Het liefst in een doosje

Fris en vrolijk voert Midas Dekkers de lezer van holenmens naar hemelbed, van schildpad naar schuilkelder.

Marcel Hulspas
null Beeld .
Beeld .

Hoe maak je een kat intens gelukkig? Niet met kaas, niet met een muis, maar met een doos. 'Niets vinden poezen heerlijker dan een kartonnen doos', aldus Midas Dekkers, 'liefst net iets kleiner dan zijzelf, waar ze zich in moeten wringen tot alleen het kopje er nog bovenuit steekt.' Dat intense geluksgevoel dankzij een eenvoudige doos is volgens hem 'een zelden beschreven, maar diepgeworteld talent van uitverkoren dieren'. Hij noemt dat talent thigmofilie, de liefde voor het aangeraakt worden.

Genieten van kleine ruimtes

Lekker warm wegkruipen in een benauwde omgeving, jezelf heerlijk oprollen, maar ook gewoon geaaid worden: zalig is het dier dat daarvan kan genieten. Gelukkig zijn dat er heel veel. Je hoeft niet ver te zoeken. Niet alleen de kat, ook de kakkerlak en de bedwants zijn dol op donkere hoekjes. Maar de grootste thigmofiel is toch de mens: 'Vandaar de aantrekkingskracht van de Fiat 500, het stapelbed, de rookstoel, de ouderwetse telefooncel, het volkstuintje, achterkamertjespolitiek.' We willen liefst onzichtbaar zijn. Ver weg van de grote boze buitenwereld. Of, zoals alleen Dekkers dat kan zeggen: 'Hoe groter de heide, hoe kleiner het hutje waar we naar verlangen.'

De thigmofiel is honderd procent Midas Dekkers. Ontspannen keuvelend voert hij de lezer mee van holenmens naar schuilkelder, van zijn eigen doodskist (dankzij de EO mocht hij daar even in liggen) naar de ijzeren long, naar de wrede experimenten van Harry Harlow, het hemelbed, de tuinslak en de houtworm - een thigmofiel die zijn hele leven in zijn eigen eten woont. Dekkers vraagt om eerbied voor de schildpad, die schildbewoner die zo hulpeloos lijkt maar ondertussen de dino's nog heeft gekend en ons mensen ongetwijfeld zal overleven. Hij wil dolgraag nader kennismaken: 'Ergens, diep in dat pantser, moet een zielenleven huizen. In die kop woelen gedachten, soms anderhalve eeuw lang. Schildpadden doen me denken aan een bepaald slag oude mannen, jaar in, jaar uit, zwijgend op hun stoel, met naar binnen gekeerde ogen. Ooit door een vrouw uit liefde in huis gehaald en later vergeten op tijd weer buiten te zetten.'

Zo'n sprong, dat is Dekkers op z'n best. Maar hij is niet alleen mild. Hij vervloekt de moderne architecten die ons hun genadeloos heldere, steriele doorzonwoningen aansmeren, waarna we massaal naar IKEA snellen om gordijnen, kussentjes en andere prullen te kopen om die vreselijke leegte te vullen. Liefdevol vertelt hij dan weer over de paloloworm, een zeebodembewoner die zó graag onder het zand blijft dat hij (of zij) de geslachtsdelen in zee loost, zodat die daar kunnen copuleren.

Veel meer te ontdekken

Dekkers' overstapjes, observaties en nuchtere terzijdes zijn zoals vanouds verrassend, fris en vrolijk. De thigmofiel is een feest voor de geest. Maar dan, op pagina 115, gebeurt er iets vreselijks.

Dekkers speelt eerst even met een opgerolde egel. Hij herinnert ons vervolgens aan Gregor Samsa, de man die een kever wordt in Die Verwandlung (De gedaanteverwisseling) van Franz Kafka en zich daarna uit schaamte opsluit in zijn kamer. Dan volgt een kort loflied op het geheime genoegen van lezen onder de dekens, dat afgerond wordt met: 'Na de ontroering die je overvalt bij het zien van een poes in een doosje is het beeld van de slapende mens, het boek nog opengeslagen op zijn bedbuik, de bril scheef over zijn gezicht gezakt, het ontwapenendste dat ik ken.' De lezer schrikt wakker. We zijn terug bij de doos. En inderdaad, daar is ook al het einde van dit prachtboek.

Vol overgave heeft Midas zich een weg gegeten door een heerlijke onderwereld van feitjes; omhoog en omlaag, van links naar rechts. En nu stuit hij opeens op de plek waar hij begon. De reis is ten einde. Veel eerder dan nodig. Er is nog zó veel te ontdekken! Waarom zagen we nooit de ontelbare parasieten, zo heerlijk levend in ander leven? En wat vindt hij van het mannetje van de zeeduivel, die zijn hele leven heerlijk aan zijn veel grotere vrouwtje blijft hangen? Grotbewoners, het genot van intiem gezelschap, de geheime club, de clan - en nog veel meer. Niet gezien. Vergezocht? Ach, we kwamen wel langs de telefooncel, de douche en de ontdekkingsreiziger. Nee, waar Dekkers in zijn eerdere boeken heerlijk uitweidt en vol hartstocht alles overhoop haalt, wil hij dit keer veel te graag naar huis. Hij laat de trouwe lezer toch een beetje buiten in de kou staan. Maar misschien ligt dat wel aan het onderwerp.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden