Beschouwing

Het leven van een keizer in ballingschap

Wat doet een van de troon gestoten keizer 23 jaar lang in zijn bosrijke ballingsoord? De fascinerende dagboeken van zijn persoon lijke assistent, nu opnieuw uitgegeven, vertellen het. Notities uit een klein schimmenrijk.

Beeld Hilde Harsha000

Maandag 11 november 1918, de dag van de Wapenstilstand, was ook de eerste dag van de ballingschap in Nederland van de Duitse keizer. Kort tevoren was Wilhelm II door de revolutie in zijn land gedwongen afstand te doen van de troon.

'Een dag vol smaad en schande', schreef Wilhelms vleugeladjudant Sigurd von Ilsemann in zijn dagboek. De keizer en zijn kleine gevolg waren 'op onbeschaamde wijze' bejegend door de Nederlandse militairen die hun de wapens afnamen. De vijf uur durende treinreis van Eijsden - waar de keizer een dag op toelating tot Nederland had moeten wachten - naar Maarn was begeleid door anti-Duitse betogingen. 'Overal tot Arnhem gejoel, gefluit, opgeheven vuisten en het gebaar van de keel afsnijden. Het was ronduit weerzinwekkend.'

Beeld Hilde Harsha000

In Maarn werd het Duitse gezelschap opgewacht door een vijandige menigte, waartoe ook de vrouw van de Engelse gezant behoorde. 'Goed dat het regende', schreef Von Ilsemann, 'anders waren er nog veel meer gekomen.' Kasteel Amerongen, residentie van Godard graaf Van Aldenburg Bentinck en diens gezin, was die dag de eindbestemming van de keizer. Hij arriveerde er in de namiddag. Bij de huisdeur werd hij opgewacht door Elisabeth Bentinck, de dochter van de hoofdbewoner. 'Geachte gravin', zei de keizer. 'Verontschuldig mij dat ik u lastig val, maar het is niet mijn schuld.' De gast verbleef ruim anderhalf jaar in Amerongen. In 1920 verhuisde hij naar Huis Doorn, waar hij op 4 juni 1941, 82 jaar oud, zou sterven.

Sigurd von Ilsemann (1884-1952) bleef bij de keizer tot diens dood. Dat gaf zijn ouderwetse plichtsbesef hem in. En met datzelfde plichtsbesef noteerde hij wat zoal aan het hof in Amerongen, later Doorn, voorviel. Dat was niet zo veel: de bewegingsvrijheid van de keizer in Nederland was begrensd. Slechts bij hoge uitzondering maakte hij, per auto, een uitstapje buiten zijn ballingsoord. Hij was gereduceerd tot has-been in de wereldgeschiedenis - al drong dat pas aan het eind van zijn lange leven tot hem door.

Beeld Louwman Museum

Hoop

De keizer zelf meende dat hij er nog toe deed. Hij schreef memoranda om zijn historische rol toe te lichten en te verfraaien. En hij wachtte ongeduldig op het moment waarop de regeerders in zijn moederland - 'mensen van de middelmaat' - er zo'n geweldige puinhoop van hadden gemaakt, dat ze hem met de pet in de hand zouden verzoeken weer de leiding te nemen. In alle ernst besprak de keizer met zijn raadgevers of hij per auto of per trein zou terugkeren en wie hij in zijn regering zou moeten opnemen.

Von Ilsemann was zich vanaf het begin volkomen van het illusoire karakter van deze bespiegelingen bewust. En hij gaf daarvan ook, op tactvolle wijze, blijk tegenover de keizer. Niettemin tekende hij plichtsgetrouw de discussies in het kleine schimmenrijk van de keizer op. Eind jaren zestig werden zijn aantekeningen al eens gebundeld en vertaald - onder de titel Der Kaiser in Nederland. Vandaag wordt in kasteel Amerongen, 97 jaar nadat de keizer hier zijn intrek nam, de wetenschappelijke editie van de geschriften van Von Ilsemann gepresenteerd.

Alleen de eerste maanden van Wilhelms ballingschap verliepen enigszins tumultueus. De wereldpers had zich in Amerongen verzameld. Een speurneus van De Telegraaf had zich in Maarn in een hutkoffer verstopt, in de hoop die in des keizers slaapkamer te kunnen verlaten. Een fotograaf van het geïllustreerde weekblad Het Leven slaagde erin vanaf een wagen met hoog opgetast hooi de keizer in de tuin te fotograferen. Er circuleerden geruchten over beraamde moordaanslagen op de gewezen vorst, die vanwege zijn rol in de Grote Oorlog met zijn miljoenen slachtoffers door velen als oorlogsmisdadiger werd gezien.

Beeld x

Kwelling

De voornaamste bron van zorg voor de keizer en zijn gevolg was daarom de eis tot uitlevering die de geallieerde mogendheden bij de Nederlandse regering hadden gedeponeerd. De Duitse gasten van graaf Bentinck beraamden plannen voor een ontsnapping - waarvoor de keizer van een pet en een knijpbril zou moeten worden voorzien. Pas nadat de Nederlandse regering de eis tot uitlevering naast zich had neergelegd en de geallieerde mogendheden hierin leken te hebben berust, kon de keizer kasteel Amerongen verruilen voor Huis Doorn (dat hij in 1920 kocht voor 500 duizend gulden en vervolgens voor de lieve som van 850 duizend gulden liet verbouwen).

Het leven van de keizer - en dus ook dat van Von Ilsemann - verliep in de bijna 23 jaar van hun gedwongen samenzijn volgens een vast stramien. Daaraan kon niemand zich onttrekken. Zelfs graaf Bentinck niet, toen die nog gastheer was. Met name de lange gesprekken na elke maaltijd waren een beproeving. 'Daarbij staat men veel bij de haard', schreef Von Ilsemann. 'De Bentincks viel dat in de eerste dagen niet gemakkelijk. Wij, mensen van het hof, zijn daaraan gewend.' De conversaties na het diner duurden doorgaans 'tot 11 uur of nog langer'. 'Dat is voor de heer des huizes geen kleinigheid, vooral omdat hij, wanneer de keizer zich te ruste heeft begeven, nog veel werk te doen heeft aan zijn bureau.'

'Deze avonden zijn een kwelling', noteerde Von Ilsemann op 27 september 1919. 'Uren en uren op je stoel zitten en meestal dezelfde verhalen van de keizer te moeten aanhoren, wordt op den duur ondraaglijk.'

Beeld Theo Scholten

Voor de keizer was deze rolverdeling vanzelfsprekend. 'Natuurlijk, als ik 's avonds in de rooksalon over cultuurmorfologie praat, weten de meesten daarvan niets. Het is daarom logisch dat ik veel praat.' Soms zorgen gasten voor afleiding. 'De dikke heer Von Kummer, met wie de keizer voortdurend gekheid maakte, kreeg bij het afscheid enige stoten in de ribben met de keizerlijke stok, waarop hij tot groot plezier van de keizer piepte als een biggetje.'

Van een grote wereldvreemdheid getuigden de discussies, meestal ingeluid door hofdame Mathilde Keller, over de vraag of in Doorn de hofetiquette weer zou moeten worden ingevoerd. 'Daartoe behoort ook', schreef Elisabeth Bentinck, 'dat Gontard als hofmaarschalk met de staf achteruitlopend voor de majesteiten uit dient te gaan zoals indertijd in Berlijn, wanneer zij aan tafel of in de salon gingen.' Ook meende Keller dat de dames bij feestelijkheden in 'grand décolletage' dienden te verschijnen. Tegenwerpingen kwalificeerde zij als 'socialistisch'. 26 januari 1920: 'De vraag of wij de keizer morgen vóór of na het ontbijt met zijn verjaardag zullen feliciteren, houdt gravin Keller ten zeerste bezig. Tijdens het ontbijt sprak zij daar dertig minuten over en ze begon bij het middageten opnieuw.'

Beeld Hilde Harsha000

Monarchie

Houthakken was de voornaamste bron van vertier voor Wilhelm - niet voor Von Ilsemann en al helemaal niet voor graaf Bentinck, die in korte tijd honderden bomen verloor. Vanaf 1920 nam de keizer zijn eigen tuin onder handen. 'De heren zijn vertwijfeld omdat de keizer in Doorn zo veel bomen velt. Het zijn er nu al 470', noteerde Elisabeth Bentink op 30 april dat jaar. Twee jaar later schreef Von Ilsemann: 'Toen de keizer gisteren een aantal bomen wilde kappen, raadde Tschirschky hem dat af omdat het park toch wel erg kaal wordt. De keizer werd daar boos over en zei opnieuw: 'Dat anderen er altijd tegenin moeten gaan als ik iets doen wil! Zo is het mijn hele leven vergaan. (...) Maar die tijden zijn voorbij, nu laat ik me niet meer overhalen.'


Herstel van de Duitse monarchie was al die jaren het hoofdthema voor de ex-keizer. Hij putte hoop uit de vestiging van het fascistisch regime in Italië. En hij stond aanvankelijk niet afwijzend tegenover het nationaal-socialisme. Zijn (tweede) echtgenote, Hermine, drong zich in de vroege jaren dertig aan Hitler op, en nodigde hem meermaals uit voor een bezoek aan de keizer. Hitler ging niet in op deze avances. Wel verscheen diens rechterhand Hermann Göring tweemaal in Doorn, in 1931 en 1932. 'Het was niet prettig te zien hoe de oude, eerbiedwaardige keizer zich beter voordeed tegenover zo'n nieuweling', schreef Von Ilsemann afkeurend. 'Gistermiddag verscheen Göring in een pofbroek aan tafel, iets wat geen enkele heer in Doorn ooit zou durven doen. Maar hij heeft al snel gemerkt dat hij zich alles kan veroorloven.' Hermine zag Göring als onontbeerlijk bondgenoot. Na zijn eerste bezoek vroeg zij de keizer 'hoe hij dacht van Göring gebruik te maken' na herstel van de monarchie. 'Hij kan luchtvaart krijgen', luidde het antwoord.

Beeld Hilde Harsha000

Keukenordannans

De houding van de keizer tegenover de nationaal-socialisten sloeg echter om toen Hitler niet van zins bleek de hem toegedachte rol - als wegbereider van de keizer - op zich te nemen. Wilhelm noemde Hitler voortaan 'keukenordannans' en wond zich steeds meer op over de ontsporing van het Derde Rijk. 'Thuis zijn het allemaal proleten geworden', zei hij in juni 1933. Na de pogroms van 1938 (de Kristallnacht) zei de keizer: 'Het is een schande wat daar thuis gebeurt. Het wordt nu hoog tijd dat het leger ingrijpt. Het heeft zich veel te veel laten welgevallen, maar hier mag het onder geen beding aan meedoen.'

Voor de prestaties van datzelfde leger na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog had hij echter veel waardering, ook nadat het zijn gastland onder de voet had gelopen. Per telegram wenste hij Hitler geluk met de wapenfeiten in West-Europa. Nog op zijn sterfbed prees hij met zwakke stem 'die geweldige troepen van ons'.

Na het overlijden van de keizer, op 4 juni 1941, werd het beheer van Huis Doorn aan Von Ilsemann toevertrouwd. 'Ik zal daar dus weer dagelijks naartoe gaan, zoals nu al 21 jaar', schreef hij zijn oudste zoon. 'Nu is het eenzaam en leeg geworden, en wanneer ik als laatste terugkeer, zal het daarginds helemaal stil zijn.' Op 6 juni 1952 pleegde Von Ilsemann zelfmoord in het poortgebouw.

Sigurd von Ilsemann, Wilhelm II in Nederland, 1918-1941. Dagboekfragmenten bezorgd door Jacco Pekelder en Wendy Landewé. Aspekt; 549 pagina's; 32,95 euro.

Nepkeizer

Het boekenweekgeschenk van 1968, Kom eens om een keizer van Max Dendermonde, is naar alle waarschijnlijkheid geënt op de dagboeken van Sigurd von Ilsemann. In deze roman figureert een Duitse acteur die voor Wilhelm II doorgaat. Hij wordt door Britse geheim agenten uit Doorn ontvoerd. Als die in de gaten krijgen dat zij een nepkeizer hebben geschaakt, schuiven ze hem door naar Frankrijk. Erg veel waardering bij de recensenten oogstte Dendermonde overigens niet met zijn kluchtige variatie op Von Ilsemanns relaas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden