null

ACHTERGRONDDesignklassiekers

Het levensgevoel van de juiste stoel: dit is de magie van de designklassieker

Beeld Elzeline Kooy

Opvallend veel designklassiekers kregen dit jaar een eigentijdse editie. Hoe wordt een simpele lamp, stoel of mondkap in één klap iconisch? De Volkskrant legt het uit, met een lijstje.

De Standard is de bekendste stoel van de Franse ontwerper Jean Prouvé (1901-1984). Prouvé werd wereldberoemd vanwege zijn prefabarchitectuur en robuuste meubels. Ten tijde van de lancering in 1934 werd de Standard met zijn industriële constructie van gebogen plaatstaal gezien als een baken van vooruitgang en efficiëntie. Dit jaar bracht de Duitse fabrikant Vitra met veel bombarie een bijzondere heruitgave van hout op de markt. De Deense fabrikant Fritz Hansen lanceerde dit jaar een speciale notenhouten editie van de Lily (1968) van Arne Jacobsen, het stapelstoeltje dat door zijn smalle taille ook al zo’n icoon is van het 20ste-eeuwse meubeldesign.

De standard van Jean Prouvé door Vitra. Beeld Vitra
De standard van Jean Prouvé door Vitra.Beeld Vitra

En dat was niet alles. De Britse lampenfabrikant Gubi lanceerde een speciale editie van zijn Bestlite, een metalen lamp die vooral in Engeland een legendarische status heeft doordat hij op het oorlogsbureau van Churchill stond. Mercedes gaf de tweezitter SLC een facelift. Zo zijn er nog vele voorbeelden. Wat is toch de aantrekkingskracht van deze designklassiekers?

Er zijn meer spullen dan ooit en ze worden steeds vernuftiger aangeprezen – zogenaamd terloops door influencers of juist met gooi-en-smijtwerk in de mainstreammedia. De designklassieker is de betrouwbare en geruststellende keuze. Immers, kwaliteit verzekerd en een blijvertje bovendien. En nu identiteit steeds belangrijker wordt kan met één goedgekozen designklassieker een krachtig signaal worden afgegeven. Ik heb smaak, kijk maar naar mijn spijkerbroek, mijn stoel, mijn lamp.

Blijft de vraag wat iets een klassieker maakt. ‘Liefde op het eerste gezicht.’ Zo omschreef de Duitse lichtontwerper Ingo Maurer de magie van de designklassieker. En hij kan het weten. Hij ontwierp er meerdere, waarvan de YaYaHo (1984) de bekendste is, dat halogeenlampje dat geklemd tussen een plus- en een mindraad aan het plafond hangt. Het snoer is het armatuur geworden – het is even eenvoudig als ingenieus, bijna magisch. Om vlinders in je buik van te krijgen.

Tegelijkertijd moet het ontwerp groter zijn dan het ‘ding’ zelf. Neem de Eames Lounge Chair, inmiddels zo klassiek dat deze leunstoel feitelijk een cliché is. Daar druipt de overdaad van de jaren vijftig vanaf, dat wil zeggen, niet onze zuinige wederopbouwjaren, maar de Amerikaanse jaren vijftig van voorspoed en optimisme. Met Cruyffiaanse logica zou je kunnen zeggen: je kunt pas weten waarom een ontwerp een klassieker is geworden, als het een klassieker is geworden. Al zijn er een aantal terugkerende eigenschappen waaraan moet worden voldaan – naast liefde op het eerste gezicht, natuurlijk.

 De Eames Lounge Chair. Beeld Alamy Stock Photo
De Eames Lounge Chair.Beeld Alamy Stock Photo

 Gelijk tijdloos

De instant klassieker – dat klinkt als een paradox. Immers, een klassieker moet eerst rijpen om zijn tijdloze status te kunnen waarmaken. En toch zijn er voorbeelden van producten die meteen bij de lancering werden omarmd als een icoon. De iPhone bijvoorbeeld. Daarvan werd het revolutionaire touchscreen en het abstracte lijnenspel gelijk breed onderkend. Mobiel bellen had een nieuwe benchmark. Apple flikte dat met de iPod zes jaar daarvoor ook al op de markt van draagbare muziekspelers. Daarom is de Apple-car het eerste ontwerp dat nog vóór de introductie (gepland voor 2024, zo werd deze maand bekend) kans maakt op de status van klassieker.

De eerste generatie iPod uit 2001. Beeld Alamy Stock Photo
De eerste generatie iPod uit 2001.Beeld Alamy Stock Photo

Zien is herkennenApple iPod (2001)

Herkenbaarheid is onmisbaar voor een designklassieker. Niet alleen moet je het ontwerp in woorden kunnen omschrijven, het moet zich ook laten ‘lezen’ zonder dat een verklarende tekst of aanvullende informatie nodig is. Zien is herkennen. Geen merk heeft dit principe succesvoller toegepast dan Apple. Steve Jobs wordt veelal verantwoordelijk gehouden voor dit succes. Dat is hooguit ten dele waar: het aandeel van hoofdontwerper Jonathan Ives is misschien wel even groot. Zijn belangrijkste wapenfeit is de introductie van een simpel wit kastje in 2001, waarmee hij in één keer de muziekindustrie op zijn kop zette. Het enige opvallende aan het aerodynamische apparaatje is de ronde knop op de voorkant. Meer is er niet nodig om die duizenden uren muziek te ontsluiten, al lachen we tegenwoordig om het geheugen van 5 gigabyte. Dat deze iPod een futuristisch apparaatje is waarmee je drieduizend cd’s in je broekzak kunt meenemen, kan echt iedereen in één oogopslag zien. Zelfs de witte oortjes waren uit duizenden te herkennen.

Billie Eilish met mondkapje op de GRAMMY Awards 2020 in Los Angeles. Beeld FilmMagic
Billie Eilish met mondkapje op de GRAMMY Awards 2020 in Los Angeles.Beeld FilmMagic

Alomtegenwoordigheid: het mondkapje (vanaf 1910)

Tegenwoordig zijn er ‘design’ kapjes van Dior, politieke kapjes (met Black Lives Matter-slogans), natuurlijk het medische standaardmondkapje N95 of juist het no-nonsense weggooikapje. Maar iedereen draagt feitelijk een imitatie van het klassieke ontwerp van Lien-teh Wu. In 1910 werd deze amper 31-jarige arts door de Chinese autoriteiten naar de Oostelijke provincie Mantsjoerije gezonden, waar een pestepidemie woedde. Tegen de gangbare aanname in dat de ziekte wordt verspreid door vlooien, stelde hij dat besmetting via de lucht plaatsvindt. Ter bescherming maakte hij voor zichzelf een halfronde mondkap van stevig gaas dat hij opvulde met katoenen lappen, twee touwtjes om het hoofd hielden de kap op zijn plek. Zijn mondkap is door het eenvoudige design zelf te maken van gemakkelijk te vinden materialen als linnen en katoen, hij is wasbaar en bovendien goedkoop genoeg om te vervangen. De kap was eenvoudig genoeg om direct te begrijpen en te belangrijk om over het hoofd te zien.

Valentine typemachine, die kon je als een aktetas meedragen. Beeld Getty Images
Valentine typemachine, die kon je als een aktetas meedragen.Beeld Getty Images

Originaliteit: Valentine typemachine (1971)

Het blijft wennen, werken met een peuter op schoot en een luid zoomende partner aan de andere kant van de eettafel. Terwijl er in 1971 al een product was om thuiswerken leuk te maken: de Valentine van Olivetti, een speelse, draagbare typemachine van ontwerper Ettore Sottsass (1917-2007), destijds artdirector van de Italiaanse kantoormachinefabriek Olivetti. Het apparaat werd verkocht in een cassette, zodat het als een kekke aktetas meegenomen kon. Eenmaal thuis zouden de kleuren het interieur opvrolijken, hij was alleen leverbaar in wit, blauw, groen en rood. Al had de laatste kleur zijn voorkeur – hoe kan het ook anders bij een product met de naam Valentine. Je zou er bijna door vergeten dat de Valentine ook een wonder van vernuft is. Het machientje moest immers klein genoeg zijn om thuis overal op te bergen. Al werd het in begeleidende reclamecampagne afgebeeld naast een kortgerokte blondine op een hoogpolig tapijt die het toetsenbord met één vinger beroert, alsof het een mannentorso is. (Pikant detail: het plastic dopje op de lintspoel was gemodelleerd naar de vrouwentepel op het popartschilderij American Nude van Tom Wesselman!) Thuiswerken was sexy. Zo ver zijn we zelfs tegenwoordig niet.

Kapotte paraplu in de Capitole afvalbak na regenstorm.  Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel
Kapotte paraplu in de Capitole afvalbak na regenstorm.Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel

Praktisch: Vuilnisbak Capitole (1980)

Wie weet dat de groene metalen straatafvalbak, die met zijn schuine ‘mond’ geklemd zit tussen een staande boog van gegalvaniseerd ijzer, Capitole heet? En dat de ontwerper Bas Pruyser (1950) is? Een echte klassieker is er gewoon, voor ons allemaal. Net als de paperclip, een rietje of de kaasschaaf. Niet voor niets zijn er inmiddels bijna een half miljoen Capitole’s gemaakt, die verspreid over heel Europa staan. Zo’n alomtegenwoordigheid vereist een democratisch gebruiksgemak en een radicale efficiëntie. De onverwoestbaarheid bezitten ze sinds 1980, nadat de eerste exemplaren van spuitplastic tijdens de Kroningsrellen meteen waren gesmolten. In de zware bekisting zit wel een lichtere binnenbak, die door straatvegers met een zwierige beweging leeg kan worden gekieperd. Het alledaagse en onverslijtbare gebruiksvoorwerp wordt bijzonder door de verzorgde vormgeving. Terwijl die vloeiende ronde vormen er alleen maar zijn voor de veiligheid van mensen die de bak op de stoep passeren. Bovendien, in rechte hoekjes zou vuil blijven zitten. Daardoor past de Capitole overal. Aan een lantaarnpaal of verwerkt in een tramhokje maar ook twee-aan-twee verklonken aan één beugel, pontificaal op de stoep. Zelfs in de hagelnieuwe Noord-Zuidlijn van Amsterdamse metro hangen ze fier aan de muur, als een baken van vertrouwen.

Kodak Instamatic Camera (1963) Beeld ullstein bild via Getty Images
Kodak Instamatic Camera (1963)Beeld ullstein bild via Getty Images

VernieuwendKodak Instamatic Camera (1963)

You press the button, we do the rest. Dat was vanaf de eerste fotocamera in 1888 – uitgevoerd in een luxe box – de slogan van de Amerikaanse firma Kodak. Met een filmrol voor maar liefst honderd opnamen kon iedereen een foto maken. Zeven jaar na de eerste camera met de innovatieve filmrol lanceerde Kodak uit voor amper 5 dollar een draagbare versie, de Pocket Kodak. De merknaam zou uitgroeien tot een soortnaam. Wie van boven de dertig krijgt geen nostalgische gevoelens van vakanties waarin je door vader en moeder werd meegesleept op zoek naar dat geel-rode neonbord in de winkelstraat?

Een grote doorbraak in de democratisering van fotografie is de Instamatic camera van Kodak uit 1963. Natuurlijk zag het toestel er modern en robuust uit, kijk maar naar het flitslicht dat als een vierkante diamant op het toestel geschroefd wordt. Doorspoelen kan met de ergonomische hendel aan de voorkant van het toestel naast de lens. Nog steeds is dat de standaard camerahandgreep, hoewel de Instamatic in 1988 uit productie werd genomen. Revolutionair was met name de filmcassette in plaats van het rolletje, waardoor het simpelweg onmogelijk was om iets fout te doen. Een product dat thuishoort in het rijtje van de iPhone en Instagram.

 De Djinn Chair figureerde in 2001: A Space Odyssey uit 1968  Beeld
De Djinn Chair figureerde in 2001: A Space Odyssey uit 1968

Hip én toch tijdloosDjinn Chair (1965)

De ruimtepakken van de eerste Space-X astronauten werden ontworpen door een kostuummaker uit Hollywood. De realiteit imiteert de kunsten. Maar uitgerekend voor de film die als startschot wordt gezien van de moderne sciencefiction – het epische 2001: A Space Odyssey uit 1968 – maakte regisseur Stanley Kubrick veelvuldig gebruik van bestaande producten om de geloofwaardigheid van de film te vergroten. Zo wordt gegeten van het ranke bestek van Arne Jacobsen en zitten de acteurs op felrode stoelen die Olivier Mourgue ontwierp voor de Franse fabrikant Airborn (die merknaam is louter toeval). Met zijn zwierige contouren was deze Djinn Chair de perfecte verbeelding van de swinging sixties  en van de futuristische space age. Een meubel dat het opwindende gevoel geeft dat het er altijd al was, en altijd zal zijn. En dat nou is precies het geheim van een designklassieker. Al gold die tijdloosheid niet voor afzonderlijke meubels, die letterlijk verkruimelden door het gebruik van inferieur kunststofschuim. De prijs van een gerestaureerd meubel varieert van tweeduizend euro voor een sofa tot het dubbele voor een chaise longue. 

Roxy Flyers (1987-1999) Beeld
Roxy Flyers (1987-1999)

AuthenticiteitRoxy Flyers (1987-1999)

Er waren tijdens de lockdown ouderwets illegale feestjes onder viaducten en in natuurgebieden. Net als in de begindagen van house, eind jaren tachtig. Ook toen wist alleen een incrowd de locatie, dankzij fotokopietjes die onderhands werden verspreid. Dat fotokopietje werd een nieuw medium: de flyer. Een kompas voor nachtelijk vertier met een eigen visuele taal. In de daaropvolgende dertig jaar groeide dance uit tot een miljoenenindustrie en de flyer werd een verzuilde reclamefolder. Gabbers zagen aan de hand van horror-beelden als het ‘spijkerhoofd’ van Hellraiser in één oogopslag waar ze moesten zijn. Jarenzestigpsychedelica kreeg een digitale make-over voor trance. Drum-‘n-bass was te herkennen aan rauwe graffiti over een geometrisch raster. De flyers van de roemruchte Amsterdamse club Roxy spanden de kroon. Zo viel er eens een nauwelijks van echt te onderscheiden Delfts blauw acidhouse-tegeltje bij de leden in de brievenbus. De enige flyer die werd verboden bestond uit twee suikertabletjes, verpakt in een klein plastic zakje waarin ook wiet wordt afgewogen. De associatie met xtc lag er zo dik bovenop, dat de flyer op last van de politie niet mocht worden verspreid. Het Vollemaansfeest mocht die zaterdag overigens gewoon doorgaan. Artistieke clubs en fabrieksloodsen hebben inmiddels plaatsgemaakt voor voetbalstadions en dj’s staan prominent in de Quote 500 (althans tot voor kort). Maar de Roxy flyers zijn voorgoed verdwenen.

Barack Obama en Dmitry Medvedev op de Round Chair (2009) Beeld Getty Images
Barack Obama en Dmitry Medvedev op de Round Chair (2009)Beeld Getty Images

OptimismeRound Chair (1949)

De Round Chair van de Deense ontwerper Hans J. Wegner werd eind jaren vijftig in de Verenigde Staten geïntroduceerd als democratisch en vooruitstrevend design, het toonbeeld van elegantie en optimisme bovendien. Precies de kwalificaties die ook de jonge presidentskandidaat John F. Kennedy zichzelf toedichtte. Dus toen er voor zijn presidentiële debat met zijn tegenstander Richard Nixon een stoel moest worden geplaatst (door een rugkwaal opgelopen tijdens WOII kon Kennedy niet lang staan) was de keuze snel gemaakt. De Round Chair bood ondersteuning maar zette Kennedy in een actieve houding. Tijdens dat debat oogde hij fit en – inderdaad – elegant. Nixon daarentegen oogde vermoeid en had bovendien een schurkachtige stoppelbaard. Kennedy zou winnen en de Round Chair kreeg voor altijd de kwaliteiten van Kennedy toegedicht – elegant, optimistisch en democratisch. Wie tegenwoordig een Round Chair aanschaft, kiest niet alleen een stoel maar een levensgevoel. Al moet daarvoor wel in harde valuta worden betaald: de Deense fabrikant PP Mobler rekent prijzen van vierduizend euro, en dat is zonder de leren zitting van Kennedy.

Kleurrijke bakjes Tupperware. Beeld Getty Images
Kleurrijke bakjes Tupperware.Beeld Getty Images

StijlvolTupperware (1948)

Tupperware had al bij de introductie in 1948 alles om een succes te worden. Gemaakt van het innovatieve polyethyeen, namen de bewaarbakjes niet de geur over van het voedsel dat erin werd bewaard, andersom gaf het kunststof geen smaakje af. En dan was er ook nog dat superslimme marketingsysteem, ontwikkeld door grondlegger Earl Tupper himself, waarbij de consument verkoper werd. Duizenden huisvrouwen verdienden een zakcentje met deze verkoopparty’s. Eerlijk is eerlijk, ook toeval speelde een rol, de bakjes bleken het decennia later ook uitstekend te doen in de magnetron. Wat vaak wordt vergeten, is dat de kleurrijke bakjes, bekers, en kommen stijliconen waren. De Tupperware-vrouw onderscheidde zich met een moderne smaak. Bovendien hoefde zij niet meer elke dag naar de winkel maar hield zij haar voedsel vers in strakke en kleurrijke bakjes. Het vacuüm-pufje bij het openen was niets minder dan een statussymbool. Tupperware was niet elitair maar ook niet egalitair. Het was toegankelijk én exclusief. Dat lijkt onmogelijk. Maar dat is precies waarom niet elk product designklassieker wordt.

 Nepversies

De grote vijand van elke designklassieker is de imitatie. Alhoewel het in omloop zijn van nepversies – al dan niet van inferieure Chinese makelij – ook bijdraagt aan de status van een ontwerp. Neem de Thonet Nr14, dat Weense caféstoeltje met die zwierige ronde rug en die rotan zitting is al meer dan 160 jaar een bestseller voor de Duitse fabrikant Thonet. Dat de stoel bestond uit slechts zes houten onderdelen, tien schroeven en twee moertjes maakte die makkelijk en goedkoop na te maken. Het zou heel goed kunnen dat Thonet dankzij deze alomtegenwoordigheid van het ontwerp uiteindelijk meer exemplaren van de Nr14 heeft verkocht dan het is misgelopen door de kopieën.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden