Hun uitgevers organiseren dat niet. Die grijpen de kans die een festival hen biedt om alle kranten op te bellen en interviews te regelen. En boekhandels verkopen wel wat beter tijdens festivals. Voor lezers vormen ze een verrijking: als festivals er niet meer zouden zijn, zou je alleen nog maar naar de boekhandel kunnen.’

Beeld Deborah van der Schaaf

Behre waarschuwt voor doemdenken over literair Nederland. ‘Ja, er wordt minder verkocht dan vroeger. Maar als ik in de grote boekhandels kom is het nog altijd hartstikke druk en de gevestigde uitgevers gaan niet failliet.’ De inmiddels 71-jarige Behre onderhoudt vanuit zijn boerderij in Drenthe nog wat contacten met schrijvers wereldwijd, zijn zoon Michel heeft in 2012 de dagelijkse leiding over het programma en de financiën van Crossing Border overgenomen. Hoe verklaart Behre senior de populariteit van literatuur op festivals? ‘Dan hoeven mensen de boeken niet meer te lezen, maar kunnen ze aandachtig luisteren naar een schrijver die op een leuke manier wordt geïnterviewd. Hopelijk kopen ze daarna alsnog diens boeken.’

In het ambitieuze Utrecht ziet hij geen bedreiging. Crossing Border, dat eind oktober van start gaat met de Britten Michael Palin en Ian Kershaw als hoofdgasten, is een mix van popmuziek en literatuur. Vooral is het in de ogen van Behre ‘een echt festival, omdat een week lang op zes of zeven podia tegelijk optredens zich afspelen en bezoekers zich helemaal kunnen onderdompelen’. Dat mist hij in het over twee weken uitgesmeerde programma van Utrecht. ‘Ik vind het eigenlijk geen festival. Daarvoor is hun programma te lang. Een festival is niet een voordracht hier en dan weer een optreden daar. Ik gun ze alle succes, maar ik zie ons niet als concurrenten.’ De kunst is vooral het vol te houden, waarschuwt hij: ‘We hebben grote plannen gehoord, we zullen wel zien of ze het over enkele jaren hebben gered. Het is gemakkelijk om met grootse plannen bekend te worden, het is een stuk lastiger om het 26 jaar te blijven’, zegt hij, verwijzend naar de leeftijd van zijn Crossing Border.

Ton van de Langkruis, de man achter het Haagse festival Winternachten, denkt eveneens dat het voor Utrecht ‘moeilijk wordt om twee weken lang de spanning erin te houden. Het festivalgevoel krijg je door een grote concentratie, een tijdelijke overload.’ Aan het aantrekken van grote namen waar Utrecht voor kiest, doet deze zestiger bewust niet mee. ‘Je ziet momenteel dat er tussen de grote festivals wereldwijd wordt gevochten om 20, 25 grote namen. Schrijvers worden in de watten gelegd, met name bij de festivals van India en Bali.’ Bij zijn Winternachten krijgen zij iets anders dan luxe: ‘Wij willen dat schrijvers hier inspiratie opdoen door hun ontmoeting met andere schrijvers. Het moet niet om honoraria gaan. Ik vind het trouwens ook een beetje idioot om hoge bedragen daarvoor uit subsidiegelden te betalen.’

Rijksbijdrage kunst en cultuur

De verwerving van die gelden is voor alle festivals een probleem, zeker sinds in 2013 bij de cultuurbezuinigingen van Halbe Zijlstra het mes in hun rijksbijdrage is gezet. ‘De grote festivals hebben toen in hun personeelsbestand moeten snijden en zijn daarvan nog aan het herstellen’, vertelt Tiziano Perez, directeur van het Letterenfonds, dat de kleiner geworden subsidies uitkeert. Als sterk punt van festivals roemt hij hun vermogen ‘een nieuw, divers publiek te bereiken. Met name jonge mensen die van huis uit niet direct met literatuur vertrouwd zijn, kunnen zo ermee kennismaken. Dat is in tijden van ontlezing van groot belang.’ Hun financiële sores lossen ze op door samenwerking. ‘Ze tonen zich inventief in allianties met andere partijen als uitgevers, bibliotheken en boekhandels. Utrecht zet daar nu weer nieuwe stappen in met een slim plan, waarin de Nacht van de Poëzie is opgenomen.’

Die Utrechtse slimheid bestaat verder uit samenwerking met het Utrechtse Uitfeest, via een boekenmarkt, en het Nederlands Filmfestival (180 duizend bezoekers), waarmee een dag lang boekverfilmingen worden getoond. Met een schuin oog kijkt Michaël Stoker ook naar het net afgesloten Festival Oude Muziek. Houd dat voortaan gelijktijdig met het literatuurfestival en het zal gunstig voor beide zijn: ‘Dan kunnen we profiteren van elkaars bezoekersstromen, dat zou mooi zijn’. Ook hier geldt Edinburgh als het grote voorbeeld: het Schotse boekenfestival is enorm gebaat bij het wereldberoemde theaterfestival dat ook eind augustus plaatsvindt. De Utrechtse bezoekersaantallen zouden door een samenballing van festivals aanzienlijk kunnen oplopen.

Voorlopig moeten de beoogde 20 duizend bezoekers eerst worden gehaald – hoe reëel is dat? ‘We hebben realistisch gekeken. Naar de Nacht van de Poëzie, dat nu voor het eerst deel uitmaakt van ons festival, komen al 36 jaar lang circa tweeduizend mensen. Bij eerdere literaire festivals in Utrecht kwamen er in een dag of drie zo’n vier- tot vijfduizend mensen. Dus als we dat publiek kunnen meenemen, hebben we een publieksbasis van zevenduizend. Met alle andere programma’s erbij hopen we in twee weken tot 20 duizend bezoekers te komen.’

Dat het een opgave wordt om het festivalgevoel lang vast te houden, daar is Stoker het helemaal mee eens. ‘Edinburgh is zo groot dat het moeiteloos van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat kan programmeren, wij beginnen met een avondprogramma.’ Om er optimistisch aan toe te voegen: ‘Maar zij zijn ook ooit zo begonnen.’ Concentratie van een festival in enkele dagen is aantrekkelijk, zo geeft hij toe, ‘maar het nadeel is wel dat je veel niet kunt doen door het enorme aanbod. Het heeft daardoor ook iets vluchtigs.’ 

Met zijn eerste editie staat Stoker aan het begin van een lange zoektocht naar de gouden formule. Samenballing van evenementen of juist niet, een overkoepelend thema of juist niet, samenwerking met derden of juist niet – de gereputeerde festivals blijven experimenteren. Wellicht ook met dank aan de bezuinigingen van 2013. ‘Die dwongen ons een ander publiek aan te boren, we moesten laten zien dat we er nog toe doen’, zegt een festivalprogrammeur. Dus werkt het eerbiedwaardige Poetry International, bijna een halve eeuw oud, tegenwoordig samen met de vrije jongens van de slam poetry. Op de boekenomzet mogen festivals dan maar een bescheiden invloed hebben, vitaal en vernieuwingsgezind zijn ze zeker. Die steun kan de literatuur momenteel goed gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.