ReportageOp pad met nieuwsfotograaf Joey Bremer

Het leven van nieuwsfotograaf Joey Bremer speelt zich af in de auto. Bij een aanhouding of ongeval wil hij er als eerste bij zijn

Soms is nieuwsfotograaf Joey Bremer eerder bij een incident dan de politie of de brandweer. Hoe doet hij dat, vroegen ook politie en brandweer zich af. We gingen met Bremer op zoek naar onraad in Rotterdam en omstreken.

Persfotograaf Joey Bremer in de havens van Rotterdam, waar drugsmokkelaars de coke uit de containers halen. Beeld Ivo van der Bent
Persfotograaf Joey Bremer in de havens van Rotterdam, waar drugsmokkelaars de coke uit de containers halen.Beeld Ivo van der Bent

Joey Bremer wijst naar een onopvallend busje en noemt een reeks cijfers en letters op. ‘Als dat het nummerbord is, hebben wij actie.’ Hij trapt het gaspedaal in en ja hoor, het nummer klopt, zien we als we dichterbij komen. ‘Speciale eenheid van de politie’, weet Joey uit zijn hoofd. ‘Misschien gaan ze alleen observeren, dan zien we niets. Maar voor hetzelfde geld zijn ze onderweg naar een inval.’ We zetten de achtervolging in. Twee stoplichten halen we nét. Een vrachtwagen die ertussen kruipt omzeilen we. Maar op de Rotterdamse ring trekt het busje op tot ver boven de maximumsnelheid. Zo hard rijdt Joey niet. Ja, voor een grote terreuraanslag misschien, een enkele keer. Maar normaal gesproken moet het een beetje verantwoord blijven. We turen tot de achterlichten van het busje niet meer zijn te onderscheiden van die op andere auto’s. ‘Heb ik je het verhaal van het tapijtlijk al verteld?’, vraagt Joey.

Het leven van Joey Bremer (25) speelt zich af in de auto. In de achterbak, in kisten met hangsloten, liggen zijn camera’s. Aan zijn riem hangt een kastje dat piept bij elke melding: ‘zoekactie in het water’, ‘verkeersongeval met letsel’, ‘forensische opsporing opgeroepen’. Met één vliegensvlugge duim zoekt hij al rijdend op zijn telefoon meer informatie bij die meldingen. Of hij hangt aan de lijn met een van zijn tipgevers. Eentje is verkeersregelaar, een taxichauffeur is erbij, een vuilnisman, een beveiliger. ‘Ben je op straat?’, vraagt Joey. ‘Nog wat gezien?’ Want een ‘tippie’, legt hij uit, dat maakt voor een nieuwsfotograaf alles een stuk makkelijker.

Een avond eerder is hij zo terechtgekomen bij de aanhouding van een paar types ‘die echt snel van straat moesten’. ‘Moet je denken aan nationale veiligheid.’ Tot in de jaren negentig konden fotografen meeluisteren met scanners van hulpdiensten. En Joey heeft nog wel meegemaakt dat je een politiebureau kon binnenlopen voor ‘een bakkie en een praatje’. Maar zo is het niet meer. Krijgt hij geen tip, dan moet hij zo goed mogelijk de meldingen interpreteren of geluk hebben. Zoals pas nog, met een dodelijke schietpartij pal bij hem om de hoek in Vlaardingen. De politie schoot zelf ook nog een man neer, die onschuldig bleek. Vindt Joey allemaal vreselijk voor die mensen, geen misverstand. Maar nieuws is nieuws. Joey brengt nieuws. ‘En ik wil hebben wat een ander niet kan krijgen.’

Hij had het nog niet verteld, dat verhaal van het tapijtlijk. En Joey vertelt graag. ‘Twee jaar voordat dit speelt, had ik een melding gekregen over een stel dat de gaskraan had opengezet, waarna de man zijn huisraad en zichzelf met benzine had overgoten. Het waren verwarde mensen, ze werden opgenomen. Maar nu is het twee jaar later. En iemand komt langs een vuilcontainer, waar hij een Perzisch tapijtje ziet liggen. Je ouders hadden er misschien zo een, je kent het wel. En die man denkt: mooi tapijtje, pak ik mee. Dus hij slepen. Maar hij vindt het wel erg zwaar voor een tapijtje dus hij rolt het uit. Zit er een romp van een vrouw in. De armen en benen liggen in de container. Blijkt dat die vrouw te zijn van dat stelletje twee jaar eerder. Haar vriend had eerst haar in stukken gesneden en was daarna zelf verderop voor de trein gesprongen. En weet je wat ik nog zo voor me zie? Dat meneertje - beetje type ouderwetse gastarbeider, met zo’n mutsje op - dat dacht dat hij iets leuks voor thuis had gevonden.’

De politie onderzoekt het lichaam van een vrouw dat in een tapijt is gevonden. Beeld Joey Bremer
De politie onderzoekt het lichaam van een vrouw dat in een tapijt is gevonden.Beeld Joey Bremer

Joey heeft, jong als hij is, meer gezien dan de meeste mensen in hun hele leven. En hij doet dit al lang. ‘Ik ben op m’n scootertje begonnen toen ik 16 was. Ik had op vier scholen gezeten. Ik kon het wel, school, maar het was mijn ding niet. Ik verveelde me, wilde bezig zijn. Eigenlijk wilde ik vrachtwagenchauffeur worden, maar dat ging zo jong natuurlijk niet.’

Wat begon als liefhebberij, werd werk toen hij op straat een keer werd aangesproken door mensen van een lokale site. ‘De eerste foto die ik verkocht, was van een omgevallen heimachine. Het was mij gelukt om die te fotograferen vanaf een dak van een flatgebouw.’

Hij praat terwijl we, ogenschijnlijk willekeurig, Rotterdam en de omliggende gemeenten doorkruisen. 100 duizend kilometer per jaar rijdt hij, en allemaal in Rotterdam en omstreken. ‘Dit werk is veel wachten’, zegt Joey. Vanavond zijn we bij een supermarkt waar twee gewapende mannen er met onbekende buit vandoor zijn. We zien de politie rondscharrelen tussen de leeggetrokken geldladen. Bij een van de kassa’s ligt een pak diepgevroren pangasiusfilets nog op de band te ontdooien tussen wat andere boodschappen. 28,10 euro is aangeslagen.

Buiten staan al een paar concurrenten. Er worden grappen gemaakt maar de sfeer kan beter. Ze werken voor een bureau waar Joey vroeger ook bij zat, maar waar hij uit onvrede is vertrokken. Joey ergert zich eraan dat in zijn vak steeds meer amateurs actief zijn die - soms gewoon met hun mobieltje - zo ver onder de prijs werken dat er straks geen boterham meer is te verdienen met nieuwsfotografie. En video trouwens, want dat doet Joey er ook bij.

‘Er zijn er met een uitkering’, weet hij. ‘Die vangen het zwart in de zak en ik moet netjes afdragen. De kwaliteit komt het allemaal niet ten goede. Als er een liquidatie is in Rotterdam en ik heb niet binnen een kwartier, twintig minuten een foto bij de klanten, dan vinden sommigen me al traag. Mensen vinden mij een beetje een zeikerd. Een foto moet honderd procent kloppen. En perfectionistisch zijn is in de nieuwsfotografie niet altijd mogelijk. Ik registreer, ik regisseer niets. En ik moet soms in onmogelijke omstandigheden opereren. Vaak in de regen, in het donker.’

Toch werkt Joey met sommige amateurs samen. Die publiceren dan onder zijn naam en hij ‘pakt een paar procent’. Een van hen, een student fotografie, treffen we bij een auto-ongeluk waar we op zijn afgegaan. Het blijkt minder heftig dan het leek. Ruzie achter het stuur gekregen en van de weg geraakt. De opgetrommelde trauma-helikopter vliegt zonder te landen weer weg. In de gloed van de zwaailichten gaat Joey in zijn auto zitten om op de laptop wat foto’s van een andere klus te versturen. ‘Nieuws moet hout snijden, zeg ik altijd.’

Aan de andere kant: je weet het nooit. ‘In 2013 ging ik ook naar een aanrijdinkje. Autootje op z’n kop. Dus ik maak een fotootje en wil weggaan. Tot iemand zei: ‘Je hebt het niet van mij, maar als die ambulance opengaat, moet je even kijken wie dat is.’ Die deuren gaan open en ik denk: ik ken die vent, joh. Van die dikke vloermatten boven zijn ogen. Bleek het Ruud Lubbers te wezen. De persen van De Telegraaf werden die nacht stopgezet in Amsterdam.’

Joey werkt voor grote media zoals De Telegraaf en de NOS, maar ook voor plaatselijke sites met namen als Vlaardingen24, Westlanders.nu en Spieke, over Spijkenisse. En voor vakbladen, voor transportbedrijven bijvoorbeeld. Het is aan hem om onderwerpen aan te dragen en verkocht te krijgen, zelden werkt hij in opdracht.

En soms, sóms werkt hij zo voor titels uit de hele wereld. Zoals met het metrostel op de walvisstaarten. Dat is voor Joey wel het hoogtepunt van de laatste maanden geweest, ook financieel. Een metro ramde bij het eindpunt in Spijkenisse door een stootblok op een viaduct en eindigde op het kunstwerk van Maarten Struijs. ‘Er is zelfs een bedrijfje dat snijplanken en mokken gaat maken met mijn foto.’

De melding was: ‘Spijkenisse, Prio 2, ongeval met spoorvervoer’. ‘Je ligt net lekker in je bed: ga ik erheen of niet?’, schetst Joey. ‘Iets in mij zei: het is wat. Ik zag op de kaart dat het een eindpunt is. De metro heeft daar geen snelheid. Dat is gek. Even later kwam er ook nog een melding brand. Met gezonde tegenzin toch maar die kant op. Als je dan midden in een woonwijk je auto neerzet en je ziet daar op 10 meter hoog die metro hangen... Ik stond er met één andere fotograaf. Ik dacht wel: even een stapje extra doen. Voldoende verschillende beelden maken. Ik heb mijn vriendin om half 3 wakker gebeld en gezegd: jij gaat achter de knoppen zitten, dit zou wel eens internationaal kunnen gaan. Dat overtrof mijn verwachtingen.’ De bestuurder, de enige inzittende, bleef ongedeerd. Dat hielp in dit geval. ‘Tientallen aanvragen uit Rusland, Polen, Duitsland, van de LA Times, The New York Times, de Daily Mirror, verzin het maar. Nee, ik gooi dan niet de prijs voor de foto omhoog, dat kun je niet maken. Maar ik verkoop hem dus wel vaak.’

Het metro-ongeval bij Spijkenisse. Beeld Joey Bremer
Het metro-ongeval bij Spijkenisse.Beeld Joey Bremer

‘Het meeste geld verdien ik in de nacht. Tot een jaar geleden kwam ik elke middag om 5 uur mijn bed uit om een prakkie te eten en de volgende ochtend ging ik er weer in. Het kwam voor dat ik twee, drie dagen van huis weg was zonder te slapen. Van klus naar klus. Gewoon in mijn eigen regio, soms op tien minuten van mijn huis. Maar dan was ik wel compleet naar de gallemiezen. Het breekt je op. En ik heb nu een vriendin en die heeft een kindje. Dat vraagt ook meer regelmaat.’

Thuis blijft het kastje met de meldingen ’s nachts wel aan. Meerdere kastjes. Hij laat het geluid voor ‘grote’ meldingen horen, zoals een schietpartij. Een soort rookalarm. ‘Je kan instellen dat bij bepaalde meldingen de slaapkamer ook wordt verlicht.’

Het is middag en we staan in de haven. Kranen hijsen containers, vrachtauto’s rijden af en aan. Dit is een van Joey’s lievelingsplekken. ‘Ik leg de focus op zware criminaliteit. Liquidaties, woningbeschietingen, dingen in het milieu. Hier in de haven ben ik náchten te vinden, op jacht naar drugsuithalers.’

Dat zit zo. Coke komt de haven binnen in een container die nog moet worden gecontroleerd. Vervolgens is het aan ‘uithalers’ om ze over te brengen naar een container die al is geïnspecteerd. Dat doen ze ’s nachts, rennend met tassen vol coke over het kilometers lange terrein van de terminal. ‘Soms bivakkeert een uithaler hier wel een week’, weet Joey. ‘Dan wordt hij gedropt met een powerbank en proviand. Ik heb eindeloos staan posten en het is me twee keer gelukt om ze op de foto te zetten toen ze werden aangehouden.’

‘Soms pakt de politie er tientallen in één nacht, maar als ze die jongens pakken zonder drugs, kunnen ze alleen een boete uitdelen voor het betreden van verboden terrein. Dan zijn ze soms diezelfde nacht alweer terug. Het zijn vaak kwetsbare jongens uit Rotterdam-Zuid, die zich lekker laten maken door gasten met een mooie auto.’

Terwijl we staan te praten cirkelt twee keer een patrouillewagen van de douane om ons heen. Dan nadert een politiebus. De agent hangt uit zijn raampje: ‘Maar dat is toch geen verdacht voertuig? Dat is Joey Bremer!’ Er blijkt even ongerustheid over ons te zijn geweest. Maar iedereen bij de politie kent Joey, vertelt de agent.

Die bevestigt het kat- en muisspel met de uithalers. Extra probleem, legt hij uit: containerbedrijven zitten niet te wachten op politie-acties, want dan ligt het werk stil en dat kost geld. Districtchef Jan Janse van de zeehavenpolitie heeft er vorige maand over verteld bij Nieuwsuur en een boekje opengedaan over foute havenarbeiders en douaniers die meewerken aan de drugstransporten. Niet eens altijd puur voor het geld, soms onder druk van keiharde criminelen. Afgelopen jaar is 40 duizend kilo coke onderschept in de Rotterdamse haven. Zonder enig effect op de straatwaarde, wat iets zegt over de hoeveelheid die er wél doorheen komt.

Uithalers worden aangehouden in het havengebied van Rotterdam. Beeld  Joey Bremer
Uithalers worden aangehouden in het havengebied van Rotterdam.Beeld Joey Bremer

We stappen in Joey’s auto. Een veelverkocht model. Hiervoor had hij een BMW, maar die trok te veel de aandacht, van omstanders bij incidenten én van agenten, die hem niet altijd met open armen ontvangen.

Joey heeft met politie en justitie een aantal heel slechte ervaringen. In 2015 werd zijn telefoon twee weken afgetapt omdat ze dachten dat hij branden stichtte in Vlaardingen. ‘De brandweer moet na een melding uit zijn bed komen. Ik was met mijn scooter op straat en soms eerder ter plaatse en ik had foto’s. Zo ontstond een beeld: hé, die dikke fotograaf is er wel heel snel elke keer. Door die tap was dat uit de wereld. Maar ze hadden me achteraf moeten melden dat ze een bijzonder opsporingsmiddel hadden ingezet en dat hadden ze niet gedaan.’

‘In 2016 was er weer een reeks branden. Toen hebben ze een peilbaken op mijn auto geplaatst. Die keer dachten ze niet dat ik zelf de dader was, maar volgens mij dat ik contact met hem had. En eind 2017 hebben ze ook nog mijn belgegevens opgevraagd bij de provider. Dat was omdat ze dachten dat agenten mij informatie gaven en zo hun ambtsgeheim schonden. Allemaal nooit gebeurd. En weer moest ik er zelf achter komen. Tot aan de voorzitter van het college van procureurs generaal ben ik gegaan.’

Politie en justitie moesten door het stof.


Op straat respecteren sommige agenten zijn vak, zoals die ene bij de haven net. Anderen zitten hem wel eens in de weg. ‘Ik fotografeer wat ik wil op de openbare weg. Natuurlijk heb ik een ethiek en maak ik een afweging. Maar ik vind wel dat ik die moet bepalen. En de media waaraan ik lever. Niet de politie.’

Zijn werkwijze komt Joey weleens op kritiek te staan. Bijvoorbeeld toen een poging tot een overval was gedaan bij stylist en presentator Fred van Leer thuis. Van Leers agent Conny Schalke schrikt als ze van iemand een foto krijgt doorgestuurd die Joey op zijn eigen site heeft geplaatst: een agent staat in de open voordeur van Van Leer, het huisnummer is duidelijk in beeld. ‘Ik vond het heftig’, zegt Schalke. ‘Ik ging er blind van uit dat fotografen zoiets altijd blurren.’ Ze mailt hem: ‘Kunnen jullie dat direct verwijderen?’ Joey maakt het huisnummer onleesbaar. ‘Het adres was op internet ook wel te vinden’, zegt hij er nu over. ‘En Fred van Leer is een markant figuur die met zijn huis ook weleens in de media is geweest.’

Slachtoffers brengt Joey niet in beeld. ‘Of het moet een bekende politicus zijn of zoiets.’ Maar vooral omstanders hebben dat niet altijd door. ‘Het geweld tegen fotografen en cameramensen neemt toe. Ik kan er over het algemeen goed mee omgaan. Ik heb begrip voor emoties. Mensen mogen zeggen wat ze ervan vinden. Ik wil in gesprek om het uit te leggen. Maar bij geweld en bedreiging doe ik aangifte. Vroeger liet ik dat gaan, maar ik heb bij collega’s gezien dat dan op een gegeven moment je emmertje vol is.’

‘Door de jaren heen heb ik denk ik tien, vijftien keer een klap of een duw gekregen. Ik ben natuurlijk een grote vent. Je geeft mij één tik en dan waarschuw ik. Ik wil geen geweld terug gebruiken en vind dat ik een voorbeeldfunctie heb. Maar als je te ver gaat, krijg je er zelf een tussen je ogen terug.’

null Beeld Kustaw Bessems
Beeld Kustaw Bessems

‘Weet je wat het is? Stel, er is een schietpartij en er wordt iemand gereanimeerd. Daar staan vijftig man met een iPhone te filmen. Niemand zegt wat tegen elkaar, vinden ze allemaal goed. Ik kom aan, ik heb nog geen foto gemaakt en ik word belaagd.’

Heel soms denkt hij aan een ander bestaan. ‘Ik word me er nu wel van bewust dat je in deze maatschappij een diploma moet hebben. Wat moet ik als ik hiermee wil stoppen? Om me heen houden veel jongens ermee op. Het wordt steeds moeilijker om wat te verdienen. En nu ook nog corona, waardoor het veel rustiger is. Maar ik heb het mooiste werk van de wereld. Omdat ik nu niet weet waar ik over tien minuten ben, snap je? En het zijn ook echt niet altijd trieste dingen waar ik bij ben, hoor.’

We rijden verder.

‘Heb ik je dat verhaal verteld van dat dronken stelletje en die slang die ontsnapt was?’

Shot in the dark

Joey Bremer kijkt bijna geen tv, maar een serie die hij wel kan waarderen is Shot in the Dark, op Netflix, over drie ambulance-achtervolgers in Los Angeles. We volgen cameramensen van drie bedrijven die over de snelwegen van de uitgespreide Amerikaanse stad racen. Anders dan in Nederland kunnen ze meeluisteren met de communicatie van de hulpdiensten. En ze hebben minder scrupules dan hun Nederlandse collega’s. Slachtoffers worden niet herkenbaar getoond, maar komen wel in beeld. En daders kunnen zichzelf in volle glorie terugzien op plaatselijke nieuwszenders.

Bronbescherming

Sinds 2018 is de bronbescherming van journalisten beter geregeld dan daarvoor. Belgegevens opvragen, zoals met die van Joey Bremer in 2017 gebeurde, mag niet meer op gezag van een officier van justitie. Daar moet een onderzoeksrechter aan te pas komen. Datzelfde geldt voor het doorzoeken van werkplekken van journalisten of het in beslag nemen van spullen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden