Opnieuw relevant Interview Friso Kramer

Het liefst zou Friso Kramer lucht ontwerpen. Omdat dat niet ging, ontwierp hij de Revolt-stoel

Híj is 90 en zijn bekendste ontwerp, de Revolt-stoel, is 60 jaar oud. Wereldberoemd industrieel ontwerper Friso Kramer wil best nog even door, zei hij in 2013 tegen Evelien van Veen. Op 20 februari maakte Kramers familie zijn overlijden bekend. Lees het interview hieronder terug.

Ontwerper Friso Kramer. Beeld Anne Claire de Breij

Het liefst zou hij lucht ontwerpen’, zei een van z’n collega’s ooit over Friso Kramer (90). Omdat dat niet ging, ontwierp hij de Revolt-stoel. Die komt er heel dichtbij. ‘Kijk’, zegt de legendarische ontwerper - ja, legendarisch mag je hem best noemen, hij past in het rijtje Berlage, Rietveld, Mondriaan, Dick Bruna, als anderen het zeggen, waarom zou hij het dan ontkennen? Hij is ook honourable designer volgens het prestigieuze Britse designgenootschap RSA, nou, er staan verder ook geen kleine jongens in dat rijtje. Hij werd door IKEA tot een van de zes beste ontwerpers ter wereld uitgeroepen. Dat was leuk hoor, kreeg hij zomaar een cheque van 100 duizend euro waarvoor hij niks had hoeven doen. En de stoel én zijn lantaarnpaal zijn door de Unesco al vroeg bestempeld tot designiconen, als voorbeeld voor, ja, wat ook weer, landen waar ze nog voornamelijk geiten hielden, en waar ze vooruit konden met goeie ontwerpen. Nou ja, zulke onderscheidingen komen natuurlijk wel ergens vandáán.

Kramers beroemde Revolt-stoel Beeld Anne Claire de Breij

‘Kijk’, zegt de legendarische ontwerper dus. ‘De Revolt-stoel is zo ontworpen dat je er helemaal geen last van hebt.’ Kramer neemt plaats op zijn eigen stoel, schuift heen en weer, draait zijn benen schuin opzij: ‘Niks waaraan je je kunt bezeren, niks wat je belemmert in je bewegingen. Ergonomie, het gaat altijd over ergonomie. Mensen moeten zo’n stoel vergeten en gewoon gelukkig kunnen zijn. ‘

Een mooi contrast is dat. Friso Kramer is reuze tevreden over zijn werk en zijn alom erkende roem als ontwerper, maar als vormgever is hij uiterst bescheiden. Dienstbaar, zou je kunnen zeggen, al stribbelt hij dan tegen: ‘Nou, nee, dat klinkt zo... dienstbaar.’ Feit is wel dat bij alles wat hij ontwierp de gebruiker centraal staat, nooit de ontwerper, dat is wezenlijk aan zijn werk. Wat hij ook maakte, kantoormeubilair, straatverlichting, de groene brievenbus die iedereen met een lang tuinpad aan de weg heeft staan, het moest functioneel zijn, op de meest ideale manier. Niet meer en niet minder. Geen opsmuk en zeker geen persoonlijke expressie van de man erachter.

Als industrieel ontwerper werd hij een van de grootsten van zijn tijd. In 1963 richtte hij met anderen het ontwerpbureau Total Design op, waar hij talloze ontwerpen voor de openbare ruimte realiseerde, vanaf 1971 was hij hoofd van de ontwerpafdeling van de kantoormeubelenfabrikant Ahrend. Begin jaren tachtig ging hij met de vut, maar hij ontwerpt nog steeds. Met verlichtingsfabrikant Lightwell brengt hij binnenkort een led-variant op zijn beroemde lantaarnpaal uit. En als altijd heeft hij zo aan het ontwerp zitten schaven dat het optimaal gebruiksvriendelijk is: ‘Hij schijnt niet naar binnen op de eerste verdieping. Anders kunnen de mensen niet slapen.’ Die klus is nu af, maar Kramer, die afgelopen najaar bij zijn 90ste verjaardag feestelijk werd gelauwerd in het Stedelijk Museum, wil nog best even door. Met een twinkeling in de ogen: ‘Als men verstandig is, worden me verpletterend veel opdrachten gegeven.’ Dan, met een gebaar naar een schaaltje op tafel: ‘Neem een koekje. Je moet goed eten, kind.’

Kramer met zijn vrouw Netty. Beeld Anne Claire de Breij

‘Genoeg hoor, Friso. Dit verhaal duurt echt te lang.’

Het kind is 47, maar uit Kramers mond klinkt het niet gek. Een goedgemutste, gesoigneerde, vast ook tikkeltje eigenwijze man die soms nog ‘bij ons’ zegt als het over Ahrend gaat. Af en toe raakt hij de draad kwijt van zijn betoog of hij verliest zich in details - zijn stroom herinneringen is oneindig, van elke tafel die hij ontwierp, kent hij nog precies ieder moertje en schroefje. En mocht hij zo’n tafel willen laten zien - en dat wil hij, wordt zijn betoog zorgvuldig geïllustreerd met stapels brochures en foto’s - dan komt zijn vrouw Netty (72) met de boeken, en tijdschriften aanzetten die ze allemaal archiveert. Ze is de vrouw achter de ontwerper, de drijvende kracht achter hun huishouden in een rustige laan in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Ze brengt koffie vanuit de keuken en later twee glazen jus d’orange. Ze blijft dichtbij, en heel af en toe grijpt ze in: ‘Genoeg hoor, Friso. Dit verhaal duurt echt te lang.’

Achter het huis stroomt een zij-arm van de Amstel. In hun huiskamer overheerst wit, zwart en grijs. De ronde tafel ontwierp hij zelf, de stoelen eromheen zijn, vanzelfsprekend, Revolts. Het is zijn beroemdste ontwerp; de stoelen staan wereldwijd in musea en niet alleen in de vitrines. ‘In het vernieuwde Rijksmuseum staan ze in het restaurant’, zegt Kramer. ‘Ja, ze lopen nog steeds als een trein, elk zichzelf respecterend reclamebureau laat zijn mensen erop zitten. Dat is nogal wat voor een stoel uit 1953, welke andere stoel houdt het zestig jaar uit? Er zijn zoveel stoelen waarvan je zegt als je erop zit: nou ja, het gaat wel, het is niet echt fout. Maar een stoel ontwerpen die echt ideaal is, dat is het moeilijkste wat er is.’ Twee keer heeft hij de stoel opnieuw ontworpen. De laatste keer, in 1992, is-ie 2 centimeter hoger geworden. ‘Dat is voor al die lange mensen tegenwoordig. Als je ze op straat ziet lopen, zeg je: zielig. Het schijnt door de groeihormonen in het vlees te komen. Maar misschien is dat niet waar en raaskal ik.’

In de zithoek staan ranke zwartleren banken, een grijze kantoorkast, er hangt bijna niets aan de witte muren. Toch is het geen steriel interieur. Op een kast staat een verzameling glazen flessen, in een hoek van de vensterbank kleine plastic poppetjes waar de jongsten van de vijf kleinkinderen (‘Schitterend spul’) mee spelen. En overal staan stekjes die hij met liefde opkweekt uit een zaadje of een pit. ‘Dat? Dat is een bonsaiboompje, dat is zo gekocht. Daar is geen kunst aan.’ Zijn meest in het oog springende creatie staat voor de openslaande deuren: een bonk van een stoel van een glad gepolijste boomstronk. ‘Hier voor, in het park, werd een paar jaar geleden een iep omgehaald. Toen ik vroeg of ik hem mocht hebben, werd-ie keurig afgeleverd. Twaalf dagen heb ik aan die stoel gewerkt, waarvan ik er twee van totale uitputting in bed heb doorgebracht.’

Humor in elke anekdote

Kramer vertelt om te amuseren, zijn humor klinkt door in bijna elke anekdote. Deze vertelt hij ook graag, over hoe hij in 1940 werd aangenomen op de kunstnijverheidsschool: ‘Ik had wat monogrammen bij me om te laten zien, geweldig precieze tekeningetjes waren dat in de Amsterdamse School-stijl van mijn vader, Piet Kramer, de architect. Iedereen was er altijd verrukt van. Mart Stam, de directeur en ontwerper die me aannam, herkende de stijl. Ik dacht: ik zit gebeiteld. Maar wat zegt Mart Stam? ‘Geeft niet, jongen. Dat slaan we er hier wel uit.’'

Friso Kramer bracht de eerste zeven jaar van zijn leven door in de Johannes Verhulststraat, een chique straat in Amsterdam-Zuid. ‘Pas later kwam ik erachter dat ons huis ook ooit het huis van Berlage was.’ Een kunstzinnig gezin, ‘muzisch’, zegt hij zelf: vader architect, moeder deed de kunstnijverheidsschool (die later de kunstacademie zou worden), zes kinderen die allemaal een muziekinstrument bespeelden. ‘Ik mocht cello studeren bij Piet Lens, maar ik ging liever voetballen.’ Vraag je hem naar zijn jeugd, dan rijst hem meteen het beeld voor ogen van de watermolen in Aalsmeer die zijn ouders ‘s zomers met een bevriend gezin huurden, de lange vakanties daar. ‘Je kreeg petroleum opgesmeerd tegen de muggen, een heerlijke lucht, die ik nog ruik. Moest ik als 6-jarig jongetje op zolder een dutje doen, dan hoorde ik buiten de vrolijke stemmen van de anderen in het water. Mijn vader had een vlot gemaakt van twee lange balken’ - hij schetst uitvoerig de constructie die hij vierentachtig jaar later nog steeds minutieus op zijn netvlies heeft - ‘iedereen hing daaraan in het water thee te drinken. Koektrommel, tea cosy, de merkwaardige badmutsjes van de dames, ik zie het nog zo voor me.’

Aan de vanzelfsprekendheid der dingen kwam abrupt een einde door de scheiding van zijn ouders toen hij 7 was. ‘Ik heb er een tijd lang elke nacht een nachtmerrie van gehad.’ Zijn vader bleef hij tweewekelijks zien. ‘Dan maakten we een wandeling door de stad. Als we langs het Stedelijk Museum kwamen, zei hij steevast: ‘Dat gebouw ziet rood van schaamte’, zo’n kreng vond hij dat.’

‘Eén van de drie leading Amsterdamse School-architecten van die tijd’ was zijn vader, ontwerper van vele Amsterdamse woonblokken. ‘Paleizen voor de arbeiders’ waren dat volgens de idealen uit zijn tijd: waarom zou alleen de elite recht hebben op goed wonen? ‘Ja, dat was wel sociaal-achtig’, zegt Friso Kramer nu wat understated. ‘Als je architect wordt of ontwerper, heeft dat als logisch gevolg dat je je bemoeit met het geestelijk welzijn van mensen.’ Dat uitgangspunt heeft ook zijn eigen visie als ontwerper diepgaand beïnvloed. Of hij nu afdakjes maakte voor sociale woningbouw in de Amsterdamse wijk Geuzenveld of systeemmeubelen voor kantoren, geen seconde verloor hij de mens uit het oog die de dingen zou gebruiken. Hier, een tekening van een kantoortuin in de jaren vijftig: ‘Je zat schuin tegenover elkaar. Zo kon je goed overleggen zonder elkaar de griepbacillen in het gezicht te hoesten.’ Daar, brievenbussen waar ‘de postbode met een diamant in zijn ring nu eens níet in blijft steken’ en die niet in de weg zitten als ‘Jantje en Marietje hun brommer in de gang willen zetten.’

Het is altijd het belangrijkste principe van zijn ontwerppraktijk geweest: oplossingen zoeken. Uitvinden, sleutelen, eigenlijk heeft hij zijn leven lang niks anders gedaan. Hoe kan het gebruiksvriendelijker? Eenvoudiger? Goedkoper ook, in de tijd dat massaproductie opkwam en goede producten bereikbaar moesten worden voor iedereen? Hij zegt het zo: ‘Met hoe weinig middelen kun je service bieden aan Jan en alleman?’ Gaat het over het blad van een plaatstalen tekentafel, dan zíé je het genoegen waarmee hij ontdekte hoe hij het dun kon maken, maar ook optimaal sterk. ‘Dit principe wordt nu over de hele wereld gebruikt.’ Heeft hij het over een nieuwe fiets, dan legt hij uit hoe je de ideale hoogte kunt bepalen. ‘De knie moet altijd enigszins gebogen blijven, want als je hem helemaal zou strekken, gaat de vaart uit de fietsbeweging.’

Beeld Anne Claire de Breij

Het begint allemaal met tekenen

Ontwerpschetsen komen veelvuldig op tafel, want met tekenen begint het tenslotte allemaal. Tijdens de oorlog deed hij niets anders. Om niet te werk gesteld te worden in Duitsland dook hij onder en ging vervolgens persoonsbewijzen vervalsen. Als hij ‘Netty?’ zegt, brengt ze er één: ongelooflijke gedetailleerde documenten waren het, die hij tot op het watermerk precies wist na te bootsen voor de Persoonsbewijzencentrale, een ondergrondse organisatie. ‘Het was daar prima geregeld allemaal, hoor. Honderdvijftig gulden per maand, zondags vrij en als het je even te veel werd, mocht je een jenevertje halen in de kroeg.’

Na de oorlog trouwde hij voor de eerste keer. Ze kregen vier kinderen in de periode dat hij bij De Cirkel werkte, waar stalen meubelen werden gemaakt. Netty, destijds binnenhuisarchitecte bij warenhuis Metz & Co, ontmoette hij toen zij 21 en hij nog getrouwd was. Netty, rond de tafel scharrelend: ‘Dat was allemaal moeilijk natuurlijk. Maar dat hoeft toch niet in de krant?’ Samen kregen ze later nog een dochter. Op feestdagen en verjaardagen zitten ze met alle kinderen en kleinkinderen om de ronde tafel en eten ze zalm, gravad lax - ‘dat is een proces van 48 uur’ - die Friso Kramer met genoegen maakt. Netty, lachend: ‘Af en toe zeggen we: we gaan uit eten. Maar dan rekenen we uit dat dat wel 800 euro kost en dan maken we toch maar iets zelf.’ Geen van zijn kinderen is in zijn voetsporen getreden, zoals hij - min of meer - in die van zijn vader. ‘Ik weet nog dat mijn vader vroeg wat ik wilde worden en ik ‘architect’ antwoordde, eigenlijk om hem te plezieren. Hij zei: ‘Dat is móéilijk, hoor.’ Olijke blik: ‘Hij had er niet veel vertrouwen in.’

Enfin - het is meer dan goed gekomen. Niet alleen heeft Kramer zijn hele leven gedaan wat hij het liefste deed, hij heeft er ook succes mee gehad. De meeste van zijn ontwerpen worden nog altijd gebruikt, zijn ‘paaltoparmatuur Friso Kramer’ is zo’n icoon geworden dat alle lantaarnpalen die daarna kwamen ervan zijn afgeleid. Slechte kopieën, daar stoort hij zich aan, maar hij weigert zich erover op te winden. Net zomin als over alle rommel die onder zijn naam op internet wordt aangeboden. ‘Ach, dat is handel, dat interesseert me geen bal.’ Jonge ontwerpers volgt hij nauwelijks; wat hij aan nieuwe ontwerpen ziet, lijkt hem doorgaans ‘geen lang leven beschoren’. ‘Het probleem is: ze houden niet op met ontwerpen. Aan de academie zeggen docenten: je hebt fantasie jongen, ga zo door. Dat is nu net het beroerde natuurlijk. Wat ze maken is niet bruikbaar meer.’ Hij wijst naar een zwart leren bankje van zijn hand dat onder het raam staat, met uitzicht op de Amstel. ‘Ga daar nou eens op zitten. Dan zeg je toch: godverdegodver, dát zit lekker’?’

Friso Kramer 

Geboren op 13 augustus 1922 in Amsterdam.

Loopbaan

1940 Opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam

1948 - 1963 Ontwerper bij De Cirkel, fabriek voor stalen meubels (onderdeel van kantoormeubelenfabrikant Ahrend)

1963 - 1971 Ontwerpbureau Total Design, opgericht met o.a. Wim Crouwel

1971 - 1983 Hoofd van de ontwerpafdeling van Ahrend

1977-1978 Overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum

1991 Overzicht in het Museum Boijmans Van Beuningen en het boek Friso Kramer Industriële Vormgeving

1994 Benoeming tot Officier in de Orde van Oranje Nassau

2012 Publicatie De stoel van Friso KramerOEUVRE (een selectie)

1953 Stoel Revolt (redesigns in 1980 en 1992)

1958 Stoel en tafel Result

1960 Lantaarnpaal Friso Kramer

1970 Brievenbus voor de PTT

1972 Kantoorsysteemmeubelen Mehes

1997 Betonnen zitbanken voor onder meer Schiphol Stapelstoel en -tafel FKS

1998 Betonnen plantenbakken voor gemeente Amsterdam

2013 Led-lantaarnpaal voor Lightwell

Friso Kramer is twee keer getrouwd, heeft vijf kinderen en vijf kleinkinderen en woonde met zijn vrouw in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden