Het leven van de melancholieke clown in vier verhalen

Herman Van Hove werd chauffeur, manager en vriend van de 'melancholieke clown' Toon Hermans. In een theatershow deelt hij bijzondere herinneringen.

Toon Hermans voor het Union Station van de Canadian National Railway in Toronto, in 1968. Beeld Hollandse Hoogte

Honderd jaar na de geboorte van Toon Hermans (1916-2000) haalt zijn laatste manager en goede vriend Herman Van Hove in het programma In de schaduw van Toon herinneringen op aan de melancholieke clown, zoals Van Hove hem in diens laatste acht levensjaren heeft meegemaakt. Hij wordt bijgestaan door de klassiek geschoolde zangeres Lissa Meyvis, die Hermans een verrassend frisse stem geeft. De voorstelling werd eerst vier keer in een zoldertheatertje in het Vlaamse Kapellen gespeeld, maar is nu te zien in Koninklijk Theater Carré in Amsterdam, waar Toon Hermans 550 keer stond met zijn One Man Show stond. Herman Van Hove reageert met vier verhalen op evenzoveel bijzondere liedteksten van Toon Hermans.

Lente me

Lente me, zomer me

September me en winter me

Want ik heb je onophoudelijk lief

Morgen me, middag me

Avond me en nacht me

Met andere woorden, blijf bij me alsjeblief

Antoine Gerard Theodore Hermans

Cabaretier Toon Hermans behoorde tot de allergrootsten in zijn vak. Met Wim Kan en Wim Sonneveld werd hij aangeduid als de Grote Drie. Hij haalde het concept van de onemanshow naar Nederland: een artiest die, hooguit ondersteund door enkele muzikanten, een avondvullend programma maakt. Zijn grappen haalde hij niet uit de politieke of maatschappelijke actualiteit, maar uit het kleine, intermenselijke en alledaagse. Vakbroeders en navolgers roemen zijn knappe timing en zijn vermogen te spelen met de lach in de zaal.

Herman Van Hove: 'Als uitgever van droeve blaadjes over niet bepaald sexy thema's als fiscaliteit en sociale wetgeving, en vakbladen voor dokters en apothekers, had ik voor mijn zakenrelaties vijfhonderd kaarten gekocht voor het Antwerpse Sportpaleis, waar de 75ste verjaardag van Toon Hermans werd gevierd. Een etentje in een duur restaurant is iedereen snel vergeten, een optreden van Toon niet. Het was 1991, een jaar na het overlijden van zijn vrouw Rietje. Ik hoorde van de organisatie dat ze iemand zochten met een fatsoenlijke grote auto om Toon van zijn hotel naar het Sportpaleis te brengen. Ik stak mijn vinger op, en zo ben ik als zijn chauffeur begonnen.

'Een paar weken later belde zijn zoon Maurice, die begrepen had dat ik uitgever was. Toon wilde zijn schilderijen niet exposeren en ook niet verkopen, maar wilde er wel een mooi boek van maken. Ik ben geen kunstuitgever en vreesde door de mand te vallen, maar ik kon zo in elk geval een keer bij mijn grote held Toon Hermans thuis komen. Het eerste uur praatte hij alleen maar met Maurice over voetbal en andere sportevenementen van de afgelopen maand. Ik stond er volkomen voor spek en bonen bij. Toen Maurice zei dat ik voor de schilderijen kwam, weerde Toon het af, want de schilderijen waren niet ingelijst en stonden allemaal op de grond. Toen hij ze na enig aandringen toch liet zien, bleken ze perfect ingelijst en uitgelicht in een kamer te hangen.

'Toen ging het gesprek weer verder over sport. Daarna zei Toon tegen mij: 'Ik heb een liedje geschreven vanmorgen. Wil je het horen?' Hij zong Lente me voor me. 'Vind je het mooi?' Ja, ik vond het heel mooi. 'Dan ga ik nou pissen', was zijn antwoord. Toen hij terugkwam, zei hij dat ik het schilderijenboek mocht maken. Zo werd ik zijn vriend en toen hij me steeds vaker vroeg om contacten met de theaters en zijn muzikanten te onderhouden, werd ik zijn manager.'

Herman van Hove: chauffeur, manager en vriend van Toon Hermans. Beeld Daniel Cohen

Vader gaat op stap

Morgen sollst du mir schreiben

Zegt ze dicht bij vaders wang

Ewig will ich bei dir bleiben

Maar dat vond vader wel wat lang

'In dit liedje zitten de twee kanten van Toon: er is de wilde Toon in zijn jonge jaren, toen hij tot diep in de nacht in het Antwerpse café Den Engel bleef hangen en op de tast van de muren van de huizen terug naar zijn hotel kon waggelen om het laatste stukje over het zebrapad te kruipen. In die tijd liep hij altijd van links naar rechts over het podium, even tot achter het gordijn. Aan beide kanten stond een glas whisky.

'Maar in dat lied zit ook de mensenschuwe Toon, die ik vooral heb meegemaakt. We hadden in 1996 een lunchafspraak in Des Indes met Tony Bennett, die in Den Haag optrad. Het bleef bij een kort gesprek, want Bennett had keelpijn. Daarop zei Toon dat hij een broodje haring op het plein voor het hotel wilde eten. De haringman herkende hem en een andere man riep joviaal: 'Dat is Toon! Hij is het!' Hermans stapte meteen naar de auto en zei dat we thuis een boterham gingen eten. Hij kon het gewoon niet. Als iemand op straat in Antwerpen vriendelijk in het voorbijgaan tegen hem zei dat hij hem zo waardeerde, vond hij dat prachtig, maar als mensen te dichtbij kwamen, trok hij zich terug. We reden ook altijd in twee exact dezelfde auto's naar het theater. De een zonder Toon stopte bij de vooringang, waar de fans op afstormden, terwijl Toon uit de andere auto stapte bij de artiesteningang.'

Lieverd

Ik was een schuchtere naïeverd

Van de liefde wist ik niets

En opeens riep zij: 'Dag lieverd'

En sprong achterop m'n fiets

En we reden langs de zee

En d'r haren waren blond

En ik vond het onbegrijpelijk mooi

Dat iemand mij een lieverd vond

'In de kantine van mijn uitgeverij organiseerde ik geregeld concerten. Daar speelde Toots Thielemans ook wel eens. Toon was een groot bewonderaar van Thielemans. Toen hij hoorde hoe Thielemans Mediterranée op zijn mondharmonica speelde zei hij: 'Voor het eerst in mijn leven zag ik een mens muziek worden. In 1997, na de gelukte operatie waarbij een hersentumor was weggehaald, was Toon lange tijd zwartgallig. Hij wilde zijn verjaardag niet vieren. Ik vroeg Toots of hij een demootje van het liedje Lieverd wilde maken. Het werd een Toon & Toots-suite van tien minuten, met flarden van Toots-hit Bluesette. Toon kreeg zijn goede humeur terug en dacht op zijn 81ste weer na over een nieuwe show in Carré. Die kwam er niet van, maar hij heeft daarna wel een cd gemaakt, met een bijdrage van Toots.'

Toon Hermans in de aanloop naar een optreden in het Amsterdamse Carré in 1970. Beeld anp

In 't graas van de wei

En wurt 't dan kauwd

es 't sjniet aan m'n roet

Kump 't leste couplet

en mie leidje is oet

Dan lik op 't veldj

die sjneewitte sjprei

Dao lik ich mich neier

in 't graas van de wei

'Toen in 1996 zijn laatste show in première ging, zei Toon dat hij dat hij niet meer gek wilde doen in het theater, alleen nog maar zingen, omdat hij toen zijn mooiste liedjes maakte. In de voorstelling In de schaduw van Toon richten we ons vooral op dat laatste deel van zijn repertoire. In 't graas van de wei, dat hij zong in het Sittards, is in feite zijn eigen begrafenisliedje, zijn testament. Hij schetst het beeld van zichzelf als hij definitief niet meer kan zingen. Dan komt hij te liggen onder het gras waar hij als jongeman heeft gevreeën. In Eindhoven in 1997 was dit het allerlaatste liedje dat hij in het openbaar heeft gezongen. Ik kan niet anders zeggen dan dat het warm was in zijn schaduw.'

In de schaduw van Toon, door Herman Van Hove en Lissa Meyvis, 23/10 (matinee) in Carré, Amsterdam.

Toon 100 jaar, hommage aan Toon Hermans met o.a. Paul van Vliet, Freek de Jonge, Wende en Jochem Myjer, 12/12 in Carré. De liedjesfragmenten komen uit het pas verschenen Liedjesboek, met 100 teksten met bladmuziek, uitgeverij Lannoo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden