Het leven van Paul Rood: drugskoerier, gevangene, wielrenner, drugshulpverlener

De film Spaak, die morgen uitkomt, is 'losjes gebaseerd op' het leven van Paul Rood. Dit is zijn versie van het pad vol kronkelingen dat hem naar een Zweedse cel bracht en (na zijn ontsnapping) terug.

Paul Rood: 'Nederland is een soort Mexico aan de Rijn, vol wiettelers, xtc-laboratoria en feesten waar alles en nog wat wordt gebruikt.' Beeld Aurélie Geurts

Er trok steevast een golfje opwinding door het Rotterdamse Sportpaleis Ahoy als Paul Rood weer eens aanzette voor een woeste versnelling op de wielerbaan. De renner uit Amsterdam met volle snor en haar tot voorbij de schouderbladen had zich laten terugzakken om dan de kluit concurrenten met één lange inspanning voorbij te steken, stampend op een veel te zwaar verzet. Het was de enige strategie die hij had. Het was niet eens tactiek. Het was domme kracht.

Wat in die dagen - eind jaren zeventig, begin jaren tachtig - niet iedereen wist is dat de jonge twintiger ook bezig was een verleden weg te trappen. Hij was enkele jaren daarvoor betrapt op drugssmokkel naar Scandinavië, hij had in Zweden in de gevangenis gezeten, maar was ontsnapt. Op de baanfiets had hij de zin in het leven teruggevonden. Het ging later nog verder: hij keerde terug naar de cel om zijn straf alsnog uit te zitten en belandde in de drugshulpverlening - met de doctrines van de scientologykerk als leidraad.

Dit leven vol wonderlijke wendingen is verfilmd. Een lezer van zijn autobiografie Groot verzet uit 1989 attendeerde regisseur Steven de Jong (De Kameleon, De Hel van '63) op het boek. Die is zeven jaar bezig geweest met voorbereidingen en productie. Afgelopen zaterdag was de première in Omnisport in Apeldoorn, morgen gaat Spaak in roulatie, met Tim Douwsma in de hoofdrol, Aart Staartjes als wielercoach, Saskia Elise als verslaafde vriendin en Jack Wouterse als celgenoot. Een nauwgezette reconstructie is het niet. 'Losjes gebaseerd op', meldt de aftiteling.

Rood (61) kan ermee leven. Film heeft zijn eigen wetmatigheden. 'Het was bijzonder om mezelf terug te zien, maar ik ga er niet stoer over doen. Voor mij was het belangrijkst dat de boodschap overkwam: van drugs moet je afblijven.' Zie het als waarschuwing. 'Nederland is een soort Mexico aan de Rijn, vol wiettelers, xtc-laboratoria en dansfeesten waar van alles en nog wat wordt gebruikt. Bestrijden heeft geen zin meer. Alleen preventie werkt.' Hij heeft zijn twee kinderen ervan kunnen overtuigen dat drugs niet nodig zijn om euforische gevoelens te creëren. 'Ze zijn er altijd af gebleven. En dat in Amsterdam. Daar ben ik echt trots op.'

De haardos is op doorsneelengte en grijs, de snor vlassiger. Op de middelvinger van de linkerhand zit een littekentje. Toen hij uit het raam van de gevangenis in Malmö langs een nylonkoord vanaf 11 meter hoogte naar beneden suisde, de vrijheid tegemoet, liep hij een brandwond op. Hij heeft wat knipsels meegenomen naar het café. Dagblad Kennemerland in juni 1979: 'Paul Rood een nieuw talent.' Later kwam de toevoeging. De Telegraaf in 1980: 'Wielercrack was drugssmokkelaar.'

Dit is zijn versie van het pad vol kronkelingen. De eerste bocht nam hij in 1977 door het inzicht dat het toch niks voor hem was, de studie scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam. 'Ik weet zelfs de dag nog. Het was in december. Het was donker toen ik 's morgens in het lab kwam, het was donker toen ik naar huis ging en ik had alleen maar wat staan goochelen met reageerbuisjes. Ik wist: hier moet een eind aan komen.' Hij was meer een jongen van de buitenlucht, de ruimte, de bossen en de duinen bij Castricum, waar hij was opgegroeid als nakomertje in een gezin met zeven kinderen.

De gesjeesde student wilde liever kunstenaar zijn, schrijver misschien, hij schreef al korte verhalen. Maar dan moest er toch eerst geld binnenkomen. Een vaste baan paste niet in zijn denkwereld. Twee broers zaten in de muziek, die leefden er ook maar wat op los. 'Het was nogal anarchistisch. De maatschappij, daar moest je niet bij horen.'

Veerboot

De verleiding kwam uit Oslo. Daar woonde een vroegere vriendin. Zij had een relatie met een hasjdealer. Die had gevraagd of hij iets kon leveren. De prijzen in Noorwegen waren het drievoudige van die in Nederland. De smokkelaar in wording, die zelf nog nooit een trek van een joint had genomen, nam de fiets en stapte op de boot van IJmuiden naar Kristiansand. De kilo rode libanon zat in een tas op de bagagedrager. Toen hij na een weekeinde terugkeerde, zat er een pak geld in zijn binnenzak. Vijf- , tienduizend gulden, hij weet het niet precies meer. Van die grote biljetten Noorse kronen waren het.

De tweede keer ging het al mis. Hij was met de trein gegaan. Destijds reed die nog de veerboot naar Helsingborg op. Zes agenten liepen de coupé in. Hij zat er als enige passagier. Hij verliet meteen schielijk de ruimte. De tas, gevuld met 4,2 kilo hasj, lag in het bagagerek pal boven hem. Bij terugkeer zag hij meteen dat ze eraan hadden gezeten. De opening zat nu aan de andere kant. Dit keer stormden de agenten naar binnen.

'Ik heb dagen vastgezeten in de politiecel van Helsingborg. Ik dacht: dit is niet echt gebeurd. Dit ben ik niet. Door een raampje zag ik op de Sont olietankers voor anker liggen. De ene dag lagen ze met de boeg de ene kant op, de volgende dag waren ze gedraaid. Dat was mijn wereld. Ik was volkomen apathisch. Pas toen ik te horen kreeg dat ik twee jaar zou krijgen, ben ik geflipt. Dat nooit.' Hij probeerde zijn polsen door te snijden, met het plastic kapje dat op zijn horloge zat. Het bleef bij enkele krassen.

Hij moest zijn straf uitzitten in een oude gevangenis in Malmö. Er was maar één gedachte: wegwezen - hij was een jongen van de ruimte, de buitenlucht. Eerst schraapte hij met een mes 's nachts de specie tussen de bakstenen vandaan. Bewakers ontdekten het puin onder zijn bed. Vervolgens wendde hij voor dat hij aids had. Toen zijn bloed werd afgenomen in het ziekenhuis, zette hij het op een lopen. Struikelingen buiten op de trap betekenden het einde van de poging.

De derde keer lukte het wel, op klassieke wijze. Ze waren met z'n drieën: hij, een Nederlandse vrachtwagenchauffeur die amfetaminen had gesmokkeld en een Duitse bankovervaller. Ze zaagden in de cel van de trucker de tralies door. Zijn broers hadden maar liefst achttien bladen verstopt in een schaakbord dat zijn ouders hem tijdens een bezoek overhandigden. Op een mistige ochtend, na zestien uur zagen, waren ze door de opening gekropen en langs een koord naar beneden gegleden. Via een stellage van tentenframes, die gedetineerden als werkverschaffing fabriceerden, klommen ze de buitenmuur over. In het appartement van een kennis die ze in een tube tandpasta een sleutel had toegespeeld, zagen ze op tv hun gevangenis terug. Buiten huilden de politiesirenes. Rood: 'Zo euforisch als toen heb ik me nooit meer gevoeld.

Tekst gaat verder onder de foto

Wielertalent

Vijf maanden na zijn aanhouding was hij terug in Amsterdam. Hij trok in bij zijn broer, in een kraakpand op het Bickerseiland, en begon te fietsen. 'Aanleg voor sport had ik wel, maar aan wielrennen had ik nooit gedaan. Ik begon er plezier in te krijgen toen ik ontdekte dat ik al snel anderen met gemak voorbijreed.' Hij meldde zich aan bij wielervereniging Olympia en ging wedstrijden rijden. Hij werd op de Nederlandse kampioenschappen achter de derny derde, vlak na de latere wereldkampioen Matthé Pronk. Toenmalig bondscoach Frans Mahn zag dat hij talent had. Hij vroeg hem mee te gaan op trainingskamp, hij was kandidaat voor de Olympische Spelen in Moskou, hij zou later naar het WK in Brno kunnen. Probleem: Rood kon de grens niet over. Hij stond als gezochte crimineel op de lijst van Interpol. Alleen in Nederland had hij niks te vrezen. Er was geen uitleveringsverdrag met Zweden.

Een volgende draai in zijn leven diende zich aan. Er knaagde meer dan het idee dat zijn wielercarrière zich niet kon ontplooien - een profbestaan was trouwens nooit zijn doel geweest, het verlangen naar het kunstenaarschap sluimerde nog. Wroeging stak de kop op: hij was betrokken geweest bij drugssmokkel. Hij zag in zijn directe omgeving hoe lsd en cannabis schade aanrichtten. Zijn broer gaf hem Dianetics, The Modern Science of Mental Health, het zelfhulpboek van L. Ron Hubbard, de grondlegger van de scientologykerk, waarin de mens wordt voorgesteld als een onsterfelijk wezen dat zich wel eerst met trainingen moet zuiveren van smetten uit het verleden. De beweging is omstreden: ex-leden getuigen geregeld van oplichting en intimidatie. Voor Rood werd na lezing van Hubbards boek vooral duidelijk dat 'drugs levens vernietigen'. Hij zag maar één uitweg: terug naar de cel. 'Je zou het een vorm van boetedoening kunnen noemen.' In januari 1981 stond op de kade in Göteborg meer pers dan politie.

L. Ron Hubbard, de grondlegger van de scientologykerk Beeld afp

Verslavingskliniek

Na zeven maanden gevangenis in Zweden was voor hem duidelijk dat hulp aan verslaafden zijn enige doel kon zijn. In Zutphen richtte hij een vestiging van Narconon op, een kleine keten van verslavingsklinieken die worden gesteund door scientology. Junks verblijven er dagelijks uren aaneen in een sauna en slikken grote hoeveelheden vitaminen.

De methode is controversieel. In 2013 plaatste de Inspectie voor de Gezondheidszorg de kliniek in Zutphen tijdelijk onder verscherpt toezicht. De medische begeleiding was onvoldoende, de behandeling zou niet zonder risico's zijn. Het personeel bestaat vooral uit ex-cliënten. Volgens Rood gebeurt het daadwerkelijke afkicken sinds het optreden van de inspectie niet meer in de kliniek zelf.

Hij heeft nog altijd contact met de instelling en treedt af en toe naar buiten als woordvoerder van scientology. 'Je maakt je er niet populair mee. Ik ken de verhalen, het zou allemaal niet deugen. Maar scientology heeft mij op het juiste pad gezet. Ik kreeg inzicht in levensvragen.'

Hij heeft al die tijd zijn vrijheid gekoesterd, zegt hij. Als zelfstandige zwalkt hij nu van klus naar project. Tuinen opknappen, een vitaminehandel opzetten, schilderen, schrijven. Hij werkt aan scripts voor films. Hard fietsen doet hij niet meer, hij loopt vooral, bij Castricum waar hij de ruimte kan voelen. Want de herinnering is gebleven. 'Ken je de serie Breakout op National Geographic? Ik snap het wel. Ik kijk altijd.'

Scientology komt in film niet aan de orde

De betrokkenheid van Paul Rood bij scientology komt in Spaak niet aan bod. Regisseur Steven de Jong zegt dat hij pas enkele weken geleden bij toeval vernam dat hij actief was in de beweging. 'Wij hebben het er onderling nooit over gehad. Maar al had ik het geweten, voor het verhaal was het niet relevant. Ik vond vooral de ommekeer interessant: van drugscrimineel tot missionaris tegen drugsgebruik.' De aan scientology gelieerde afkickkliniek Narconon komt wel prominent in beeld, zij het dat er is gefilmd bij een ander gebouw. Op de aftiteling wordt de instelling bedankt. Narconon heeft niet bijgedragen aan de financiering. Rood heeft met vrienden wel enkele honderden euro's gedoneerd. Van de banden met de scientologykerk was de regisseur niet op de hoogte. 'Ik had het eigenlijk wel willen weten. Dan had ik zelf de afweging kunnen maken of ik de naam wel of niet had gebruikt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.