Het levenswerk van een typograaf/filosoof

Het boek telt 440 pagina's, weegt 1,2 kilo, is vijf centimer dik, kost 275 gulden, en werd na verschijnen niet besproken in de landelijke dag- en opiniebladen....

Sunbowl or Symbol is het eindresultaat van een krankzinnige onderneming. Blijkbaar ontevreden over de wijze waarop reguliere uitgevers proefschriften op de markt brengen, besloot filosoof G.J.L. Schönbeck zijn proefschrift zelf uit te geven. De vormgeving hield hij in eigen hand; alleen voor de band en bindwijze riep hij de hulp in van ontwerper Gielijn Escher. Bij het weergeven van de vele citaten in het Grieks stoorde Schönbeck zich al gauw aan de gangbare Griekse schriften. Wat doe je dan? Je ontwerpt voor je boek een nieuw Grieks lettertype om vervolgens te constateren dat het romeinse schrift niet fraai combineert met de Griekse tekens. En dus ontwerp je tevens een bijpassend romeins lettertype.

De materie die Schönbeck in zijn boek aanroert is ongelooflijk complex. De gedetailleerdheid blijkt onder meer uit de 2100 voetnoten die de lezer letterlijk doen duizelen, te meer omdat Schönbeck daar alle denkbare typografische varianten uit de kast trekt. Hij liet 724 exemplaren drukken en handmatig inbinden waarna de illustraties (vijf drukgangen) en de initialen (7 drukgangen) apart werden ingeplakt.

De jury: 'Het resultaat vormt een mijlpaal in het democratiseringsproces van de typografische productiemiddelen. Zo staan de zaken er dus voor in Nederland, in 1998: één loslopende particulier met een forse hoeveelheid kennis en een bovengemiddeld doorzettingsvermogen kan zo'n boek teweegbrengen.'

Kritische vragen bij de vormgeving van Sunbowl or Symbol zijn gauw gesteld: is het zij- en staartwit niet al te overvloedig? Is het corps van de voetnoten niet aan de krappe kant? Maar wat overheerst is bewondering voor een boek, dat, bij alles wat het óók is, het levenswerk is van een man die de maar zelden gesignaleerde combinatie van vier disciplines in zich verenigt: die van filosoof, typograaf, vormgever en uitgever.

De jury van de Best Verzorgde Boeken boog zich ditmaal over 385 ingezonden boeken waaronder 'veel gebrekkige exemplaren'. Het juryrapport: 'Gebreken in de druk: exemplaren met spanjolen, zonder gelijkmatige zwarting in de druk van de tekst. Of gebreken in de afwerking: scheefzittende kapitaaltjes, scheefgeplakte schutbladen, losse steken bij genaaide boeken, zijbelijmingen die slordig zijn, te korte leeslinten.'

Mismoedig is de jury ook over de inbreng van de reguliere literaire uitgevers. Dit jaar haalt geen enkele eerste editie van een roman de lijst van Best Verzorgde Boeken. Slordige binnenwerken en beroerde afwerking zijn strijk en zet in deze sector. Toch werd er literair werk bekroond maar dan gaat het om bijzondere edities zoals Verzameld werk van Gerard Reve, verzorgd door Brigitte Slangen, of Brieven 1921-1950 van Gerard Walschap, anderhalf duizend pagina's die volgens de klassieke regelen van de kunst in vorm werden gegoten door Jaap Meijer en met een stofomslag waarin de hand van Harry Sierman herkenbaar is.

Bij de selectie lette de jury op boeken die zich onderscheiden van de massa en dat heeft (bijna automatisch) tot gevolg dat zich onder de bekroningen nogal wat boeken bevinden die niet door officiële uitgevers zijn uitgebracht. Zo kon het gebeuren dat het jubileumboek van Norit, verschenen bij het tachtigjarig bestaan, in de prijzen viel. Op originele wijze verweeft ontwerper Frederik de Wal de historie van het bedrijf met actuele beelden van de fabrieken, de werkvloer en de medewerkers; hij maakte een boek in een boek.

Naast boeken die zichtbaar met ruime budgetten zijn geproduceerd, staan uitgaven die met geringe middelen tot stand zijn gebracht. Een scherp contrast vormt het kleine en met nietjes bijeengehouden boekje dat kunstenaars aan het woord laat over Tsjernobyl tegenover het tintelende modeboek dat de Gasunie gebruikte als relatiegeschenk - in beide boeken tekent Jaap van Triest voor het ontwerp.

Niet passeerbaar was natuurlijk het majestueuze Letterproeven van Nederlandse gieterijen; drie ontwerpers, waaronder Gerard Unger en Piet Gerards, beproefden hun krachten op dit naslagwerk.

Zoals gewoonlijk overheerst de sectie kunstboeken en catalogi. Verrassend is de vondst van bureau UNA dat bij Voices het menselijk strottenhoofd weergeeft met behulp van uitgestanste rondjes die opzettelijk niet helemaal op elkaar aansluiten.

Sommige ontwerpers verschaffen letterlijk zicht op hun werkwijze, zoals het duo Mevis & Van Deursen dat hoog scoorde met drie boeken: Sporen van wetenschap in kunst; de Stedelijk-catalogus From the Corner of the Eye en If/Then, een lees- en kijkboek over de invloed van de nieuwe media. Ook na invulling blijft het stramien, het raamwerk van de lay-out, gewoon zichtbaar. Het leidt snel af van de inhoud, maar bij zulke boeken is dat niet zelden opzet: de vorm is gelijkwaardig aan of prevaleert zelfs boven de inhoud.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden