Theaterrecensie Thuislozen

Het leven van dakloze junks in Thuislozen is uitzichtloos, hun gedrag onuitstaanbaar. Dat mag realistisch zijn, maar het komt de voorstelling niet ten goede (twee sterren)

De makers willen begrip en empathie voor daklozen en verslaafden creëren, maar dat lukt nog het best tijdens het randprogramma in de pauze, als ervaringsdeskundigen aan het woord komen. 

Claire Bender en Ward Kerremans als verslaafd koppel in Thuislozen Beeld Foto Roel van Berckelaer

Thuislozen door Theater Utrecht ism Adelheid&Zina, 12/10, Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 1/12.

Griezelig volmaakt imiteren de acteurs een stelletje dakloze junks. De vormeloze kleding, het ongewassen haar, de benevelde onrust, de paranoia. Het zijn bekende taferelen uit park of winkelpassage: het doelloze gescharrel, het opgeschroefde volume, dat haast dierlijke najagen van een volgende shot; het wordt door de acteurs uiterst zorgvuldig nagebootst. Dat realisme is indrukwekkend. Of het dramatisch effectief is, is de vraag.

Theater Utrecht maakte de voorstelling Thuislozen in samenwerking met Adelheid & Zina. Een spannende combinatie qua ‘theater-dna’: aan de ene kant regisseur Thibaud Delpeut met zijn cerebrale, psychoanalytische regies van veelal klassiek repertoire, aan de andere theatermaker Adelheid Roosen, bekend van de warmbloedige wijksafari’s waarin theater en alledaagse werkelijkheid naadloos en aangrijpend mengen. Zou die combinatie werken op toneel? Het antwoord is dubbel. Als maatschappelijk project: ja. Als voorstelling: nee. Goede bedoelingen en een belangwekkende inhoud garanderen niet automatisch een geslaagd kunstwerk.

Macaber mozaïek

Dat ligt grotendeels aan het stuk van Lars Norén uit 1997. Geen klassiek toneelstuk met een kop en een staart, maar een macaber mozaïek van dolende mensen, met in het hart het even verliefde als verslaafde koppel Sanna en Micke, gespeeld door Claire Bender en Ward Kerremans. Norén valt als het ware willekeurig ergens de vertelling binnen, en wat volgt is een dolgedraaide carrousel van ellende. Daar wordt een verwarde vrouw bijkans verkracht, daar wordt een hoertje in elkaar geslagen, een oudere man wordt gruwelijk in zijn kruis verminkt, een meisje spuit heroïne in haar oogbal. En steeds weer doet iemand een vergeefse poging om af te kicken. Er is geen licht, geen lucht, geen uitweg; het is zwart-zwarter-zwartst. En hoewel dit de naargeestige realiteit ongetwijfeld dicht nadert, is het als drama ontoereikend.

Om meegevoerd te worden in een vertelling is een zekere opbouw nodig, waarin het leed slim gedoseerd wordt opgediend. De manier waarop Norén het erin wil beuken, stoot enkel af. Daarnaast ontneemt hij de toeschouwers de kans om betrokken te raken bij de personages. Om met ze te kunnen meeleven, moet je begrijpen hoe het zo ver heeft kunnen komen. Die aanknopingspunten ontbreken grotendeels in het stuk – hoogstens krijgen we in retrospectief een paar snippers informatie toe gestrooid. Het helpt daarbij niet dat Delpeut en Roosen in de opzettelijk chaotische regie scènes en gesprekken door elkaar laten lopen, op toneel en in de zaal, waardoor veel informatie je ontgaat en je je de helft van de tijd afvraagt wie er nu weer waar aan het woord is, en waarover.

Vechten, schreeuwen en schelden

Ook de realistische spelopvatting staat inleving in de weg. Het is moeilijk om je te identificeren met junks omdat ze zich in een ander universum lijken te bewegen, een plek waar menselijke beschaving is vervangen door dierlijk instinct. Dat doen de acteurs voortreffelijk na. Maar doordat hun personages vrijwel uitsluitend vechten, schreeuwen, schelden en blijk geven van krankzinnige waanideeën wordt de identificatie – toch het doel van deze productie – nogal bemoeilijkt. De makers willen begrip en empathie voor daklozen en verslaafden creëren, maar tijdens de voorstelling gebeurde bij mij het omgekeerde (zo niet in de pauzes, zie inzet). Een paar uitzonderingen daargelaten zijn de personages hier vooral onsympathiek.

De ene uitzondering is een jonge dichter die angstig door de stad doolt, mooi innemend gespeeld door Ilke Paddenburg op de grens van gekte en genialiteit. De ander een neurotische toneelschrijfster met schulden, die vastloopt in gekmakende bureaucratie en stuit op de ijzingwekkende harteloosheid van haar vader – een prachtrol van Naomi Velissariou. Niet toevallig zijn zij juist degenen die nog met één been in de beschaafde wereld staan. Hun teloorgang maakt invoelbaar hoe gemakkelijk het in dit leven mis kan gaan. De richel van maatschappelijk succes is smal, en iedereen – ook u, ook ik – kan er in een onbewaakt moment vanaf vallen. Dat inzicht komt aan.

Gesprekken met ervaringsdeskundigen, in de pauze, wekken wel sympathie op

Rondom de productie Thuislozen organiseren Theater Utrecht en Adelheid & Zina een randprogramma dat vernuftig in de voorstelling wordt ingebed. In de twee pauzes van Thuislozen komt steeds een ervaringsdeskundige aan het woord – een hulpverlener, vrijwilliger, of (voormalig) dakloze. Wie, dat verschilt per stad, maar op de première vrijdag in Utrecht kregen Fred Smit en Rik de Zwart het woord. De Zwart was zelf dakloos, en werkt nu vrijwillig bij de Utrechtse nachtopvang voor daklozen, NoiZ. Kalm en openhartig geeft hij een roerend inkijkje in zijn leven en de moeilijke tijd die hij achter de rug heeft. Zo vloeien fictie en werkelijkheid in Thuislozen naadloos in elkaar over.   

Claire Bender en Ward Kerremans in Thuislozen Beeld Foto Roel van Berckelaer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden