Het landschap als zoektocht naar de ziel

Monumentale vergezichten zijn er genoeg op de tentoonstelling Het Russische landschap, maar in het midden heeft samensteller Henk van Os een opvallend eenvoudig schilderij gehangen....

In het Groninger Museum wordt Koeïndzji als 'genie' en veertien andere Russische landschapsschilders als 'ontdekking' gepresenteerd. Van Os stuitte op deze schilders, toen hij twee jaar geleden in de Russische musea op zoek was naar doeken voor de tentoonstelling over Ilja Repin (2002). In Rusland hebben ze de koektrommeltjesroem bereikt, maar in het Westen zijn ze onbekend. Toen Repin een kassucces bleek besloten Van Os en directeur Kees van Twist om een tweede Russisch avontuur aan te gaan.

Terecht? Na de theatraliteit van Repin en de marketingtechnische ophef over de Russische landschapsschilders, doet deze tentoonstelling op het eerste gezicht opvallend rustig aan. De negentiende eeuw leverde immers in West-Europa een rijkdom aan vurige landschappen op, van Caspar David Friedrich tot Vincent van Gogh. In vergelijking daarmee ogen veel Russen conventioneel, soms tegen het genre Bob Ross aan.

Tussen 1850 en 1870 deden de Russische landschapsschilders Westerse schilders zelfs vooral ná, van Italiaanse landschappen tot voorzichtig impressionisme. Gevestigde reputaties zijn daarom niet altijd overtuigend. Isaak Levitan wordt bijvoorbeeld gepresenteerd als sleutelfiguur voor het Russisch impressionisme. Maar juist de bekende kleurige losheid maakt hem weinig verrassend.

Gaandeweg zie je echter eigen visies ontstaan. Wat die eigenheid precies inhoudt wordt pas sinds kort door kunsthistorici onderzocht, en Van Os tast de contouren af. Soms gaat het om de barsheid van het landleven, soms om een religieuze ervaring op doek, met heiligen tussen de bomen.

De meeste van deze landschappen blijken echter vooral monumentaal realistisch, op doeken van flinke afmetingen zoals dat in die tijd eigenlijk alleen in Amerika werd gedaan. Het is landschap alsof het historieschilderkunst is. Vorm- en kleurexperiment zijn minder van belang, net als persoonlijke beleving. De schilders wilden met bomen en rivieren iets groters zeggen, over identiteit, over het volkskarakter, zoals dat ook in de literatuur gebeurde.

Dat is cultuurhistorisch boeiend, maar het zijn slechts twee schilders, Ivan Sjisjkin en Archip Koeïndzji, die een interessante vorm aan die zoektocht naar eigenheid wisten te geven. Bij hen begrijp je dat de natuur niet, zoals voor stadse Franse schilders, een verpozing was, maar machtiger, alomtegenwoordiger dan ze met hun Westerse scholing hadden geleerd te verbeelden.

Ivan Sjisjkin is zo'n typische theatrale krachtpatser zoals de West-Europese landschapsschilderkunst die eigenlijk niet kent. Hij schilderde eerst afstandelijke vergezichten. In zijn late, technisch perfecte werk zoomde hij in op vergeten plekken van het bos, waar de bladeren rotten en de stammen dreigen. Alsof hij een vorm zocht zijn ontzag te laten voelen, en je de natuur wil binnenzuigen.

Maar vooral Archip Koeïndzji verrast. Hij experimenteerde met vorm en kleur, tot hij een ijle, lieflijke dromerigheid had gevonden, mysterieuzer dan de Franse impressionisten. Het grote doek De Dnjepr 's ochtends (1881) bestaat bijvoorbeeld uit slechts een paar stekelige planten op de voorgrond en een rivier in de verte. Het grootste deel van het doek is lucht, geen overdramatische wolken, maar ijle lucht, die je bijna nattig langs je wangen voelt strijken.

Deze schilders gaven dan ook een impuls aan de Russische kunst. Koeïndzji werd later bewonderd door de Russische modernisten. Hij kon immers met een paar kunstig gemodelleerde kleurvlakken de ongrijpbare natuur overbrengen. Sjisjkin werd juist een schoolvoorbeeld voor de sociaal-realisten.

In feite fungeert de tentoonstelling als context voor deze twee. Voor een publiekssucces als Repin lijkt dat nogal bescheiden, maar Henk van Os had wel gelijk: het overbekende genre van de Europese negentiende-eeuwse landschapskunst kan weer worden uitgebreid met nét andere invalshoeken, nét andere kleuren, die toch een flink andere sensatie weten op te roepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.