Het leven een spel, het spel een leven

Zo helder als de Britse wiskundige John Conway vaak problemen uitlegt, zo onoverzichtelijk en tumultueus is zijn leven, leert een heerlijke biografie.

Beeld .

Kun je een biografie van een clown maken zonder serieus archief, zonder betrouwbaar geheugen van de hoofdpersoon - een egocentrisch fantast - met nauwelijks familie of praatgrage vrienden, zij het dat het toevallig wel een van de belangrijkste wiskundigen van de laatste honderd jaar betreft?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: A Genius at Play van de Canadese wetenschapsjournaliste Siobhan Roberts is het beste bewijs dat het tegelijk wel en niet kan. Het boek is een verslag van haar jarenlange worsteling om die biografie van de grond te krijgen, en verhaalt van haar moeizame gesprekken, warrige conversaties, gemiste afspraken en eindeloze halve waarheden en talloze trips met haar onderwerp: wiskundige John Conway.

Intellectuele roadtrip

Of het daarmee een biografie moet heten, is misschien niet eens zo relevant. Het boek is een onconventioneel portret van een wiskundige die zijn hele leven als spel opvatte, en daarbij en passant baanbrekende dingen vond op het gebied van groepen-theorie, cryptografie, getallentheorie.

Hier en daar horen we, gelardeerd met zijn pittige wiskunde, wel degelijk over zijn bescheiden Britse jeugd en vlegelachtige studietijd, zijn vrouwen, kinderen, zijn zelfingenomenheid, zijn succes en faam, zijn luiheid en ongekende slordigheid, zijn scheidingen, zijn herseninfarcten, langdurige depressies en zelfmoordpogingen, zijn bepaald laconieke omgang met conventies en zijn voornemen om zijn brein, na zijn dood - net als dat van Einstein - voor de wetenschap ter beschikking te stellen.

Als een wervelwind van onconventionele genialiteit sleept het boek de lezer uiteindelijk overtuigend mee en krijgt, na lang aandringen, ook de zegen van het wispelturige onderwerp, John Conway zelf. 'Als hij niet zo zelfvoldaan was, John Conway, en zo'n intrigerende kluns, dan had hij dit boek misschien wel zelf geschreven', begint Roberts aan haar intellectuele roadtrip met wat in elk geval de gezelligste mathematische zonderling op deze wereldbol moet zijn. De toon is daarmee meteen gezet, in een boek dat is als de man over wie het gaat: buitengewoon gek en geniaal tegelijk.

Game of Life

Voor alle duidelijkheid: John Conway (77) leeft nog, zij het wat gehavend na een reeks hersenbloedingen en depressies. Onderzoek doet hij niet meer, maar nog steeds trekt hij volle zalen voor zijn incidentele spreekbeurten. Hij loopt met een stok, draagt een trainingspak met koffievlekken, vouwt liefst onderuit gezeten zijn handen op de borst om te verhullen dat de linker niet meer zo wil, is nu en dan abrupt vergeten waar hij het net over had. Maar de legende Conway is afdoende voor een memorabele ontmoeting, al was het maar omdat hij over een arsenaal standaardverhalen beschikt die stuk voor stuk de moeite waard zijn. Sommige over wiskunde. Andere over zijn leven, dat geregeld in pure slapstick vervalt.

Die legende vindt voor het grote publiek zijn hoogtepunt in Game of Life, een spel dat Conway al tijdens zijn stuurloze studentenjaren speelt met een grote verzameling damborden en go-stenen, wit en zwart. Een paar simpele regels over hoe de kleur van een steen wordt beïnvloed door buurstenen, leidt tot een intrigerend resultaat: sommige patronen blijken stabiel of stapje voor stapje over het veld te bewegen.

In later jaren worden de go-stenen vervangen door vakjes op computerschermen en kan iedereen zien hoe complexiteit uit een handvol regels kan ontstaan. Nachtenlang staart Conway ernaar, op zoek naar de diepere wetten van het levensspel.

Woeste baardman

Als journalist Martin Garner van Scientific American lucht krijgt van Life en er een column aan wijdt, is Conway (dan een woeste baardman met lang haar, T-shirts en sandalen) in één klap beroemd en wordt een langjarige vriendschap geboren. Decennialang publiceert Conway zijn ideeen eigenlijk liever in Gardners column dan in echte tijdschiften. Achteloos, zoals in alles, verbrandt hij nu en dan zijn archief, omdat er te veel slechte ideeën in zitten. Zijn werkkamer, inmiddels in Princeton, is een legendarische puinhoop met bergen papier, lege en volle koffiekoppen, veelvlakken en draadmodellen aan het plafond en bergen ongeopende post. Voer voor archeologen, geen werkplek, constateert Roberts als ze er voor het eerst komt.

Maar niet alleen voor Conway is spel wiskunde, ook het omgekeerde geldt: wiskunde is in feite spel. Hij heeft, mag hij graag zeggen, geen dag in zijn leven gewerkt. Alles was voor hem een nieuwsgierig prutsen aan getallen en vormen. Kijken hoe de dingen echt werken, nieuwe verbanden zien. Veel ervan heeft hij niet eens opgeschreven.

Deels is dat onwaar en minimaal valse bescheidenheid, en biograaf Roberts laat ook de zeldzame momenten van ernst in Conways carrière mooi zien. Hoe hij er nu en dan echt voor gaat zitten, soms zelfs met anderen. En hoe er dan ook meteen grote wiskunde ontstaat, inzichten die er vooral op neerkomen dat Conway al denkend niet de weg kwijtraakt in complexiteit en veelvormigheid als anderen wel noodgedwongen afhaken. De meeste wiskundigen zijn het erover eens dat meer dan drie dimensies niet goed voorstelbaar zijn. Conway gaat er prat op er mentaal desnoods tien of meer te kunnen bekijken. Dat, zegt hij, is zijn echte talent: overzicht houden. In zijn jonge jaren joeg hij passanten in Cambridge de stuipen op het lijf met een helm met periscopen en spiegels, waarmee hij dat veeldimensionele inzicht naar eigen zeggen tot het uiterste trainde.

Clown

De Game of Life, bekent Conway meermalen in de gesprekken met Roberts, is per saldo vooral een vloek gebleken. Een aardig spelletje misschien, dat miljoenen mensen eindeloos van hun werk heeft gehouden en vermoedelijk miljoenen dollars aan loze rekentijd heeft verstookt, maar wiskundig toch niet zo heel boeiend. Dat hij er een halve eeuw nog steeds naar gevraagd wordt, en dat hij vooral als een man van spelletjes wordt gezien, steekt een beetje.

Zijn werk aan symmetrie, getallen en groepen wordt alom geroemd om zijn diepgang en rijkdom en Conway bekent liefst daarom herinnerd te worden, na zijn dood. Roberts doet uitstekend werk in de uitleg van die ingewikkelde wiskunde, maar uiteindelijk legt dat het toch af tegen de clown Conway.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden