Het licht kwam binnen

Het oeuvre van Eva Besnyö (1910) is betrekkelijk klein en kent maar een paar hoogtepunten. Die liggen in de Berlijnse jaren, toen ze net twintig was - een heel korte periode maar, die amper twee jaar duurde....

door Willem Ellenbroek

'IK werd een nieuw mens', zegt ze in haar monografie, 'in Berlijn is de Eva Besnyö geboren die ik nu ben.' Er staan twee jeugdige zelfportretten uit die tijd in het boek, ze zijn totaal verschillend. Het lijkt wel of er tien jaar tussen zit, voor en na die gezegende loutering. Maar ze zijn in hetzelfde jaar gemaakt, in 1931, op dezelfde dag zelfs, kun je zien aan het nonchalant opstaande kraagje van haar blouse, het halskettinkje en de spelden in haar haar.

Ze symboliseren, als een getuigenis, die beslissende ervaring in Berlijn. Eva Besnyö, net twintig, portretteerde zich beide keren met haar Rolleiflex dicht om de hals gehangen, de vingers gespannen om de sluiter. Maar met wat een verschil. De eerste foto toont een ernstig meisje, keurige scheiding in het haar, met peinzende, ogen. Het lijkt of de camera haar gezicht van onderen, uit de opengeklapte zoeker, belicht. Het is een romantisch-poëtisch portret, met schilderachtige effecten in lichtval en schaduwwerking, stil en harmonieus.

De tweede foto barst van de dynamiek. Het keurige haar is een woest voorover vallende golf geworden, de neutrale achtergrond veranderd in flitsende diagonalen van hel kunstlicht. Ze kijkt niet meer dromerig weg, maar tuurt geconcentreerd in de zoeker. Er zit een en al spanning en beweging in het beeld, een overdonderende esthetiek, en niets stils en dromerigs meer.

Er is, tussen beide foto's in, één detail in haar uitrusting veranderd. Op de tweede foto draagt ze rubberen handschoenen. Ik denk dat ze die eerste foto direct na de opname in de donkere kamer ontwikkelde en het resultaat te braaf en te schilderachtig vond, te ouderwets. En op hetzelfde moment de inval kreeg hoe het wel moest, de doka uitrende, zich in haar opwinding geen tijd gunde om die handschoenen uit te trekken, de spiegel van de muur nam en op de grond legde, zich voorover boog en in haar zoeker dat nieuwe beeld, van een nieuwe fotografie, met dynamisch licht en stuwende diagonalen, ontdekte. En voldaan afdrukte. Om haar lippen krult opeens een tevreden glimlachje.

Eva Besnyö is nu bijna negentig. Zondag krijgt ze in het Berlijn van haar initiatie in de wereld van het modernisme de Dr. Erich Salomon Preis. Een dag later opent daar in het Märkisches Museum een overzichtstentoonstelling, in december volgt er nog een in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zondag wordt in Berlijn ook het boek gepresenteerd waaruit die twee zelfportretten komen, eenvoudig Eva Besnyö geheten, deel negen van de serie Monografieën van Nederlandse Fotografen.

Ze fotografeert al een kwart eeuw niet meer, haar ogen werden te slecht. Ze dreigde als fotograaf zelfs even vergeten te worden, maar juist in de laatste 25 jaar is haar werk herontdekt en opgenomen in vele overzichten en tentoonstellingen. Ze wordt erkend als een pionier van de moderne Nederlandse fotografie, naast Cas Oorthuys, Carel Blazer en Emmy Andriesse.

Een paar van haar foto's zijn wereldberoemd geworden, met als bekendste die van het zigeunerjongetje uit Hongarije in de jaren dertig, dat een cello meezeult die groter is dan hijzelf. We zien hem op de rug voor een met bomen omzoomde weg staan, alleen op de wereld, onstuitbaar de toekomst tegemoet.

Haar oeuvre is betrekkelijk klein en kent maar een paar hoogtepunten. Ze liggen duidelijk in die Berlijnse jaren - een heel korte periode maar, die amper twee jaar duurde, toch zouden ze in de fotografie geschiedenis maken. De kracht die ze daar vond, kwam later wel weer terug in haar werk. Direct in Nederland al waar ze in 1932 voor de nazi's uit naartoe vluchtte. En later, na de oorlog, ook wel weer, maar nooit meer in die mate als in die jaren in Berlijn. De oorlog, met zijn vervolging, onderduiken en verzet, vormde een breekpunt dat alles veranderde. Het werd nooit meer zoals toen.

Er zit ook een tragiek in haar leven, die vele vrouwen van haar leeftijd zullen herkennen. Ze wilde wel verder, na de oorlog, maar kon in het moederschap de weg in haar werk niet meer vinden en stopte vrijwel met fotograferen. Pas eind jaren zestig vond ze een nieuwe bloeiperiode in haar fotografie, maar die was anders. Ze werd dé fotograaf van Dolle Mina, actiefotograaf van een emancipatie. Haar werk was niet meer vrij en ongeremd, zoals vroeger, maar stond in dienst van de beweging en van het actiefront.

Eva Besnyö groeide op in Boedapest, in een burgerlijk joods milieu. Ze kende een heel beschermde jeugd, te beschermd vond ze later, waaruit ze pas kon ontsnappen toen ze van haar vader toestemming kreeg om naar Berlijn te gaan. 'Het was net of ik pas begon te leven toen ik uit Hongarije wegging', zegt ze in het boek. 'Daarvoor was ik een soort embryo. In Berlijn gingen de deuren open, het licht kwam binnen.'

Ze vond er de vrijheid en een stimulerende vriendenkring, links en antifascistisch, hongerend naar al het nieuwe, en een stad die 'snakte naar de toekomst'. Van alle kanten stormde het leven op haar af, ze stortte zich erin met alle charme en overmoed van haar jeugd. En ze ontwikkelde er, dag in dag uit rondzwervend door het leven van de Grossstadt, een nieuwe beeldtaal.

De tekst in het boek vertelt haar levensverhaal, onbesmukt en zonder gêne. Haar foto's laten zien hoe ze in dat leven stond: voor alles open, blakend van dynamiek en optimisme. Ze kreeg erkenning en bouwde een praktijk op. Het leven lachtte haar toe. Tot een persbureau waar ze voor werkte liet weten dat haar foto's niet meer onder haar naam gepubliceerd mochten worden. De jodenvervolging was begonnen, ze merkte het ook op straat.

Ze bracht nog één zomer in Duitsland door, aan de kust van de Oostzee, met haar nieuwe liefde John Fernhout, voor ze naar Nederland vluchtte. Het was een overweldigend mooie zomer, zeggen haar foto's, vol hoop en vertrouwen in het leven, de laatste zorgeloze zomer van het oude Europa van haar jeugd. In Nederland werd ze opgevangen in een al even stimulerende vriendenkring, die van Johns moeder Charley Toorop en Arthur Lehning.

Weer begon ze een eigen praktijk op te zetten. En met succes. Haar werk trok grote belangstelling. Ze was een bijzonder persoon. Een fotograaf zoals zij was er toen niet in Nederland. Ze bracht een nieuwe visie mee, een jonge, moderne, dynamische. Tot de oorlog ook Nederland overspoelde en alles veranderde.

Er kwam daarna nog wel wat uit haar camera. Het retrospectieve boek laat dat mooi zien in een heel teer portret van Charley Toorop bijvoorbeeld, in Amsterdamse stadsgezichten, in stille getuigen van de Watersnoodramp in Zeeland en in een reeks monumentale architectuurfoto's. Maar het bijzondere van die Berlijnse jaren halen die latere jaren niet meer.

Ze hebben vaak alles wat die eerste foto's uit Berlijn ook hebben, in hun ongebruikelijke standpunten die een ongekend blikveld openen, in wondermooie composities en biologerende diagonalen. In haar Berlijnse werk, zeggen haar foto's, zit iets essentiëlers, de ontdekking van het leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden