Het leervermogen van Washington is beperkt

Kissinger trekt de grote historische lijnen, Rothkopf is meer bezig met de dagelijkse praktijk van de buitenlandse politiek. Lees ze naast elkaar.

Paul Brill

Toen Henry Kissinger drie jaar geleden het monumentale boek On China publiceerde, werd alom verondersteld dat dit nu echt wel de laatste eruptie van deze intellectuele vulkaan was. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken was op dat moment 88 jaar oud.

Maar de aardlagen in de vulkaan zijn toch weer in beweging gekomen, met als verbluffend resultaat dat Kissinger op 91-jarige leeftijd nog een exemplaar, getiteld World Order, toevoegt aan zijn indrukwekkende oeuvre. Iets minder omvangrijk dan On China, maar nog steeds een boek van formaat.

Stabiele ordening

Heeft een 91-jarige die al duizenden pagina's heeft geproduceerd nog wel iets van belang te melden? Het antwoord is, kort en goed, ja. Niet dat Kissinger in dit boek een volstrekt nieuw thema aansnijdt of met hallucinerende vergezichten komt. Maar hij houdt wel een zeer eloquent en solide onderbouwd pleidooi voor wat hij ziet als noodzakelijke ingrediënten voor een enigszins stabiele internationale orde.

Hij toont zich hierin de klassieke Europese diplomaat die hij altijd een beetje is gebleven. De historische mijlpaal die hij beschouwt als de bakermat van een stabiele ordening in de wereld is de Vrede van Westfalen in 1648 (waarvan 'onze' Vrede van Münster een onderdeel vormt). Die maakte een einde aan de zeer bloedige, religieus geïnspireerde Dertigjarige Oorlog. En vooral: de Vrede van Westfalen vestigde het beginsel van de soevereine staat en introduceerde het begrip niet-inmenging. De diplomaten die de vredesverdragen van 1648 ontwierpen, kwamen overeen dat staten elkaar voortaan met rust zouden laten zolang hun wezenlijke belangen niet werden bedreigd.

Hoewel nog meermaals door expansionistische machten is gepoogd om aan Europa of delen ervan een andere, unitaire orde op te leggen, heeft het continent met de Vrede van Westfalen een wezenlijk andere richting ingeslagen dan het keizerlijke China, het vroegere Perzië en het Ottomaanse rijk. Daar bleef nog lang de opvatting domineren dat het eigen imperium het vanzelfsprekende, superieure middelpunt van de wereld was, dat daaraan ook het recht ontleende om omringende volkeren aan zich te onderwerpen.

Die houding ziet Kissinger in zekere zin terug in het huidige Iran, waar de ayatollahs met al hun revolutionaire ijver toch ook teruggrijpen op aloude noties van culturele en spirituele grootheid en staatsgrenzen zien als een hindernis voor de ware roeping van de islam: het bekeren van ongelovigen. Je zou kunnen zeggen: Islamitische Staat is daar de soennitische variant van.

Buitenlandse politiek als proces

Het is nuttig om World Order tegelijk te lezen met een ander breed opgezet boek over de buitenlandse politiek, National Insecurity van David Rothkopf. Kissinger en Rothkopf zijn geen vreemden voor elkaar: Rothkopf heeft korte tijd gewerkt voor Kissingers adviesbureau. Maar hij is daarna een andere richting opgegaan, heeft als staatssecretaris van Handel enige jaren deel uitgemaakt van de regering-Clinton en is nu hoofdredacteur van het aan de weg timmerende tijdschrift annex webmagazine Foreign Policy.

Waar Kissinger grote historische lijnen trekt, is Rothkopf in National Insecurity vooral geïnteresseerd in de buitenlandse politiek als proces, in het uitstippelen en uitvoeren van beleid. En dan vooral in Washington, waar dit een drukker bezocht domein is dan in enigerlei andere hoofdstad.

Rothkopfs centrale stelling is dat de Verenigde Staten na de aanslagen van nine-eleven in de greep van de angst zijn geraakt. Anders dan doorgaans wordt gedacht, ziet hij het aantreden van Barack Obama in 2008 niet als een keerpunt in die ontwikkeling, maar veeleer als een andere afslag. Waar George W. Bush zich schuldig maakte aan een 'overreactie', liet zijn opvolger zich te zeer leiden door 'zelftwijfel en risicovermijding'.

Leervermogen

Op basis van eigen ervaringen en gesprekken met een groot aantal insiders komt Rothkopf tot de conclusie dat het leer- en correctievermogen in Washington te wensen overlaat. Op dit punt is hij zelfs kritischer over Obama dan over Bush. In zijn tweede ambtstermijn vertrouwde Bush veel meer op ervaren professionals dan op de neoconservatieve hemelbestormers die na nine-eleven ruim baan kregen, met als gevolg dat de buitenlandse politiek een stuk gematigder en pragmatischer werd. Een dergelijke bijstelling met meer inbreng van mensen die het klappen van de zweep kennen, mist Rothkopf in het sterk gecentraliseerde Witte Huis van Obama.

National Insecurity laat zich lezen als een groot uitgevallen memorandum voor de volgende president. De auteur staat volop met zijn voeten in de modder van de dagelijkse praktijk. Veel meer dan Kissinger, die af en toe zo hoog opstijgt in zijn analyse dat praktische dilemma's uit zicht raken. Zo bewijst hij wel lippendienst aan het idealisme dat altijd een van de hoofdstromen van de Amerikaanse buitenlandse politiek is geweest, maar doet hij amper moeite om aan te geven hoe dat is te verenigen met het leerstuk van de realpolitik en het machtsevenwicht. Toch levert Kissingers grote greep per saldo fraaiere observaties en een boeiender boek op dan het overigens behartigenswaardige veldonderzoek van Rothkopf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden