HET LAND VAN DE CONCESSIE-ARCHITECTUUR

Acht beroepskijkers reizen een dag door Nederland. Met Xandra van Gelder gaan ze op zoek naar de tien mooiste- en lelijkste bouwwerken....

Wat giechelig lopen ze langs de rivier waar ooit de Batavieren afzakten. 'Gebouwen wil ik zien, geen planten', klaagt Wim T. Schippers terwijl hij tussen de brandnetels laveert. 'Nu ik hier toch ben, kan ik alvast een plek voor mijn graf uitzoeken.'

'Ik dacht dat dit een architectuurreis was', moppert Max Pam. 'Siegfried, wat is dit?' De directeur van het Wereld Natuur Fonds vist het witte object uit het zand. 'O, een half konijnenschedeltje.'

Acht beroepskijkers mogen een dag op stap voor de Volkskrant. Van acht uur 's morgens tot negen uur 's avonds toeren zij in een bus om te bepalen wat de mooiste en lelijkste gebouwen in Nederland zijn. Aan boord: Journaal-presentator Philip Freriks, schrijfster Maria Heiden, ontwerper Maroeska Metz, architectuurkenner Max Pam, tv-maker en kunstenaar Wim T. Schippers, tekenaar Joost Swarte, projectontwikkelaar Nico Veldhuis en de directeur van het Wereld Natuur Fonds Siegfried Woldhek.

Van tevoren selecteerde iedere deelnemer drie mooie- en lelijke gebouwen. Alle vormen van bebouwing waren toegestaan, behalve woningen. Daar is de binnenkant immers belangrijker dan de buitenkant. De Volkskrant stippelde de route uit. Esthetische aspecten speelden een rol bij de uiteindelijke keuze, maar ook praktische. Nederland is klein, maar te groot om in één dag helemaal te bereizen.

Woldhek kiest een verlaten steenfabriek in de Millingerwaard, een van de natuurgebieden van zijn Wereld Natuur Fonds. De afbrokkelende fabriek in de buurt van Nijmegen is alleen te bezichtigen na een voettocht langs de Waal. Een barre tocht. De suède dameshakken verdwijnen in het rulle zand en de wandelaars klakken bevreesd tegen de aanstormende Poolse koninkspaarden.

Als we uitrusten in de vlakbij gelegen Millinger Theetuin kijkt projectontwikkelaar Veldhuis verbaasd naar de andere natuurliefhebbers, die verspreid in de enorme tuinen genieten van thee en vieze taart. 'Waar is het parkeerterrein?', vraagt hij verbaasd. 'Is hier geen parkeerterrein. Komen al die mensen lopend?'

De rest van de reis gaat, tot opluchting van het gezelschap, langs steen, beton en glas. Het grootste deel van de dertien uur durende reis zit het in de luxe bus.

'Verticaal gebouwd is mooi, horizontaal niet', begint Pam. 'En het Guggenheim museum in New York dan', werpt iemand tegen. 'Een mooi en horizontaler gebouw is haast niet denkbaar.' Reeksen bekende en minder bekende verticale gebouwen gaan over de vergadertafel. Het is kwart over acht 's morgens en de discussie over mooi en lelijk zal permanent doorgaan. Tot ver na middernacht in restaurant Bordewijk in Amsterdam.

Langs de snelweg bij Sloten turven Japanners, vanuit een gepantserd serretje, welke merken auto's voorbij rijden. De donker grijze, glazen uitstulping boven aan het gebouw lijkt louter bedoeld om op te vallen. Iedereen die het gebouw ooit gepasseerd is, vraagt zich af wie daar mag vergaderen.

Niet alleen het uiterlijk, maar ook de geschiedenis maakt het kantoor van Nissan interessant. De Japanners eisten precies dat stukje weiland langs de A 4 voor hun Europese hoofdkantoor. Op een andere plek in Nederland wilden ze niet bouwen. Daar, of een ander Europees land. Het gemeentebestuur zwichtte en daarom staat de kolos nu alleen langs de snelweg. 'Ik ben de baas', zegt dit gebouw volgens Pam. 'Het weerspiegelt de Japanse gezagsverhoudingen en is daarom onsympathiek.'

Projectontwikkelaar Veldhuis onthult dat het gebouw in Japan is bedacht en getekend en niet, zoals iedereen denkt, door het Nederlandse architectenbureau ZZ+P. Dat mocht alleen Nederlandse stempels op de Japanse tekeningen zetten.

Schippers ziet louter bedrog. 'Het is is een miezerig staketsel waar ze lelijke roze badkamertegels tegenaan hebben geplakt om het een massief uiterlijk te geven.' Ontwerpster Metz is niet geïnteresseerd in de constructie. 'We zijn hier toch om het uiterlijk te beoordelen?'

Schippers roept verontwaardigd tegen de aantrekkelijke Metz: 'En dat zeg jíí? Dat is hetzelfde als zeggen dat een dom blondje mooi is. Het is net of ik tegen jou zeg dat het alleen om jouw buitenkant gaat en je binnenkant er niet toe doet.'

Onderweg naar Den Haag ruziën ze nog door over het belang van de buitenkant en de binnenkant. We zijn op weg naar een gebouw dat geen gebouw is, maar een tussenvoegsel: de nieuwbouw van de Tweede Kamer, van architect Pi de Bruijn.

Na een wandeling over het eeuwen oude Binnenhof nadert de groep de enorme, glimmende, glazen uitstulping op het Buitenhof die de wandelgangen aan het publiek moet prijsgeven. 'Net een megabioscoop', oordeelt Journaalpresentator Freriks over de achterkant van de Tweede Kamer. Rond en glimmend. 'Waarschijnlijk moet dit gebouw rijk ogen', veronderstelt tekenaar Swarte, 'maar je ziet aan alles dat het concessie-architectuur is. Het is zo gebouwd dat weinig mensen er aanstoot aan zullen nemen.'

'Wat kan je anders verwachten', antwoordt Schippers. 'De architect krijgt de opdracht dat het geen patserig gebouw mag zijn. En dan gaan wij achteraf zeuren dat het zo gewoontjes is.'

Hij stoort zich vooral aan de afwerking. 'Die is zó slordig.' Schippers wijst omhoog naar de plekken waar het nieuwe gebouw aan de neo-gotische stenen versiering is gefröbeld. 'Kijk hoe dat laminaat van zo'n nieuw muurtje golft. Je ziet gewoon dat iemand met een decoupeerzaag een stukje uit het laminaat heeft gehaald en het dan zo pats tegen een reliëfrandje van steen heeft geplakt. Een groot architect herken je aan de afwerking.'

Het glazen dak - 'een cliché', meent Pam - en de gladde, 'makkelijk schoon te houden' tegels die van buiten naar binnen lopen, noden burgers het gebouw binnen. Dat blijkt niet de bedoeling. De portier houdt ons tegen. Als Schippers plagerige opmerkingen maakt tegen de mensen die - voorzien van speciale passen - wel langs de poort mogen, komt de portier uit zijn hok. 'Nog één woord', tiert hij, 'en ik laat u door de bewaking verwijderen.'

Schippers gedragen: 'Zijn wij niet allen gelijk voor de wet?'

'U niet', antwoordt de bewaker van de democratie.

'Ik haat hem', sist Maria Heiden over de zwarte, spiegelende toren van de Nationale Nederlanden in Rotterdam. De boekhandelaar en inwoner van de stad windt zich op over het hoogste gebouw in Nederland: het 150 meter hoge hoofdkwartier van Nationale Nederlanden. 'Ik zie het vanuit de winkel, ik zie het vanuit mijn huis, ik zie het als ik opsta en ik zie het als ik naar bed ga. Die enorme oranje lichtreclame schijnt bij iedereen binnen.'

De anderen vinden het door architect Abe Bonnema ontworpen kantoor minder lelijk dan ze hadden verwacht. Ze prijzen de zorgvuldige afwerking, die aangenaam aandoet na het gerommel bij de Tweede Kamer. 'Alles past', meent Swarte, 'ook die enorme roltrap hier. Nergens zie je rare details.' Ontwerpster Metz is lovend. 'De maatvoering deugt.' Ze wijst naar boven: 'De maat van die blokken komt terug, maar dan in glas.' Schippers reageert geprikkeld. 'Dat hoor je zo vaak zeggen over architectuur, dat iets terugkomt. Het moet helemaal niet terugkomen. Eén keer vind ik al erg genoeg.'

Alle elementen in de grote, spaarzaam versierde hal lijken gekozen om de rijkdom en de macht van de eigenaar te tonen. 'Dit is zeker de imponatieruimte', veronderstelt Schippers. Met Swarte en Pam buigt hij zich over de verwarming die onder de grote glazen ramen is weggewerkt. 'Zelfs hierover is nagedacht.' Heiden spottend: 'Ammehoela. Maakt dat 't mooi? Een gebouw hoort goed afgewerkt te zijn.'

Buiten wijst ze nog eenmaal naar boven. 'Die ramen weerspiegelen alleen de lucht. Dat heeft iets engs. Ik wil mensen kunnen zien.' 'Onzin,' werpt Swarte tegen, 'het gebouw is zo hoog, dat je toch niemand kunt zien, zelfs al zijn die ramen van gewoon glas.'

We wandelen, langs het troosteloze Weena, naar het centrum van Rotterdam, waar V & D als een buitenaards ruimtevoertuig troont aan de kop van de Koopgoot, de onderaardse gang voor middenklasse winkels. Veldhuis, verantwoordelijk voor de ingrijpende verbouwing in 1996, zette zijn Rotterdamse warenhuis op zijn mooilijst. Daar heeft hij spijt van. Verontschuldigend leidt hij het kritische gezelschap rond.

'Aan het eind van de Koopgoot moest iets monumentaals komen . . .', begint hij. 'Dan had het wel wat hoger gemogen', oordeelt Swarte, 'zeker een etage of vijf'.

Dat was ook de bedoeling, maar het mocht niet van de gemeente. 'Een projectontwikkelaar moet bij elk project leven met de belemmeringen van de regelgevers. Een twee verdiepingen lagere V & D is altijd beter dan geen V & D', legt Veldhuis uit.

Een roltrap in de 'monumentale entree' hapert. Giechelend beklimt Pam de mechanische trap. 'Als één zo'n ding het niet doet, werkt meteen zo'n heel trappenhuis niet meer.' Met zijn maatje Schippers hangt hij over de balustrade terwijl ze elkaar wijzen op alle 'idiote details'.

Metz staat verbaasd stil. 'Dit is echt adembenemend van lelijkheid. Het is zo druk, zo veel stijlen. Je weet niet wat je ziet.' Ze verlangt terug naar de eenvoud van de Nationale Nederlanden, en wenst zich een warenhuis waar de aankleding zo sober is dat alleen de aangeboden waar om aandacht bedelt.

Veldhuis trekt zich terug. Trots wandelt hij over het terras op de bovenste verdieping, waar de koffiedrinker een groots uitzicht over de stad heeft.

Met een broodje van V & D in de hand, probeert hij aan de grote ronde tafel in de bus nog een keer zijn warenhuis te verdedigen. 'Zo'n gebouw wordt gemaakt als koopmachine, het gaat erom zo veel mogelijk mensen zo lang mogelijk vast te houden. Winkelen is het gevecht om de gulden. In de Nederlandse V & D's komen 16 miljoen mensen per maand, die moeten zich daar thuis voelen.' Freriks schiet hem te hulp. 'Als je naar V & D wilt, is dit een hele aardige.'

Na anderhalf uur rijden door een druilerig Nederland naderen we het enige gebouw zonder parkeerplaats. Het is warm en broeierig in de Millingerwaard. De verweerde stenen pijp van de fabriek gloort in de verte. Schippers en Heiden ruziën over de naam van een plant. 'Als dat een berenklauw is, ben ik gek.'

Terwijl de paarden nieuwsgierig naderbij snuffelen, roept Woldhek de wandelaars bijeen om een kort college te geven over het ontstaan van het natuurgebied. Toen Neelie Kroes nog minister was, besloot zij tijdens een pleziertochtje langs de Waal, dat het water zijn gang mocht gaan zodat de uiterwaarden weer onder konden lopen. 'Dit gebeurt als je de natuur een kans geeft', glundert Woldhek. 'Hier groeien allemaal planten die al jaren niet meer voorkwamen.' 'Rivierzaad is het sterkst', pest Schippers.

Druilerige regen spettert de wandelaars nat. De fabriek is alleen te zien via hoge, roestige hekken. Het is inderdaad mooi, zegt Heiden, maar toch vooral omdat de omgeving zo indrukwekkend is. Veldhuis luistert verbaasd naar de lofzang. 'Als een gebouw niet te exploiteren is, wordt het steeds lelijker.'

Taartjes verzoeten het leed van het oponthoud en al gauw bereiken we weer steen en beton. Aan de oude-stadsoever van de Nelson Mandelabrug in Arnhem glooit het plein waar kunstenaar Struycken de ruimte tussen de vele op- en afritten heeft veranderd in een golvende massa van witte en grijze klinkers. Aan de rand tussen steen en water bedelt een rijtje leibomen in opleiding om aandacht.

Gruwend staan ze op de golven van steen. 'Dit getuigt van onverschilligheid', vindt tekenaar Swarte. 'Dat is veel erger dan iets dat lelijk is vanuit een opvatting. Ik kan me best voorstellen wat er gezegd is om dit te verantwoorden: ''Het golvende van de rivier brengen we de stad in''. De rivier ligt ernaast. In alle schoonheid. Dan ga je dat mechanisch weergeven. Vreselijk.'

De projectontwikkelaar weet de oplossing. 'Wat wegen ondertunnelen, een betonnen plaat erop leggen en daarbovenop luxe flats met koopappartementen.' Freriks en Pam drentelen over de groezelige stenen. Ze ergeren zich aan verdorde sprietjes tussen de stenen. 'Als je zo'n plein hebt, moet je het wel onderhouden.'

Schippers scheldt - met een flesje bier in de hand - op de armetierige fontein. 'Dat is niet meer dan een stel bejaarde plassers met prostaatproblemen.' De andere mannen praten vertederd met een paar pubers, die in een verlaten hoekje van het plein over de hellinkjes skaten. 'Ik ben blij dat iemand hier nog plezier beleeft', grijnst Swarte.

De doppen gaan van de whisky en de wodka. Na rijp beraad besluiten we het hunebed, volgens Schippers het mooiste openbare gebouw in Nederland, niet te bezoeken. Dan zou de reis zou tot na middernacht duren. Een foto, een brochure en een lofrede van Schippers zijn voldoende om elk hunebed voor de geest te halen. 'Hoe lullig ze ook zijn, het zijn fabelachtig mooie gebouwtjes die na 5000 jaar nog staan. Zo'n V & D is verkruimeld als de kracht van zo'n hunebed nog intact is.'

'Jij doet of ze erin woonden', zegt Metz. 'Het waren graven. Ze waren zo bang voor de doden dat ze die wegstopten onder de zwaarste stenen die ze konden vinden. Dat noem ik geen architectuur.' Schippers dreigend: 'Het is wél architectuur. Ze zijn gemaakt door mensenhanden en met een bepaald doel. Dat is architectuur.'

Woldhek, die als kind nabij de hunebedden woonde, vindt de monumenten oninteressant. 'Je kunt erop klimmen of eronder zitten - dan stinkt het naar plas - maar de rest moet je erbij verzinnen. Ik voel er niets bij. Dat doe ik wel bij de Dolmencirkels in Frankrijk. Die imponeren.' (Dolmen zijn Bretonse grafmonumenten, die ook bestaan uit rechtopstaande keien, red.)

De eerste, en gelukkig enige, file houdt de reis op. Een enkeling doet een dutje. Schippers blijft geluid produceren. 'En dan nu even een plaatje.' Of hij wijst Metz plagerig op elementen die terugkeren. 'Kijk, daar is weer zo'n citaat.' Swarte tekent rustig aan de grote ronde tafel. De anderen praten over de 'lelijke' gebouwen die langsglijden en lezen de weekbladen. Meer flessen gaan open en de magnetron spuwt warme happen.

Landerig komt het gezelschap bij de provinciale weg in Mijdrecht weer uit de bus. Met gevaar voor eigen leven steken de kijkers over om het kantoor in het water van poetsfabrikant Johnson Wax te bekijken. Op het grasveld mogen ze niet staan omdat de vogels van mensen kunnen schrikken. De kijkers balanceren tussen het prikkeldraad en de voorbijrazende auto's.

De meeste reizigers kennen het klassieke betonnen gebouw van architect Maaskant. Het blijft mooi, vinden ze. Maar ze schrikken van de lelijke, glimmende dozen die erachter zijn gebouwd. 'Het was zo mooi', treurt Pam, 'maar dat is het eigenlijk niet meer door wat ze ernaast hebben gezet.'

Ze begrijpen het niet. De oude Johnson - die bestond echt - wilde bijzondere architectuur voor zijn gebouwen. In Amerika bouwde de beroemde architect Frank Lloyd Wright de fabriek voor Johnson. In Europa mocht de op Amerika georiënteerde Maaskant een spraakmakende fabriek ontwerpen.

Metz vindt het oude gebouw niks. 'Beton wordt zo lelijk oud. De magie komt vooral door het water dat er omheen ligt. Het voordeel is dat niemand ertegenaan kan pissen.'

Ze blijven zich opwinden over het gebrek aan respect. Allemaal kennen ze een gebouw waaraan een afschuwelijke vleugel is geplakt, waardoor het hele bouwwerk lelijk wordt. De zijbeuk van het Concertgebouw in Amsterdam - ook al van architect Pi de Bruijn - moet het ontgelden. 'Als ze in Nederland kunnen kiezen tussen nieuwbouw of iets aan plakken, kiezen ze altijd voor eraan plakken. Dat is zo stom. Dan is het allemaal niks. Het oorspronkelijke niet, en de aanbouw niet.' (Pam)

In de buurt van het Ajax-stadion in Amsterdam Zuid-Oost wordt Schippers steeds drukker. Hij had het gebouw op zijn lelijklijst gezet en roept bij voorbaat wat er allemaal niet deugt. 'Het is zo afschuwelijk. Ik kan er niet eens naar kijken. Het leukste is nog wel die allee met die Saddam Hussein-achtige lantaarns. Het is broddelwerk, alleen bedoeld om de burger te imponeren en geld aan te verdienen.'

Het waait altijd rond de kolos. Koud en eenzaam lopen de kijkers om het stadion. Niemand vindt de Arena mooi. Metz, die nog lampen heeft gemaakt voor het restaurant: 'Het voorgebouw, van architect Soeters, deugt niet. Het past niet bij de rest.' Swarte: 'Het lijkt wel een braadpan.' Heiden: 'Dit is een opgedirkte taart van een slechte banketbakker.' Veldhuis: 'Het tocht hier altijd en overal.' Freriks: 'Dit is geen gebouw, dit is iets waarvan een aannemer zegt: ''hier pleur ik wel iets voor je neer''.'

De kijkers worden langzamerhand zijn kijkmoe. Ze hebben genoeg gezien voor één dag, Maar als achter het Amsterdamse Centraal Station in de ondergaande zon New Metropolis uit Oosterdok opdoemt, slaat de stemming weer om. Over de aluminium fietsbrug lopen ze nieuwsgierig naar het nieuwe techniekmuseum dat is gebouwd door de Italiaanse architect Renzo Piano. 'Zo'n gebouw hoort in Rotterdam', zegt Heiden jaloers. 'Dat groen van de wanden weerspiegelt zo mooi in het water, maar bij ons zou dat nog mooier zijn. Wij hebben een échte rivier.'

Veldhuis, die in de jaren zestig betrokken was bij de bouw van de IJtunnel die precies onder het museum ligt, is stil van verbazing. 'God, dat ze op deze plek zoiets moois hebben kunnen bouwen.' Tekenaar Swarte ontwaart 'de weg naar de hemel'. Hij roemt de afwerking en de aandacht voor details. 'In de bouw bestaat de term ''oplossen in het werk'', dat betekent dat de architect niet precies weet hoe iets afgewerkt moet worden en dat ze het dan maar tijdens de bouw moeten bekijken. Daardoor krijg je allemaal van die lullige randjes en latjes zoals in de V & D. Zulke toevoegingen zie je hier niet. Dit is een groots gebaar.'

Freriks heeft het moeilijk. New Metropolis staat op zijn lelijklijst. 'Iedereen jubelt zo over dat gebouw, maar ik vraag me af of ze het wel eens vanuit de trein zien. Het ontneemt het uitzicht op dat prachtige 17-eeuwse havenfront. Ik vind het niets. Maar nu ik hier sta, aarzel ik.'

Piano, de architect van New Metropolis - en van Freriks' geliefde Centre Pompidou in Parijs - zal de aarzeling begrijpen. Piano zei ooit: 'Helaas is het meest verkeerde aan elk nieuw gebouw dat het nieuw is. Het is nog niet van de mensen.'

Xandra van Gelder

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden